donderdag 2 december 2010

Netwerken, net werken.....

Mijn verblijf in Indonesie bestaat, naast een aantal concrete projecten, vooral uit het leggen van nieuwe contacten en het hernieuwen van oude contacten. Overal is mijn agenda goed gevuld met afspraken. Ik ben druk met het lobbyen voor exposities in diverse steden. Hier veelal gepaard gaand aan discussies en in de hoop op het kunnen geven van lezingen en workshops in relatie tot mijn werk. Voor mij is het voor de toekomst vooral belangrijk een voet aan de grond te krijgen als beeldend kunstenaar, spreker en organisator. Van beeldende kunst kun je ook hier in Indonesie nauwelijks bestaan. Tenzij je natuurlijk behoort tot die lucky few. Het is daarom belangrijk workshops, lezingen, gastdocentschappen en discussies te koppelen aan je werk. Ik bied als het ware een totaalpakket aan, dat voor diverse instellingen interessant(er) is.


Galeries en vertoningsplekken verhuren hun ruimte. Zelden exposeer je op uitnodiging, ook dan behoor je weer tot die happy few. Solo exposeren is kostbaar. Samen met andere kunstenaars een groepstentoonstelling maken is goedkoper. Kunst kost alleen maar geld en voor vrijwel elk evenement of expositie zijn sponsors nodig. Hoe klein ook. Net als in Nederland geven de meeste kunstenaars les, ze geven workshops of nemen betaald deel aan discussies en andere kunstactiviteiten. Netwerken is daarom van levensbelang. Steeds maar weer je gezicht laten zien bij openingen, even een handje schudden voor een voorstelling begint, een kort praatje maken, gezien worden in het gezelschap van belangrijke cultuurmakelaars en organisatoren, geintroduceerd worden door vrienden bij grote spelers in het veld is vertrouwd en opent deuren waar ze anders gesloten blijven. Samen een hapje eten, wat drinken en zorgen dat er een follow up is in de vorm van een ontmoeting om zo je werk en je ideeen onder de aandacht te brengen van de belangrijkste organisatoren, galerie-eigenaren en curatoren. Die ontmoetingen en dat netwerken zijn zo belangrijk en tijdrovend dat het echte werk ergens tussen al die afspraken door wordt verricht. Gelukkig dat ik al fotograferend op elk moment van de dag, waar ik me ook bevind, altijd wel wat te fotograferen heb. Werken dus.... tussen al dat net werken door. Mijn camera is altijd bij me (in de buurt). Onderweg naar een afspraak maak ik vrijwel altijd  foto's om de reis te veraangenamen. Ik moet contact maken met de mensen om me heen, maak praatjes omdat men nieuwsgierig is naar het waarom van de foto's en voor je het weet ben je weer ter plekke en als bonus neem je mooie foto's mee terug naar huis.



De afgelopen periode in Depok/Jakarta stond ook weer in het teken van netwerken en ontmoetingen.
Ik werd door Prita geintroduceerd bij een van de beroemste Indonesische zangers: Iwan fals. Op een zondag zijn we met Rudra, Prita's man - die gevraagd was als geluidstechnicus voor optredens van Iwans band - naar zijn landgoed (huis, tuinen, podium, studio's, repetitieruimten, winkel) in de omgeving van Depok gereden voor een bezoek tijdens een repetitie van zijn band.
Al bijna dertig jaar ben ik een groot fan van zijn muziek en teksten en volg ik zijn carriere, maar nog nooit had ik hem ontmoet. Iwan heeft veel samengewerkt met vrienden van mij in de meest succesvolle rockformaties uit de Indonesische popgeschiedenis: Swami, Dalbo, Kantata met o.a. goede vriend en vernieuwende drummer/percussionist Innisisri (die het typische Indonesische geluid gaf aan de muziek), tekstschijver en gitarist Sawung Jabo (bekend om zijn ongezoute kritische teksten), Toto Tewel  (meastro sologitarist), basist Nanoe (als steady basis) en de Indonesische dichter Rendra, die teksten bijdroeg en als verbindende factor diende, omdat de kern gelieerd is aan zijn bengkel Teater (theaterwerkplaats). Samen met grootheid Iwan Fals en (zakentycoon) Setiawan Djodi als mecenas/gitarist, hebben ze in de jaren 80 en 90 prachtige muziek gemaakt die op een internationaal podium niet had misstaan. Voor de muziekliefhebbers, zoek eens op Youtube onder Kantata, Swami en/of Iwan Fals, Sawung Jabo.
Helaas hebben een aantal van hen het rock&roll bestaan niet overleefd en zijn te vroeg heen gegaan.




Heerlijk om de muziek eens live te horen, want ook dat is me in dertig jaar nog nooit gelukt. Altijd waren Theo en ik ergens anders in Indonesie aan het werk of we waren in Nederland.
Het was een gemoedelijke middag, vol van het ophalen van herinneringen tussen Iwan en Prita die productie en management deed bij diverse projecten en geklets over muziek en geluid. Heb als een echte fan gevraagd zijn laatste CD te signeren   :-) Een leuke souvernir van een geslaagde middag, die vast nog wel een staartje krijgt.

Verder bezocht ik het Urbanfest 2010 in Jakarta met mijn Bulgaarse vriendin Zori, die ik op het seminar heb leren kennen. Zij heeft in de drie maanden dat ze aan de Universiteit van Indonesia onderzoek deed zo weinig van Indonesie en het gewone dagelijks leven meegekregen dat ik haar af en toe mee uit heb genomen.
Zori is een echt poezenmens, moet niets van honden hebben. Is er zelfs bang voor, maar had die dag het lef om het kleinst mogelijke hondje vast te houden en te aaien. Veel groter dan een katje was het nou ook weer niet.



Urbanfest is een jaarlijks tweedaags festival voor de jeugd. De moderne stadsjeugd wel te verstaan. Met alle mogelijk denkbare gagets en speeltuig: rollerblades, BMX fietsen, skateboards en allerlei nieuw spul rechtstreeks uit de VS geimporteerd. Er werden demonstraties gegeven en je kon zelf ook het een en ander proberen. Nieuwsgierig als ik ben en me eeuwig een jongen van 17 wanend, heb ik me gewaagd aan drie stuks nieuw speelgoed. Een driewielig fietsje waarop ik zonder probleem de blitz kon maken als fietsende NLer.


Fietsen is ons met de moedermelk meegegeven. Moeilijker werd het op een soort metalen springpoten waarop je al huppend je evenwicht moest zien te houden en (als je erg bedreven bent) hele sprongen kunt maken. het lukte me om staande te blijven en een kleine afstand te huppen, maar tot echt springwerk mocht het niet komen. Ik vond het materiaal nogal zwaar en het was een behoorlijke aanslag op mijn conditie om er iets van te maken.



Helaas heb ik geen foto's want ik heb af en toe error met mijn camera. De foto's die ik van dat speelgoed heb gemaakt zijn verdwenen. Misschien kan ik ze later nog terughalen van de geheugenkaart.
Ik ging naar het Urbanfest vanwege mijn fotoreportage over de jeugd in Indonesie.
Zori heeft wel foto's van mij gemaakt maar kon ze niet downloaden omdat ze de juiste kabels was vergeten mee te nemen naar Indonesie :-(
Die houden jullie dus tegoed.

Het allerleukste vond ik een soort groot metalen speelrek, dat was opgebouwd en een aantal losse houten speelelementen waar op en af gesprongen werd. Het deed me direct aan de Apekooi denken. Altijd voor een schoolvakantie op de lagere school werd de gymzaal omgebouwd tot een spring en klimparadijs, waarop ik me inderdaad als een aap heen en weer slingerde van touwen naar klimrek en ik hupte van bok via paard naar klimrek en weer terug, enz. Het was niet de bedoeling dat je de grond raakte. Ik was er dol op. Dus ook hier tussen de jeugd vrolijk meegedaan met klimmen en swings over een bamboelat die ze hadden bevestigd. Het ging me nog aardig af en ontlokte de jeugd zelfs applaus. Niet slecht voor zo'n oude straathond!


Verder was er veel indie (independent = zonder platencontract) muziek, van jonge bands. Sommige waren echt de moeite van het luisteren waard. Maar soms werd er zo vals gezongen dat ik me maar bezig ben gaan houden met het resultaat van de bodypaint demonstratie. Dat beviel een stuk beter. Hoewel niet echt de totale body gepaint, was het gewaagd voor de preutse Indonesiers en vooral de jongens genoten en er werd door hen dan ook volop gefotografeerd.

Hier in Aceh begint mijn verblijf ook weer met netwerken. Ik kom hier voor het eerst omdat het decennia lang verboden gebied was voor buitenlandse bezoekers vanwege de binnenlandse oorlog tussen het nationale leger en de Acehse onafhankelijkheidsbeweging GAM. Er is nu een wankele vrede en de provincie heeft een autonome status gekregen, met als toegift de islamitische Syariah wetten, waar ze eigenlijk ook weer niet zo blij mee zijn.
Het netwerken en nieuwe contacten leggen, vindt gedurende de hele dag voornamlijk plaats in cafe's. Dat zijn, alcohol en wiet vrije, koffiehuizen die het midden houden tussen een Nederlands terras en een Nederlandse koffieshop in kantineuitvoering. De muziek die redelijk hard gedraaid wordt is Westerse en Indonesische pop. Er zit voornamlijk mannelijke jeugd. Een groot verschil met de gewone, met name op oudere mannen gerichte traditionele, koffiehuizen, die hier in Banda Aceh, de stad dus, in de minderheid beginnen raken. Vrouwen alleen in groepjes zie je er zelden en pas sinds de tsunami, door de invloed van buitenlandse hulpverleners. Het zijn moderne, trendy plaatsen waar door twintigers gedate wordt. Allemaal erg keurig zonder lichamelijke intimiteit, ondanks de donkerte, (openbaar zoenen kan levensgevaarlijk zijn!) Er is gratis wifi en de meeste groepjes zitten achter de computer te internetten, facebooken, games online te spelen. Poker is ook hier erg populair, maar met punten en niet om geld, zo werd mij verzekerd!



Koffiedrinken, discussieren en ouwehoeren, lijkt de belangrijkste hobby van de Aceher. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aan de koffie, die er in allerlei varianten gemaakt wordt op de manier zoals ik die ken uit India en Singapore.  In Indonesie zag ik deze manier van koffie zetten alleen eerder in Menado.
Ik ben hier in Aceh te gast bij Komunitas Tikar Pandan, een groep jongeren die zich bezig houdt met sociaal cultureel werk: schrijversschool, theater, exposities en workshops en vele andere activiteiten. Geleid door jonge Acehse schrijvers/kunstenaars. Ik ga er eind dit jaar exposeren en workshops geven in relatie met Stedelijke/Urban Communicatie.



Tot een volgende bijdrage. Selamat ngopi !

dinsdag 23 november 2010

Moeder Aarde geeft en neemt............

Reizend en levend in een land dat haar vruchtbaarheid te danken heeft aan de Ring Of Fire, het lint van vulkanen dat zich slingert door de archipel van Sumatra via Java, Nusa Tenggara (Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa, Flores, Timor.... alle op een rij....) en dan afbuigt richting het Noord Oosten via de Molukken en Papua naar de Filipijnen en Japan, betekent ook dat deze slapende reuzen zich verroeren, wakker kunnen worden, stevige hoestbuien krijgen en soms tot uitbarsting kunnen komen, zoals vanaf eind oktober met de Merapi gebeurde. De laatste uitbarsting van de Merapi vond plaats in 2006.

De uitbartsingen die om de paar dagen plaats vonden vanaf 26 oktober jongstleden hebben ruim 150 dodelijke slachtoffers en ruim honderdduizend evacuees en vluchtelingen opgeleverd. Er wordt nog steeds gezocht naar slachtoffers.


Bij de tweede uitbarsting kwam de sleutelbewaarder van de vulkaan om het leven, aangesteld door de sultan van Yogyakarta, verrast door de gloeiend hete as en gaswolken, tijdens het avondgebed. Hij werd met een paar anderen in gebogen houding de volgende dag aangetroffen in de moskee. Hij wilde eerst nog voldoen aan zijn religieuze verplichting alvorens zijn post te verlaten. De sultan van Yogyakarta brengt ieder jaar offers aan de zee, verblijfplaats van de demonen en de berg, verblijfplaats van de goden om harmonie in het heelal en zijn koninkrijk te bewerkstelligen.  De sleutelbewaarder Mbah Maridjan kan gezien worden als het medium tussen sultan en berg. Hij was degene die voorspellingen deed over de gedragingen van de Merapi. Hij wist als geen ander wanneer het tijd was om te evacueren en was altijd de laatste die vertrok. Interessant te concluderen dat de animistische handreiking door God werd opgeschort voor de verplichtingen van een moderne religie, die is losgeraakt van zijn natuurlijke wortels. Een ernstige misrekening die hem noodlottig werd.

De twee weken die volgden, waren weken vol angst voor velen, geruchten en berichten als zou de grote klap weldra komen. Het dagelijks leven in provincie en stad Yogyakarta was volkomen ontregeld. Hulpposten werden ingericht door het volk, geldinzamelingsacties werden gestart, hulpgoederen aangeleverd en evacuees en vluchtelingen opgevangen in privehuizen, scholen tot en met het voetvalstadium van Sleman aan toe. Buitenshuis droeg iedereen mondkapjes tegen de neerdalende en opwaaiende vulkanische as.


Omdat de meeste mensen die ik wilde spreken werkten als vrijwilligers, ben ik maar mee gaan helpen. Met Ficky inventariseren waaran behoefte is in kleine opvangcentra. Met perskaart en goed stofmasker bewapend ben ik de volgende dag samen met een andere vriend naar de berg gegaan om foto´s te maken, maar ver kwam ik niet. In de bergdorpjes aan de voet van de vulkaan die geevacueerd waren viel niet veel te fotograferen en toen we een RAS (rescue and search) eenheid aanspraken om te vragen of ik met een van de eenheden mee het gesloten gebied in kon op zoek naar slachtoffers, werd ons medegedeeld dat we ons snel moesten terugtrekken omdat er weer een uitbarsting aankwam, die inderdaad volgde. Maar wij waren op veilige afstand. Ik ben toen bij het Maguwoharjo voetbalstadium in Sleman afgezet om de situatie van de evacuees en vluchtelingen te fotograferen, waar ik de hele middag verbleef.
Het stadion is het grootste opvangcentrum in de omgeving van Yogya en er verblijven duizenden mensen.

De 34 jarige veeboer Heru Wijanto, geboren in Tegal en zijn vrouw Riana uit Kaliurang (33) aan de voet van de Merapi, zijn voor de tweede keer op de vlucht voor de berg. De eerste keer was in 2006, toen ze 6 maanden in opvang hebben geleefd. Deze keer is de uitbartsting ze bijna noodlottig geworden. Hij was niet thuis toen de uitbarsting plaats vond en Riana heeft onvoldoende gereageerd op het alarm omdat ze half slapend dacht dat het een langskomende ambulance was.

Toen de dorpsbewoners op de vlucht sloegen bleven zij en haar kinderen alleen achter. Heru mocht van de autoriteiten niet terug naar zijn dorp vanwege het gevaar. Uiteindelijk is het hem toch gelukt zijn vrouw en drie kinderen in veiligheid te brengen met meeneming van een paar matrasjes en wat spulletjes. Ze proberen er de moed in te houden en hopen terug te keren naar hun dorp en huis. Maar als er niets van over is, blijft alleen terugkeer naar zijn geboortegrond over, om daar met zijn gezin een nieuw leven op te bouwen.

Het leven in opvangkampen is saai en geestdodend. De mensen slapen veel en zijn apatisch. Sommigen kunnen helemaal niet slapen en staren alleen maar voor zich uit. Ze hebben niets om handen. Alles dat ze afleiding bezorgt is welkom. Ik heb met een groot aantal mensen gesproken en wat met kinderen gedold. Zij hebben relatief weinig nodig om zich bezig te houden en te vermaken. De volwassenen missen hun dagelijkse arbeid en bezigheden. Toch wordt, misschien wel juist, in deze omstandigheden zoveel mogelijk aan de dagelijkse routine vastgehouden. Eten en bidden op vaste tijden.

In de 30 jaar dat ik hier nu kom, heb ik altijd geluk gehad... knock on wood.... Blijkbaar is het mijn tijd nog niet om te gaan of heb ik uitzonderlijk hartwerkende beschermengelen. Meedere malen heb ik de effecten van (kleine) uitbarstingen van dichtbij meegemaakt, maar meer dan asregens en het stijgen van de temperatuur in de omgeving ondervond ik niet. Een keer was er een een aardbeving voor de kust van West Java, die Jakarta en het hotel waar Theo en ik verbleven hevig deden schudden, maar ook toen was er geen sprake van een ramp of van grote schade en slachtoffers. Alleen in de dorpjes aan de kust werden huizen verwoest en waren enkele slachtoffers. De schrik in Jakarta was wel groot. Het voelde alsof ik voer op een schip dat deinde op de golven. We moesten snel naar beneden van de 7e verdieping via de trap (dat wisten we wel). In de haast in ieder geval onze indentiteitspapieren meenemend. Buiten op straat afwachten wat er ging gebeuren omdat er altijd kans is op een grotere schok of naschokken.
Een andere keer, was ik met een groep reizigers per boot op reis door Oost Indonesie en paar dagen na ons vertrek van de reede van Maumere, werd een groot deel van de stad verwoest door een tsunami.
Een raar idee. De stad die je zo kort geleden nog bezocht voor een groot deel weggevaagd. Mensen die je sprak en waarmee je gewerkt hebt omgekomen of overleefd? Toen waren er nog geen mobiele telefoons en internet dus contact leggen met hen ging niet. Ik ben er sindsdien niet meer geweest, dus weet niet hoe de stad er nu uitziet en of de mensen waarmee ik kort samenwerkte nog leven.

Grote rampen als de tsunami in Aceh en eilanden voor de kust van Sumatra in 2004 en de aardbeving in Yogya in 2006 hebben we van verre be- en meegeleefd. Thuis in Nederland de berichten volgend en via telefoon en internet direct contact zoekend met onze vrienden. Vrienden hebben we nooit bij een ramp verloren en Insjallah (zo God het wil) zal het nooit gebeuren in de toekomst. Wel werden hun huizen verwoest of ernstig beschadigd en waren er slachtoffers in de familie- en kennissenkring van hen. Een Nederlandse kennis van ons kwam wel om bij de aardbeving die Yogya trof. Hij was kunsthandelaar en had een galerie in het getroffen gebied.


Het is niet voor niets dat er in Midden Java veel oude Hindoetempels uit de 8e eeuw en later opgericht zijn te ere van Shiva. Hij is de manifestatie van God die de ciclus van leven en dood met elkaar verbindt. Nieuw leven door vernietiging. Dat is ook de reden dat de bewoners uit de nabijheid van de vulkaan altijd weer terugkeren naar hun grond. Vulkanische grond is erg vruchtbaar.
Die levende, heilige drie-eenheid der dingen, ben ik me bewust geworden door het hindoeisme dat omnipotent is op Java en Bali. Met Shiva als manisfestatie van God die de circel rondmaakt. Twee extremen met elkaar verbindt, zonder zichtbare grens. Goed en kwaad zijn hetzelfde, bestaan niet in deze wereld, behalve in onze opvoeding, in onze geest en verschillen slechts in perceptie. Het is vreemd je bewust te worden dat je iets vanuit het diepst van je hart goed wil doen en dat het toch verkeerd/slecht wordt ontvangen door de ander.

In tegenstelling tot het beeld dat wordt gegeven van het Hindoeisme als veelgodendom of animisten die stenen en bomen als goden aanbidden, vereren beiden God als schepper van alles dat is. Alleen erkent het animisme God's aanwezigheid in alles dat is. Iets dat we in het Westen volledig vergeten zijn. Binnen het hindoeisme zou je Shiva kunnen zien als God, de heilige geest van het katholicisme. Brahma, de manifestatie van God de schepper, als God de Vader en Vishnu de behoeder van het leven, als God de Zoon, ofwel Christus. Elke wereldreligie bidt tot dezelfde God. Vandaar dat het zo vreemd is dat ze allemaal vechten om op te roepen tot het volgen van de ware (= hun) weg naar God en ze verschil zien tussen de joodse, christelijke, hindoe, animistische of islamitische God. In ieder geval komt het altijd van pas om verdeeldheid onder de mensen te zaaien of juist eenheid te creeren en er hun voordeel uit te halen. Typische menseneigenschappen die niets met God van doen hebben.


Gelukkig is Java over het algemeen erg tolerant en wordt de eerste zuil van de staatsfilosofie de Pancasila ook in de praktijk gebracht. Geloof in een God, ongeacht het pad dat je bewandelt. Dat ervoer ik weer sterk toen ik vorige week Idul Adha, het islamitische offerfeest vierde. Voor mij is het een belangrijk feest omdat het de totale overgave aan God symboliseert en het verhaal van Abraham vertelt die door God werd opgedragen zijn zoon Isaac te offeren als blijk van onvoorwaardelijke vertrouwen in zijn almacht. En juist op het moment van (op)offering was er het lam dat in plaats van Isaac geofferd mocht worden omdat Abraham zijn vertrouwen in God niet had beschaamd.
Die totale overgave aan en het onvoorwaardelijke vertrouwen in God's almacht (en niet aan de islam of welke ander religie of religieus instituut dan ook, want mensenwerk) heb ik geleerd van de islam in Indonesie. Ook ik heb me totaal overgegeven in Gods handen en vertrouw erop dat Hij er is om me op te vangen als ik val. En waarachtig Hij was er toen ik viel en hielp me op te staan door me een weg te tonen of het juiste op mijn pad te brengen.
Idul Adha heb ik gevierd met Zori, een Bulgaarse vriendin en een van de deelnemers aan de seminars in Yogya. Zij doet onderzoek voor haar PHD hier in Depok aan de UI. Samen zijn we voor het ochtendgebed naar de moskee gegaan van de Universiteit van Indonesie om met honderden anderen deze daad van overgave aan God te herinneren. Ook met Theo heb ik deze dag ooit gevierd in de grootste moskee van Azie: de Istiqlal moskee in Jakarta. Toen met vele tienduizenden gelovigen. Samenzijn in een aanzwellend tranceverwekkend gebed. Het gebed volgend alsof ik mijn leven niet anders had gedaan. Iets dat me altijd zal bijblijven.

Vergelijkbare ervaringen hadden Theo en ik tijdens boeddhistische vieringen in Thailand en Indonesie, in Israel bij joodse riten, maar ook bij animistische riten op het eiland Alor. Het gezamenlijk opgaan in extase door dans, gezang of gebed is bovenaards.


Na het gebed terug naar de realiteit van deze wereld met het werkelijk offeren van de offerdieren. Precies zoals beschreven in het oude testament. Koeien en geiten, ritueel geslacht onder het uitspreken van gebed en begeleid door takbiran, het herhalend half zingende en reciterende prijzen van God.
Het klinkt misschien wat achterlijk, maar ik ervaar altijd weer een enorme verbondenheid met het leven, de natuur en de levende God in alles dat is. Iets dat in het Westen totaal verdwenen is.
De hele kampung is betrokken bij deze gebeurtenis. Jong en oud. Gehandicapt in rolstoel of gezond. De mannen slachten de offergaven, die afkomstig zijn uit de gemeenschap en hakken het in grote stukken. De vrouwen verdelen het vlees in honderden porties die later in de wijk onder de (arme) bewoners verdeeld  worden. Dit jaar werden zo'n 350 porties verdeeld na het slachten van twee runderen en een stuk of 8 geiten. Minder dan vorig jaar. Er is veel gegeven voor de slachtoffers van de uitbarsting van de Merapi, de tsunami op het eiland Mentawai en de modderstroom in de Wasior vallei op Papua.

Diezelfde eenheid en solidariteit zag je in de opvangkampen voor de evacuees/vluchtelingen van de vulkaanuitbartsing. Gotong Royong, gezamenlijke arbeid ten behoeve van de samenleving, de communiteit is typisch Indonesisch en heb ik overal waar ik kwam ervaren en aanschouwd. Soms nam ik deel, meestal legde ik het vast, daarmee ook deelgenoot zijnde van het gebeuren. Gezellig keuvelend met allen die er waren. Ook Zori en ik kregen het obligate lunchboxje met een hartig en zoet hapje en een plastic glas aqua, verpakt industrieel drinkwater en deelden mee met de anderen.


woensdag 17 november 2010

Opnieuw thuisgekomen en nog steeds onderweg

Na een korte vakantie aan zee met Prita in Pelabuhanratu aan de zuidkust van West Java, afgelopen week, ben ik weer druk met het voorbereiden van volgende projecten en werkzaamheden. Mijn reisschema voor de komende twee maanden is nu vrijwel rond: Bandung, een paar dagen volgende week, Aceh aan het eind van de maand, terug naar Yogya voor een paar dagen en vandaar met een vriend naar zijn familie en stam in Sorong, Vogelkop, Papua voor de kerst en oud en nieuw.


Momenteel verblijf ik weer in Depok, mijn standplaats gedurende mijn verblijf in Indonesie. Hier kom ik steeds terug en tot rust, in de schoot van de familie van Prita. Een plaats om gedane werkzaamheden te evalueren, mijn foto's aan kritische ogen te onderwerpen en nieuwe werkzaamheden te plannen. Deze keer ook om mijn visum met twee maanden te verlengen

Ik ben hier in Indonesie vrijwel geheel gevrijwaard van elke vorm van huishoudelijk werk. Overal waar ik verblijf, word ik verwend. Om iets terug te doen, trakteer ik met etentjes: buitenshuis voor de jeugd, voor wie het makkelijker en goedkoper is om buiten te eten. Zo tussen de 50 cent en 1 euro heb je hier al een goede maaltijd. Voor familie probeer ik af en toe te koken. Hun keuken is goed genoeg ingericht voor mijn escapades. Zo heb ik afgelopen zondag een groots pannenkoekenfestijn georganiseerd voor de familie met aanhang. Eerst boodschappen doen: groenten, bloem, eieren, stroop, honing, appels, kaas en runderbeleg, etc. Voor het avondeten met Evie, vriendin van Opy, Prita's oudste zoon en Soraya, vriendin van Tata, Prita's tweede zoon de groenten gesneden en gesmoord. Beslag gemaakt en vervolgens op twee pitten pannenkoeken gebakken voor 13 personen, 2 pannenkoeken elk en voor een enkeling een derde. Ieder een groentenpannenkoek met kaas en/of rundvleesbeleg en een zoete appelpannenkoek toe. Hier kennen ze geen hartige pannenkoeken, dus dat was nieuw. Het was een groot succes. In tegenstelling tot hun verwachtingen hadden ze allemaal een goed gevulde maag. De meeste Indonesiers zeggen niet gegeten te hebben als ze geen rijst hebben gehad. Een ware ontdekking dus, dat het ook zonder kan. De aloude familierecepten, via mijn vader tot mij gekomen, werden met veel plezier genoteerd, zodat ze ook zonder Oom Arjan pannenkoeken kunnen bakken.


Eergisterenavond om 00.00 uur Tata's 30e verjaardag ingeluid en gisterenavond hebben we het in familiekring gevierd. Verjaardagen worden hier wel en niet gevierd. Niet zoals wij dat doen, met visite of een feest. Soms zijn er kado's, zoals voor Tata en vieren ze met de mensen die er zijn en dat was gisteren het gehele gezin wat uitzonderlijk is. Meestal is een verjaardag een dag als alle andere.

Naast deze familie die me als een ware zoon heeft aangenomen, me met raad en daad bijstaat en met liefde verzorgt, heb ik ook nog aangetrouwde familie in Semarang en omgeving.
Na 5 dagen seminars in Yogya, vertrok de caravan van professoren naar Bandung voor twee dagen en aansluitend naar Jakarta voor een afsluitende ceremonie. Ik ben in Yogya gebleven, omdat ik al zoveel gereisd had en nog volop werk had in Yogya. Ook begon er twee dagen na de seminars een grote 3 daagse fotografenontmoeting in Yogyakarta, waar ik graag aan wilde deelnemen om contacten te leggen en de fotomarkt in Indonesie te verkennen. Helaas werd het evenement uitgesteld vanwege de uitbarstingen van de Merapi vulkaan. Dit gaf mij de tijd en gelegenheid voor een paar dagen familiebezoek aan Semarang en tevens fotografie.


In Semarang verblijf ik bij Edu en zijn vrouw Yati, hier op de foto met hun oudste zoon Johny. Ze leven van de inkomsten van een kleine warung aan huis waar ze pecel (groente met pindasaus), tahu, tempe en andere kleine gorengan, gefrituurde hapjes, verkopen. Daarnaast werkt Edu als chauffeur, klusjesman en manusje van alles. Ze hebben het erg moeilijk. Een vlotte, doorlopende studie voor de kinderen na de middelbare school is alleen mogelijk als er voldoende geld is en gaat met horten en stoten. De oudste twee: Johny en Yuska, begin twintigers, werken los en vast als onderwijzer, musicus in een kerkbandje of bij de scouting en harmonie en proberen zo wat inkomsten te verwerven. De jongste Nathan is een nakomertje, als gevolg van haperende familyplanning, een ongelukje dus, maar daarom niet minder gewenst. Hij wordt volgende maand 4 jaar oud en gaat al naar de kleuterschool. Voor mijn fotoreportage over de jeugd in Indonesie bezocht ik zijn school in de buurt.


Ik probeer een breed, algemeen beeld van de jeugd in Indonesie te schetsen van geboorte t/m een jaar of 30. Daarnaast ga ik een aantal diepgravende portretten maken door het volgen van individuele kinderen/jongeren en hun families, in de stad en op het platteland, arm en rijk. Neefje Nathan is een van hen en volg ik diepgravender.  

Het familiebezoek was erg fijn maar emotioneel, omdat het de eerste keer was na het overlijden van neef, oom en opa Theo. Hij wordt erg gemist. Op zondag, een echte familiedag, zijn we naar Theo's nicht Mary gegaan die bij dochter Era en haar gezin aan de andere kant van de stad woont. Met zijn allen per motorfiets. Ik achterop bij neefje Yuska. De op krediet gekochte motorfietsen zijn hier in Indonesie wat de familieauto is in Nederland. Goed voor het vervoer van een heel gezin van 4 personen, zoals hier te zien is bij nichtje Nani, haar man en twee kinderen.


In Indonesie zijn miljoenen motorfietsen. Voor forensenvervoer buiten de stad, maar vooral ook in de stad, waar het groeiende aantal auto's en de gebrekkige infrastructuur vervelende files creeren. De duizenden motorfietsen zijn als een vlucht zoemende bijen die zich tussen de auto's door hun weg in het verkeer zoeken. In Nederland zouden er tientallen ongelukken plaatshebben, maar hier zijn de automobilisten erop ingesteld en het is ongelofelijk te zien hoe het in de meeste gevallen toch weer goed afloopt. 
  

De familiezondagen doen me denken aan mijn jeugd toen we bijeen kwamen bij opa en oma. Ooms en tantes, neefjes en nichtjes bij elkaar in een kleine ruimte: kletsend, spelend, samen etend. Een hoop drukte en gezelligheid. Een, in alle opzichten ware thuiskomst wederom. Ditmaal in de schoot van mijn Indonesische familie.
Hier in Indonesie behoort het doen van een dutje door de meestal 5 dagen per week werkende ouders  ook bij het zondagritueel, evenals het baden erna. Aankomst aan het eind van de ochtend en aan het eind van de middag weer gebaad en min of meer uitgerust terug naar huis.

Op de heen en terugweg naar Semarang waren de sporen van de vulkaanuitbarstingen van de Merapi zichtbaar toen we Yogya verlieten en op de terugweg vier dagen later in Muntilan en Magelang, de omgeving van de Borobudur, die erg getroffen is door de asregens.
Meer over de Merapi in een volgende bijdrage.



maandag 8 november 2010

Kunst, cultuur en vrije tijd

Vijf overvolle dagen met interessante seminars en gelukkig ook een paar ontspannen avondprogramma's. Een van deze avondprogramma's  werd gevuld met een bezoek aan een traditionele kampung (volkswijk) in Kota Gede, nu onderdeel van Yogyakarta, vroeger de hoofdstad van het rijk Mataram.
Het was een gezellige avond met traditioneel Javaans eten, muziek, dans en culturele uitwisseling. Ze hebben er me zelfs toe gekregen om een krontjongliedje te zingen met het orkest dat die avond speelde. Het is zeldzaam dat je zo'n goed orkest in een kampung ziet en hoort spelen. Een fantastisch orkest dat de sfeer van het oude Indie, maar ook het moderne Indonesie vatte in melancholieke, op Portugese fado's gebaseerde, volksmuziek. De muziek werd door de Portugenzen aan het eind van de 15e eeuw naar Indonesie gebracht. Hetzelfde geldt voor de typische krontjonggitaar, die oud Portugees is. Meestal wordt hij nu vervangen door een ukelele en een gewone gitaar. Nederland heeft een ietsje pietsje bij gedragen aan de krontjongmuziek. Het is de muziek van de gemengdbloedigen en is zeer populair onder de Indischen. Ik zong samen met een jonge schone en de organisator van de seminars Darwis, Bengawan Solo, een lied vol heimwee over de Solorivier.
De hele kampung was betrokken bij het gebeuren. Moeders die hadden gekookt, vaders die muziek maakten of speeches gaven, buurtbewoners als haag van toeschouwers en tientallen kinderen die zich tussen het gewoel door bewogen als vissen in het water: spelend en gein makend om al die vreemde buitenlanders. Negers (anders dan de negroide Papua) kom je zelden in Indonesie tegen dus was ik als witte eens niet het middelpunt van hun aandacht.



Ik bezoek hier sowieso veel culturele evenmenten: exposities, muziek, dans en theater tot nu toe. Het is hier betaalbaar voor mij en ik krijg veel (gratis) uitnodigingen of ga mee met vrienden naar hun exposities en uitvoeringen. Ik ben nog niet naar de film geweest, maar dat komt nog wel. 
In Yogya bezocht ik een moderne bewerking van het aloude Medeo (geen idee wie de schrijver is, ik heb geen klassieke opleiding achter de rug), met als titel Medeo Media door Teater Garasi. Ik heb genoten van de setting in deze tijd met als achtergrond de studio van een talkshow en de wereld van de entertainment industrie. Ik kon bijna alle tekst volgen en heb verschrikkelijk gelachen om de cliche beelden en bewerking van de thema's uit het oorspronkelijke verhaal. De zaal was afgeladen vol. Hoewel het publiek bij voorstellingen en exposities vaak hetzelfde is, een culturele elite, net als in het Westen. Enig verschil is misschien dat er veel studenten bij zijn. In Nederland is het publiek voor theater en dans toch vaak ouder, als ik me niet vergis, want het is lang geleden dat ik in Nederland theater of dans heb gezien.




Ook bezocht ik een voorstelling door kinderen van Anak Wayang Indonesia, het was een Ketoprak (volkstoneel) uitvoering van het verhaal van Saidja en Adinda van Multatuli uit de Max Havelaar. Anak Wayang is een stichting die zich bezig houdt met opvang van kinderen en non-formele educatie. Ze maken veel gebruik van creativiteit: muziek, toneel en vroeger ook film. Nu zetten zij zich vrijwillig in door middel van traumahealing voor de kinderen die verblijven in opvangcentra voor vluchtelingen vanwege de vulkaanuitbarsting van de Merapi en doen aan fundsraising, zoals veel hee veel groepen hier in Yogya en elders op Java. De solidariteit is groot. In 2002 hebben wij een groep kinderen van AWI naar Nederland gehaald in het kader van Festival Mundial. Ficky was een van hen. Hij was toen 14 jaar oud en was een wat verlegen jongen, die zichtbaar opbloeide en lef had op het moment dat hij optrad. Toen al met pantomime bezig. Ook deze keer was hij van de partij, samen met een andere jongen uit die eerste groep Wayang kinderen (letterlijke vertaling van Anak Wayang). Zij werken nu parttime bij Anak Wayang of zetten zich in als vrijwilligers. Het is grappig om juist dit gedeelde verhaal uit de Nederlandse en Indonesische literatuur en geschiedenis in deze uitvoering te zien. Wederom Sahring-A-History. Het lijkt de leidraad van mijn leven te worden. 



In Semarang waar ik vorige week was voor familiebezoek heb ik een concert van het Nederlandse Yuri Honing accoustisch Jazzkwartet bijgewoond. Ik had gratis toegangskaartjes bemachtigd en ben samen met neef Yuska en een vriend gaan luisteren. Voor deze jongeren was het een uitzonderlijke ervaring omdat ze maar zelden concerten bezoeken, vanwege hoge drempel of financieen.
Wat nog uitzonderlijker was, is dat ze samen met anderen een jazzband hebben gehad. Ik wist dat mijn neef Yuska muziek maakte maar dat hij jazz heeft gespeeld wist ik niet. Ze zaten het hele concert zichtbaar te genieten. Het soort jazz dat Yuri en zijn kwartet bracht was heel anders dan ze gewend zijn te luisteren of te spelen. Dit was meer Miles Davis achtige jazz. Eigen en oudere composities. Yuska was de drummer van de meer jazzrockband en hij verbaasde zich met name over de inzet van de drums. In tegenstelling tot rockmuziek waar de drummer het ritme bepaalt, was het hier de staande bas die dat deed en de drummer vulde als instrumentalist het harmonische patroon. Nauwelijks zijn bastrom met zijn voet bespelend maar voornamelijk de bekkens, cymbalen en troms beroerend, aaiend, strijkend alsof hij een geliefde liefkoosde. Jammer was het dat het concert nog geen uur duurde. Het publiek had nog wel meer willen horen. De musici hadden behoorlijk last van slechte monitorversterking zodat ze zichzelf en elkaar nauwelijks konden horen, maar de zaalversterking was gelukkig goed. Ogen dicht en de verschillende lijnen van de instrumentenvolgend: saxofoon, piano, bas en drums die zich tot een harmonisch geheel weefden. We hebben er erg van genoten. Na het concert nog even met de drummer gekletst en een fanfoto gemaakt van Yuska samen met hem en daarna een kleine afterparty met een biertje en nakletsen in een soort cafe.




Naast cultuur heb ik me ook over laten halen door Ficky om mee te doen met een spelletje Futsal, indoor voetbal met een groep studiegenoten van zijn universiteit. Hoewel ik 2,5 maal de leeftijd had van de medespelers, ging het me toch nog redelijk af. Ik had alleen vreselijke spierpijn de volgende dag. Genoeg beweging, dat wel, maar niet het soort bewegingen die je maakt tijdens een potje zaalvoetbal. Naast een potje futsal, bij uitzondering en het trappen van een balletje hier en daar doe ik iedere ochtend wat gymnastiekoefeningen om mijn lijf soepel te houden.
Voor mijn fotoproject over de jeugd in Indonesie volg ik een aantal hoofdpersonen, waaronder Ficky. Ik ga dus regelmatig met hem op stap, ook om foto's te maken. Dan sla ik 2 vliegen in een klap tijdens zo'n uitje.
Fysieke ongemakken heb ik nauwelijks. Alleen mijn kont doet enorm zeer. Ik ben een paar kilo's kwijt geraakt en ik voel continu waar ze af zijn gegaan! Ik zit gewoon op mijn botten. Ik zit weinig op zachte stoelen, maar direct op beton (zoals nu, al typend), bamboe of hout en reis veel. Achter op de brommer waar ik me veel mee verplaats, wordt mijn arme kont ook continu geranseld. 


Het is nu half een hier en kinderbedtijd, dus houd ik het hier maar bij.
Volgende keer een verslag over mijn familiebezoek in Semarang van afgelopen week.

zondag 7 november 2010

Diversity in globalised society

Daar ben ik weer.
Het heeft even geduurd, maar de afgelopen weken waren weer killing!

De eerste paar dagen na aankomst in Yogya heb ik gebruikt om wat bij te komen, mijn vorige bericht te schrijven en vrienden te bezoeken.
Indonesie is in de greep van natuurrampen op dit moment. Nu in Yogyakarta en de naaste omgeving de uitbartsingen van de Merapi vulkaan. Vorige maand een tsunami die de Mentawai eilanden trof en
in de tweede helft oktober had er in Wasior, West Papua een grote ramp plaats door een modderstroom die de berg afstorte en een hele vallei verwoestte.
In Yogya werd door Papua studenten (dat zijn er inmiddels een behoorlijk aantal) een benefietconcert georganiseerd waar ook mijn vrienden van Shaggydog aan meededen. Omdat zo'n concert mooi past in mijn grote fotoreportage over de jeugd in Indonesie en ik Shaggydog nog nooit in Indonesie heb zien optreden, was dit de juiste gelegenheid.
Ik ben met ze meegegaan  en heb het geheel gefotografeerd, zowel samenkomst vooraf, backstage als het concert. Het is een hele leuke avond geworden. Bier, uitzinnige fans en lekkere dansbare muziek.
Aansluitend met Heru, de zanger van de band en zijn vriendin doorgezakt in een lokale kroeg en bij hem op de bank gecrashed omdat ik de plek waar ik verbleef niet meer kon vinden in deze conditie en in het donker.... vooral dat laatste natuurlijk! :-)





 

De dag daarna heb ik een groot deel van de dag en de nacht doorgebracht bij Caroline en Sutik. Caroline heeft vroeger voor ons gewerkt en is getrouwd met een van de Shaggydogscrew. Zij hebben in Zuid Yogya een kleine homestay en een van de kamers was vrij dus heb ik daar maar geslapen. Ik leid een redelijk nomadisch bestaan op het moment.

Vanaf zaterdag de 23e begon het serieuze werk, hoewel mijn fotografie natuurlijk ook wel echt werk is.
Zaterdag begon een tweedaags programma gelinkt aan het Internationale seminar waaraan ik deelnam.
Die dagen waren rond het thema "dialoog tussen de godsdiensten" dat in Indonesie nog in de kinderschoenen staat. Hoewel Yogyakarta een voorbeeld is voor de rest van het land. Hier is het nog nooit tot rellen of onlusten tussen de religies gekomen. De Javanen zijn een zeer eclectisch, open en tolerant volk. Bij veel Indonesische volken vormen de adat, de ongeschreven wetten, normen en waarden en volksgeloof gerelateerd aan geesten en voorouderverering de basis van hun bestaan. Daar bovenop kwamen de laagjes "moderne" religies: hindoeisme, boeddhisme, christendom en islam. Door de gebeurtenissen van het afgelopen decenium is er in dat opzicht veel veranderd. Extreme en fundamentalistische ideeen zijn hier van buitenaf geplant en zijn tot wasdom gekomen. Dat maakt het er allemaal niet makkelijker op. Maar hetzelfde geldt voor het Westen. De fundi's vormen een kleine minderheid met een grote mond waardoor ze een stevige stempel drukken op samenlevingen.
Daar komt dan nog het terrorisme bij, waardoor alles verder op scherp wordt gezet.

We hebben een moderne hindoetempel, de Borobudur en een boeddhistisch klooster bezocht, een religieuze gemeenschap die gedeeld wordt door katholieken en moslims, een kerk, een Chinese tempel met Boeddhistische, Confusianistische en Taoistische schrijnen, een Islamitische asrama een Javaanse sekte en een Moskee. We begonnen de dagen met een ontmoeting en welkom op een universiteit en een bezoek aan de Karton, het paleis van de sultan van Yogya, die nog steeds wereldlijke macht heeft, bovendien gouverneur is en zeer gerespecteerd wordt door het volk. Overal werden we groots welkom geheten en ontvangen met speeches, eten en drinken, zoals het de Indonesische gastvrijheid betaamt.
Al snel was ik een soort gids en tolk, want ik was de enige die zowel Frans, Engels als Indonesisch spreekt. En door mijn kennis van Indonesie kon ik ook de gastheren het vuur aan de schenen leggen en de anderen uitleg verschaffen over verschillende gewoontes en wetgeving. Bijvoorbeeld betreffende interreligieus trouwen, dat hier onmogelijk is omdat er geen burgelijk huwelijk bestaat. Een van de twee a.s. gehuwden moet dus om naar de andere religie. Dit kan alleen ontweken worden door in het buitenland te trouwen.


Het programma was even druk en vol als het hierboven leest. 's avonds kwam ik bekaf thuis. De tweede avond had het officiele welkomstdiner plaats voor alle deelnemers d.w.z. sprekers van de seminaars.
Op de foto hierboven staat maar een deel van het zeer gemelleerde gezelschap dat bestond uit professoren uit diverse vakgebieden, afkomstig uit, wonend en werkend in Azie, Afrika, Europa en de V.S. Globalisme ten top. Een Senegalees die les geeft in de V.S., een Ghanees die doceert in Hong Kong, een Vietnamees echtpaar dat hun tijd deelt tussen Franktrijk en Vietnam, Indiers, een Bulgaarse die onderzoek doet in Jakarta, een studentenleider uit Darfur, Marokkanen, een Algerijnse, enz.  De rest van de deelnemers druppelde bij het diner en de volgende dag binnen. Totaal waren we met 32 personen.  Een erg interessant gezelschap. Ik had al snel contact met de Bulgaarse, het Vietnamese echtpaar, een Indier, de Senegalees en een Amerikaanse die theaterwetenschappen doceert en met mij samen een workshop deelde.
Ik was in alle opzichten een buitenbeentje in de groep, een rol die me wel ligt. Ik had aangekondigd dat ik een rebel ben en tijdens de drie dagen seminars bleek ook wel dat ik een zeer afwijkend beeld heb van de wereld dan de meeste van hen. Maar tot mijn verbazing werden mijn inbreng, mening en inzichten zeer op prijs gesteld en ik had zelfs een paar verstokte fans met wie ik buiten de seminars om veel heb gepraat en gedeeld. Vier van hen heb ik op de enige vrije avond uitgenodigd voor een bezoek bij mij thuis, d.w.z. de sanggar = leef- en werkplek van Teater Mime Yogya, de pantomimegroep van Ficky en zijn vrienden Asita, Andy en Inyong, waar ik een week heb verbleven. Het was een overgetelijke avond waarop echt gedeeld werd. Eten, drinken, liederen , verhalen en grappen uit diverse landen. Drie jongens van de mimegroep waren aanwezig en ik had de dochter van mijn becakvriend uitgenodigd die psycholgie studeert in Yogya.  


De seminars waren van 9 uur 's ochtends tot 5 uur. Ik stond om half 6 op om op tijd bij het hotel te zijn waar de bus de deelnemers kwam ophalen. 's avonds om 6 uur weer in het hotel en meestal geen tijd om naar huis te gaan om me te baden en te verschonen, want het avondprogramma stond alweer voor de deur. De meeste seminars waren interessant en ik heb veel geleerd. Maar naar mijn mening teveel gebaseerd op oude denkbeelden en de sprekers lijken te weinig bewust van wat er in de wereld op het ogenblik echt aan de hand is. Een voobeeld: er was een hele ochtend gewijd aan economie. Prachtige verhalen over arme landen die rijker werden en verschuivingen door economische crises, politieke instabiliteit, etc. Daarop stelde ik de volgende simpele vraag aan alle economen: Economie draait om geld, daar praten jullie over, "Wie is volgens u het rijkste: een becakrijder die 10.000 rupiah in zijn hand heeft of een Europeaan die 250.00 Euro schuld heeft?"
De vraag bleef onbeantwoord. Waarop ik ze erop wees dat mijn vraag niet beantwoord was, in tegenstelling tot de andere vragen. Konden ze het niet of wilden ze het niet?
Ik heb dezelfde vraag aan minstens 50 Indonesiers gesteld de afgelopen tijd en hun antwoord was unaniem: de becakrijder. Maar in de huidige "oude" wereld is de Europeaan, of ongeacht welke andere "rijke" met enorme schulden het rijkst. Volgens mij drijft de huidige economie op lucht en is het volk schuldslaaf van de banken en verworden tot een productierobot. Nauwelijks meer tijd om echt te leven en met familie en vrienden te delen. Zie verder mijn vorige bijdrage.

Ook tijdens andere seminars wilde ik nog weleens de wereld op zijn kop zetten en de professoren aan het denken zetten. Bijvoorbeeld: "Wat is het verschil tussen het omkopen van politici of de lobbyisten die voor even veel geld de politici kneden en suflobbyen van onze centen ?" Veel NGO's zijn inmiddels grote  instituties geworden en vormen een industrie opzich waarvan vele tienduizenden families of meer leven en waarin vele miljarden omgaan. Dat is dan wel weer goed voor onze werkgelegenheid, maar toch: was dat de oorspronkelijke bedoeling?

Ik deelde de tijd tijdens de Arts workshop met Kanta, de Amerikaanse theaterwetenschapper en performing kunstenares. Wij liggen aardig op een lijn en zien een belangrijke rol weggelegd voor culturele diplomatie en inzet van kunsten bij educatie, bewustwording en interculturele communicatie in de huidige globaliserende wereld.
Mijn  eigen lezing werd een groot succes. Ik heb veel aanhang onder de studenten, die mijn vragen en afwijkende standpunten  wel konden waarderen. Ik sprak in hun taal over hun wereld. Ik ben hoopvol gestemd waar het de toekomst van de aarde en de mensheid betreft. De jeugd deelt overal ter wereld dezelfde ideeen, waarden en normen. Als ze nu ook gaan accepteren dat alleen door eerlijk te delen wij als mensheid kunnen overleven (ze zijn zich aardig bewust van de staat waarin de wereld zich op dit moment bevindt), dan zou het nog wel eens goed kunnen komen. En delen doen ze en ze communiceren zich (internationaal en intercultureel) suf online en via SMS, maar ook via muziek en jongerncultuur, etc. etc. Ik zet in op de jeugd, niet op de huidige overheden en instituties, hoe belangrijk ze ook zijn geweest in het proces om ons op dit punt van de geschiedenis te brengen. 




woensdag 27 oktober 2010

Onderweg en teruggekeerd

Het is me allemaal teveel geworden dat reizen. Na terugkomst in Depok heb ik twee dagen rust genomen voor administratieve werkzaamheden, ontspanning en een langverwachte pijat (massage). De masseur heeft me goed te grazen genomen. Au! Nek, bil, schouder, been, arm en dijspieren hard van het zitten en de stress die er nog inzat van de drukte in Nederland voor vertrek losgekneed. Daarna een aderlating op zijn Chinees. Met speldenprikjes de huid op specifieke plekken op de rug laten bloeden en er vervolgens een micacup plaatsen die vacuum wordt gezogen. Resultaat een rug vol rode kringen. die dagen later nog zichtbaar zijn. Op mijn linkerschouder waar ik al lang last van heb omdat hij verstuikt is, of hoe dat ook mag heten bij een schouder, kleurde de circel dieprood. Volgens de Chinese medische wetenschap verzamelen afvalstoffen uit het lichaam zich in  bloed onder de huid. Dit "vervuild" bloed wordt middels deze methode afgevoerd. Het resultaat is in ieder geval goed en ik heb minder last van mijn schouder. Deze methode moet nog wel 1-2 X herhaald worden om gehele genezing te bewerkstelligen. Leuk vooruitzicht als ik weer terug ben in Depok :-)



Gedurende de drie dagen voor ik weer terug zou keren naar Yogya heb ik weer allerlei ontmoetingen gehad in Depok en Jakarta. Netwerken, netwerken en nog eens netwerken. Zoveel mogelijk voorbereiden voor mijn (foto)werk. Weer ondeweg met eigen auto of veelsoortig openbaar vervoer.
Ik heb een bezoek aan de weduwe van dichter Rendra gebracht en zijn graf en dat van Innisisri bezocht die ook begraven ligt op het kerkhofje van de Theater Werkplaats van Rendra. Ook heb ik op diverse adressen weer veel oud leden van Rendra's theatergroep ontmoet die ik in geen jaren had gezien. Vele herinneringen opgehaald uit onze "jeugd" in de jaren '80 toen we twintigers waren en we veel met elkaar hebben opgetrokken. Nu hebben we grijze haren, gezinnen en hebben we getreurd om onze vrienden die te vroeg zijn hee gegaan en gelachen om onze ouderdomskwaaltjes. Maar wij leven nog en zijn volle moed om door te gaan en het werk van onze voorgangers voort te zetten.

De zaterdag voor mijn vertrek naar Yogyakarta heb ik geslapen bij een nieuwe kennis in Jakarta, waar ik liefdevol ben ontvangen door zijn gezin.  's Avonds zijn we naar een open podium gegaan in een centrum dat straatjongeren bijstaat waar een bandavond plaats had voor jonge beginnende bands en musici. Daar heb ik contact gelegd met straatjongeren om later fotoreportages te kunnen maken, die onderdeel uit gaan maken van een grote reportage over de jeugd in Indonesie: seks, drugs en rock&roll, o.a. in relatie tot HIV/Aids. Naast een algemeen beeld, wil ik proberen de diepte in te gaan door enkele jongeren die aan de rafelranden van de maatschappij leven langduriger en van zeer nabij te volgen.

Zondag 17 oktober met het vliegtuig teruggekeerd naar Yogyakarta. Van lange reizen per auto, trein of bus heb ik even mijn buik vol en de kosten verschillen niet zoveel meer als vroeger. De tijd- en energiewinst compenseert het verschil ruimschoots.
Het is fijn om weer terug te zijn in "mijn" Yogyakarta, de stad van waaruit Theo en ik jaren hebben gewerkt en gereisd in Indonesie.
De stad lijkt in veel opzichten op Tilburg. Voormalig textielstad en nu onderwijsstad, veel jongeren en veel activiteiten op het gebied van kunst en cultuur: exposities, lezingen, seminars, bijeenkomsten.
Maar over Yogya later meer.

Mijn eerste officiele werk vindt plaats op de Gajah Mada Universiteit, waar ik de 27e een lezing ga geven tijdens een groot congres over globalisering. Ik ga er praten over culturele beinvloeding door migratie, kolonialisme, slavenhandel in heden en verleden.



Mijn stelling is dat we nog steeds wereldwijd leven in een feodalistische maatschappij met een kleine bovenlaag van machthebbers die het overgrote deel van de macht en rijkdom in handen hebben en het gewone volk laat ploeteren voor hun welvaart. Door het maken van mijn installatie Sharing-A-History en de twee laatste verblijven in Indonesie in 2007 en 2009 is me dat erg duidelijk geworden. Er is nauwelijks meer verschil tussen Nederland of Indonesie, Amerika of China; kapitalisme of comunisme of welk -isme dan ook. Het volk consumeert net als wij bij Mac Donalds of Pizzahut, kijkt naar dezelfde TV programma's en de jeugd speelt dezelfde computerspelletjes, luistert naar dezelfde muziek en kijkt naar MTV. Terugkijkend in het verleden blijkt dat ieder volk gekolonialiseerd is geweest en heeft gekolonialiseerd. Het resultaat is een groei naar wereldwijde eenheid. Het punt van eenwording komt zichtbaar dichterbij. We leven in een spannende tijd! Interessanter dan te kijken naar alle ellende die dat proces van eenwording teweeg heeft gebracht en elkaar om de oren te slaan met -ismen, is het om te kijken hoe we elkaar beinvloed hebben op cultureel en wetenschappelijk gebied.  Kijken naar de dingen die we met elkaar delen.
Nu is duidelijker dan ooit tevoren dat we bijvoorbeeld onder hezelfde juk van productie en consumptie gebukt gaan om zo de economische macht in stand te houden. Regeringen worden al eeuwen lang gecorumpeerd door de econische machthebbers. Een land dat zich ontwikkeld, is een afzetmarkt voor hun producten. Hoe "rijker" het volk, hoe meer ze consumeren. De industrie heeft controle over de media. Denk hierbij aan Berlusconi en aan Poetin, maar ook aan China of Nederland waar alle publieke eigendommen afbrokkelen en in de uitverkoop zijn gegaan en zijn overgenomen door internationale conglomeraten.
Aan het eind van de maand is ons salaris opgeconsumeerd en blijven schulden over. Hier in Indonesie, waar kopen op crediet mode is, maar ook in Nederland of Amerika. Het financiele, risicovolle spel van de megarijken wordt gefinancierd door het volk. Denk aan de krediet en hypotheek crisis. De Nederlandse staat compenseert het geleden verlies van de Have's met de belastingcenten van de Have Not's.  Zolang het volk brood en spelen heeft, aangepast aan de staat van ontwikkeling, klaagt men er niet over dat de Bovenbazen tot wel 100.000 X of meer het salaris van de man op de werkvloer verdienen.



Imperialisme, kolonialisme, slavenhandel, oorlog, migartie, armoede, corruptie, toen en nu hebben een economische grondslag. Het grote verschil met toen is dat we het niet van elkaar wisten en het ons niet bewust waren. Door de ICT weet de Afrikaanse of Aziatische boer wat de marktprijzen van zijn product zijn in de grote stad en zelfs wereldwijd. Het feodale gezicht van de wereld wordt langzaam zichtbaar.
In de nieuwe, globaliserende wereld wordt je culturele achtergrond: welke etnische achtergrond heb ik, waar woon ik, het enige referentiekader voor het individu. Dat bepaalt hoe je tegen issues aankijkt en dingen ervaart. De issues zijn wereldwijd dezelde.
Cultuurbepaalde communicatie - he Youssef! - leert ons met elkaar te communiceren en open te staan voor de ander. Samen delen van het verleden en het heden in het besef dat we allemaal slachtoffers zijn van een groot internationaal schaakspel waarbij de massa makkelijk opofferbare pionnen zijn t.b.v. de "Koningen" in deze wereld. Samen delen: Sharing-A-History, als in het gezamenlijk delen van onze geschiedenis en het delen van kleine geschiedenissen van het volk om aldus tot elkaar te komen. Niet langer meer wordt er geschiedenis geschreven door de machthebbers in deze wereld, maar worden er wereldwijd steeds meer geschiedenissen van het gewone volk geopenbaard. En wat blijkt: overal gaan we gebukt onder hetzelfde juk.

Pffft, dat moest er even uit.

maandag 18 oktober 2010

Nog steeds onderweg en thuisgekomen 4-17 oktober



De eerste weken in Indonesie zijn vermoeiende weken geweest. Weer vele tientallen uren en honderden kilometers onderweg. Maar deze keer vooral ook thuisgekomen. Thuisgekomen in Indonesie, in Depok, in Jakarta, in Bandung en in Yogyakarta. Het heeft daarom enige tijd gekost voor ik de rust had om de voorbereidingen voor communicatie met Nederland en werk af te ronden. Maar nu ben ik er klaar voor. Oude vriendschappen zijn hernieuwd of bestendigd, nieuwe vriendschappen ontstaan of bevestigd.

Het reizen begon op maandag 4 oktober met een dag Jakarta, waar ik me gemeld heb bij de Nederlandse ambassade. Het was me niet gelukt telefonisch een afspraak te maken dus ben ik er op goed geluk heen gegaan. Tata en en zijn vriendin Soraya hebben me begeleid. Omdat ik in geen jaren gebruik heb gemaakt van het openbaar vervoer, met uitzondering van taxi's, moet ik weer leren hoe het allemaal zit en wat zo'n beetje de prijzen en mogelijkheden zijn. De reis naar Jakarta ging van klein stadsbusje naar de terminaal in Depok, vervolgens met een groter busje naar het beginpunt van de Trans Jakarta Bus (snelbus met eigen laan, zie foto) aan de zuidrand van Jakarta, waarmee we tot voor de poort van de ambassade konden reizen. Tot mijn verbazing werd ik aan de zwaar beveiligde poort ontvangen met de mededeling van de security dat de cultureel attache me had gemist. We konden direct doorlopen. Het was een prettig wederzien en we hebben uitgebreid gepraat over wat ik zoal van plan ben te gaan doen.
Aansluitend hebben we een bezoek gebracht aan twee kunstwerkplaatsen, annex galeries om mijn plannen voor te leggen aan email contacten die ik nog nooit had ontmoet. Ook hier was de ontvangst prettig en de wens om samen te werken groot.

De volgende dag ben ik met een "Travel" bus naar Bandung gereisd voor een bezoek aan de familie van Nano S. Twee en half uur heen. Een volle dag in Bandung. Drie uur terug. Het verblijf was erg emotioneel. Nano's vrouw Dheni hield zich sterk, maar kon haar tranen en verdriet niet bedwingen bij mij. Ik was dan ook zo dicht bij hen, zo vlak voor zijn dood. De laatste foto's gemaakt van een optreden van Nano S. zijn door mij gemaakt toen hij in Nederland was ter gelegenheid van het Internationaal Gamelan Festival. Dat gaf mij een speciale status tijdens de bezoeken van vrienden en familie ter nagedachtenis aan Nano. Ook de Volendam en Zaanse Schans foto's van ons drieen hingen in de zitkamer, dus iedereen kende me zo'n beetje. De ochtend na aankomst ben ik met Dheni en een Islamitische gebedsvoorganger naar het graf gegaan voor riten die tijdens de eerste week na overlijden plaatsvinden. 's Avonds had er een gebedsbijeenkomst (Tahlilan) plaats thuis, waarbij een grote groep van voornamelijk mannen en enkele vrouwen; vrienden en familie gebeden reciteren voor de overledene. Indonesische overlijdensriten bestaan uit rouwbijeenkomsten t/m de 7e dag en vervolgens op de 40e en de 100e dag na overlijden.
Ik ben op twee avonden aanwezig geweest en wordt altijd geraakt. Ik geef me over en laat me meevoeren met het gebed door de groep. Omdat er veel herhalingen zijn, ontstaat er een soort trance, waarin ik vrijwel moeiteloos meebid alsof ik nooit anders heb gedaan. Ik heb dit op andere plaatsen, tijdens andere verblijven, bij alle vijf grote wereldreligies ondervonden. Tijdens de  overgave aan de Schepper in gezamelijk gebed,  vindt er iets magisch plaats dat al het aardse overstijgt.


De volgende dag weer retour naar Depok om de dag erna weer te vertrekken naar Yogya voor het bijwonen van het huwelijk van een neefje van mijn Depok familie. Weer een superlange reis met een minibusje van dertien uur via de zuidelijke route, door bergen en dalen. Gemiddelde snelheid is 60 km per uur. Met zeven vertegenwoordigers van de familie, inclusief mijzelf zijn we er heen gegaan. Ook hier gaf mijn aanwezigheid een extra cachet aan het huwelijk dat in de plaatselijke moskee in Purworejo (weer twee uur rijden vanaf Yogya) werd voltrokken omdat de familie van de bruid daar vandaan komt.
Bezoek van verre brengt voorspoed, is hier de maatstaf. En als je helemaal uit Nederland komt.....
Een Indonesier is gewend aan lange reizen. Minstens eens per jaar, voor het vieren van het einde van de Ramadan, bezoekt de ene helft van Indonesie de andere. Iedereen "pulang kampung"; keert terug naar de geboorteplaats en viert samen met de "grote" familie het einde van de vastenperiode. Voor Christenen is dit natuurlijk tijdens de kerstdagen. Kerst 2006 vierden  Theo en ik de kerst nog bij zijn familie in Semarang. Je kunt je voorstellen dat dit logistiek een enorme gebeurtenis is in een land met ruim 225 miljoen inwoners. Bussen, treinen, vliegtuigen, boten; alles dat rijdt en mensen kan vervoeren is weken van tevoren al volgeboekt. Ook bij huwelijken komt de familie van ver. Bij overlijden gebeurt dit niet omdat men per definitie te laat is, omdat men binnen 24 uur na overlijden begraaft.


Twee andere dagen in Yogya, voordat dezelfde lange reis terug naar Depok werd ondernomen, werden besteed aan familiebezoek, shoppen en door Prita en mij met het bezoeken van vrienden en leggen van contacten. Prita brengt me met haar hele netwerk in contact zodat betrokkenen voor mij weer deuren kunnen openen en me verder kunnen helpen bij mijn werk, exposities, e.a. In Indonesie zijn relaties belangrijker dan geld of contract. Hetzelfde geldt voor mij. Ook ik introduceer weer nieuwe contacten bij hen. De kans dat er dan iets fout gaat, is een stuk kleiner tot nihil omdat er een basis van vertrouwen is en men zich wel tien keer bedenkt voordat men het geschonken vertrouwen beschaamt en derhalve gezichtverlies van degene die intoduceerde veroorzaakt. Ook is controle via deze banden zeer direct en effectief. Via mijn in dertig jaar gelouterde netwerk, krijg ik inmiddels vrijwel alles voor elkaar in Indonesie.
Zo hadden Prita en ik een interessante en vruchtbare ontmoeting met mensen uit ons gezamelijke en Prita's netwerk. Om de tafel zaten een belangrijke Indonesische choreograaf, een Indonesische (festival)organisator en beroemde Japanse lichtontwerper. Daarnaast Prita en ik. Een Indonesich, Japans, Nederlands onderonsje dus...... In eerste instantie werd het idee geopperd om een Indonesisch Japanse coproductie (muziek en dans) naar Nederland te proberen te halen. Maar uiteindelijk leidde dit door mijn inbreng tot het idee om tot een samenwerking te komen tussen deze drie landen en culturen te komen: Sharing -A-History. Deze installatie lijkt de basis te gaan vormen voor veel van mijn werkzaamheden in de toekomst. Alle drie landen delen een lange, gezamenlijke geschiedenis: Nederland als enige Westerse aanwezigheid in Japan  d.m.v. de handelspost Deshima en daardoor cultuurbeinvloeding van Nederland in Japan in taal, medische kennis en kennis van  de scheepvaart. Japanse Indonesische handelscontacten in het verleden en natuurlijk de zeer traumatische gebeurtenissen tijdens WO II die we alle drie hebben doorstaan. Lief en leed zijn gedeeld. Middels deze productie hopen we weer tot elkaar en tot verzoening te komen, zoals ik dat middels mijn installatie probeer te bewerkstelligen. En met succes. Ergens in de geschiedenis van de mensheid zijn we allemaal bezetters en slachtoffers van bezetting geweest. De tijd is daar gekomen om in een globaliserende wereld eens te kijken naar wat we van elkaar hebben geleerd en hebben opgenomen in onze eigen cultuur. Vrijwel geen enkele cultuur is puur, hoe graag (extreem) nationalisten ons dat ook willen doen geloven.

Een andere avond heb ik doorgebracht thuis bij Pak (respectvolle aanspreektitel gehuwde man) Andry en zijn gezin. Pak Andry was onze vaste becakman in Yogya tijdens de laatste twee verblijven. Tot na middernacht hebben we gedeeld. Verhalen over de opvallende overeenkomsten in levensopvatting en overlevingsdrang die wij beiden delen (Ik blijk slechts drie weken ouder dan hem) en uiteraard over Theo die hier terecht erg wordt gewaardeerd om zijn brede kennis, zijn (spirituele/filosofische/levens) wijsheid en grote liefde voor Indonesie en zijn oprechte aandacht voor de kleine man, die hij altijd, zoveel als mogelijk, bijstond middels raad en daad. Theo's aanwezigheid was voelbaar!
Van hem heb ik de becak gekocht waarin Theo zoveel ritjes heeft gemaakt om hem te gaan pimpen zoals ik met onze oude auto heb gedaan.  Ik probeer hem samen met andere werken van mij te exposeren, begin volgend jaar.
Twee avonden vol verbroedering en wederzijds respect om nooit meer te vergeten.


Pak Theo in de te pimpen becak van Pak Andry, januari 2009.









donderdag 14 oktober 2010

Onderweg en aangekomen

Depok 2 oktober.

Een eerste teken van leven van mij voor de meesten van jullie.
Na een voorspoedige reis, zonder enig probleem aangekomen in Jakarta. Zelfs vroeger dan gepland. Maar die winst werd al snel weer teniet gedaan door het eeuwige wachten op de bagage die maar niet uit de buik van de Boeing leek te willen komen.
Na een uur wachten dan toch uiteindelijk langs gekomen en meegenomen.

Ik werd opgewacht door Prita en Soraya, de vriendin van Tata, haar zoon.
Met de auto naar Depok, eerst naar  Sri's huis als meditatieve overgang naar Prita's huis, waar ik met Prita's man, 3 zonen en moeder woon. Gemiddeld zijn er 3-4 mensen thuis. Soms allemaal tegelijk, soms met aanhang, maar meestal is het er rustig.  Zoons werken net als vader en moeder in de entertainment industrie, als technicus of (stage)management en organisatie en hebben wisselende werktijden en zijn veel buiten de stad.

De afgelopen dagen waren ontspannen maar ook emotioneel zwaar. Woensdag is goede vriend en componist/musicus Nano S. plotseling aan een herseninfarct overleden.
Dinsdag vertrek ik voor een paar dagen naar Bandung om Nano's vrouw Dheniarsah en de familie te ontmoeten en er voor hen te zijn. In de planning stond dat ik een maand in Bandung zou verblijven voor expositie, evt. workshops en er was een idee om met Nano samen aan een boek met zijn teksten en mijn foto's te werken. En verder verdieping van mijn kennis van de Sundanese cultuur. Dat gaat allemaal veranderen, maar het plan is nog niet van de baan.
Ik vaar op de wind.

Ook mijn plan om eerst zo'n 10 dagen naar Bali te gaan naar het Ubud Writers and Readers Festival, gaat niet door omdat het me te kostbaar is en ik beter dingen kan voorbereiden in/voor Yogyakarta, waar ik de 8e heen ga voor ontmoetingen (vrienden, o.a. een huwelijk en zakelijk). De 27e ga ik er een lezing geven over mijn ideeen tav migratie, acculturatie en  sporen van bezetting, kolonialisme, slavenhandel e.d. achterlaten in de geschiedenis die zicht- en voelbaar zijn in het heden. Dit n.a.v. mijn instalatie Sharing-A-History.
Het heeft plaats in Universitas Gajah Mada (de oudste van Indonesia) tijdens de 55Bandung55 conferentie ter nagedachtenis aan de Azie Afrika conferentie in Bandung in 1955 van Afrikaanse en Aziatische founding fathers van de onafhankelijkheid. Ik ben er best trots op als een van de weinige Europeanen te mogen spreken op een Afrikaans Aziatisch academische ontmoeting. Het hele programma gaat zo'n 10 dagen duren, waarvan ik een groot deel hoop mee te maken. Naast Yogyakarta en Bandung een afsluitende verklaring in Jakarta.

Donderdagavond was er een herdenkingsbijeenkomst ter nagedachtenis van Sri die precies een jaar was overleden. Eerst een christelijke dienst, daarna drinken, zingen, herinneren, lachen en roken met een 15tal goede vrienden van Sri waarvan ik ongeveer de helft kende. Velen had ik in geen twaalf jaar gezien.

Gisteren heeft de aftrap van een foto samenwerking met de Indonesische fotograaf Willy Priatmanto plaats gevonden. Het is de bedoeling dat we beiden aan een expositie e.a. gaan werken.

Morgen ga ik verder met de voorbereidingen voor werk. Ik heb een external modem gekocht, dat in NL dongel wordt genoemd, zodat ik overal kan internetten en niet naar een internetcafe hoef. Voor alle skypegebruikers: Ik skype onder mijn eigen naam.