woensdag 27 oktober 2010

Onderweg en teruggekeerd

Het is me allemaal teveel geworden dat reizen. Na terugkomst in Depok heb ik twee dagen rust genomen voor administratieve werkzaamheden, ontspanning en een langverwachte pijat (massage). De masseur heeft me goed te grazen genomen. Au! Nek, bil, schouder, been, arm en dijspieren hard van het zitten en de stress die er nog inzat van de drukte in Nederland voor vertrek losgekneed. Daarna een aderlating op zijn Chinees. Met speldenprikjes de huid op specifieke plekken op de rug laten bloeden en er vervolgens een micacup plaatsen die vacuum wordt gezogen. Resultaat een rug vol rode kringen. die dagen later nog zichtbaar zijn. Op mijn linkerschouder waar ik al lang last van heb omdat hij verstuikt is, of hoe dat ook mag heten bij een schouder, kleurde de circel dieprood. Volgens de Chinese medische wetenschap verzamelen afvalstoffen uit het lichaam zich in  bloed onder de huid. Dit "vervuild" bloed wordt middels deze methode afgevoerd. Het resultaat is in ieder geval goed en ik heb minder last van mijn schouder. Deze methode moet nog wel 1-2 X herhaald worden om gehele genezing te bewerkstelligen. Leuk vooruitzicht als ik weer terug ben in Depok :-)



Gedurende de drie dagen voor ik weer terug zou keren naar Yogya heb ik weer allerlei ontmoetingen gehad in Depok en Jakarta. Netwerken, netwerken en nog eens netwerken. Zoveel mogelijk voorbereiden voor mijn (foto)werk. Weer ondeweg met eigen auto of veelsoortig openbaar vervoer.
Ik heb een bezoek aan de weduwe van dichter Rendra gebracht en zijn graf en dat van Innisisri bezocht die ook begraven ligt op het kerkhofje van de Theater Werkplaats van Rendra. Ook heb ik op diverse adressen weer veel oud leden van Rendra's theatergroep ontmoet die ik in geen jaren had gezien. Vele herinneringen opgehaald uit onze "jeugd" in de jaren '80 toen we twintigers waren en we veel met elkaar hebben opgetrokken. Nu hebben we grijze haren, gezinnen en hebben we getreurd om onze vrienden die te vroeg zijn hee gegaan en gelachen om onze ouderdomskwaaltjes. Maar wij leven nog en zijn volle moed om door te gaan en het werk van onze voorgangers voort te zetten.

De zaterdag voor mijn vertrek naar Yogyakarta heb ik geslapen bij een nieuwe kennis in Jakarta, waar ik liefdevol ben ontvangen door zijn gezin.  's Avonds zijn we naar een open podium gegaan in een centrum dat straatjongeren bijstaat waar een bandavond plaats had voor jonge beginnende bands en musici. Daar heb ik contact gelegd met straatjongeren om later fotoreportages te kunnen maken, die onderdeel uit gaan maken van een grote reportage over de jeugd in Indonesie: seks, drugs en rock&roll, o.a. in relatie tot HIV/Aids. Naast een algemeen beeld, wil ik proberen de diepte in te gaan door enkele jongeren die aan de rafelranden van de maatschappij leven langduriger en van zeer nabij te volgen.

Zondag 17 oktober met het vliegtuig teruggekeerd naar Yogyakarta. Van lange reizen per auto, trein of bus heb ik even mijn buik vol en de kosten verschillen niet zoveel meer als vroeger. De tijd- en energiewinst compenseert het verschil ruimschoots.
Het is fijn om weer terug te zijn in "mijn" Yogyakarta, de stad van waaruit Theo en ik jaren hebben gewerkt en gereisd in Indonesie.
De stad lijkt in veel opzichten op Tilburg. Voormalig textielstad en nu onderwijsstad, veel jongeren en veel activiteiten op het gebied van kunst en cultuur: exposities, lezingen, seminars, bijeenkomsten.
Maar over Yogya later meer.

Mijn eerste officiele werk vindt plaats op de Gajah Mada Universiteit, waar ik de 27e een lezing ga geven tijdens een groot congres over globalisering. Ik ga er praten over culturele beinvloeding door migratie, kolonialisme, slavenhandel in heden en verleden.



Mijn stelling is dat we nog steeds wereldwijd leven in een feodalistische maatschappij met een kleine bovenlaag van machthebbers die het overgrote deel van de macht en rijkdom in handen hebben en het gewone volk laat ploeteren voor hun welvaart. Door het maken van mijn installatie Sharing-A-History en de twee laatste verblijven in Indonesie in 2007 en 2009 is me dat erg duidelijk geworden. Er is nauwelijks meer verschil tussen Nederland of Indonesie, Amerika of China; kapitalisme of comunisme of welk -isme dan ook. Het volk consumeert net als wij bij Mac Donalds of Pizzahut, kijkt naar dezelfde TV programma's en de jeugd speelt dezelfde computerspelletjes, luistert naar dezelfde muziek en kijkt naar MTV. Terugkijkend in het verleden blijkt dat ieder volk gekolonialiseerd is geweest en heeft gekolonialiseerd. Het resultaat is een groei naar wereldwijde eenheid. Het punt van eenwording komt zichtbaar dichterbij. We leven in een spannende tijd! Interessanter dan te kijken naar alle ellende die dat proces van eenwording teweeg heeft gebracht en elkaar om de oren te slaan met -ismen, is het om te kijken hoe we elkaar beinvloed hebben op cultureel en wetenschappelijk gebied.  Kijken naar de dingen die we met elkaar delen.
Nu is duidelijker dan ooit tevoren dat we bijvoorbeeld onder hezelfde juk van productie en consumptie gebukt gaan om zo de economische macht in stand te houden. Regeringen worden al eeuwen lang gecorumpeerd door de econische machthebbers. Een land dat zich ontwikkeld, is een afzetmarkt voor hun producten. Hoe "rijker" het volk, hoe meer ze consumeren. De industrie heeft controle over de media. Denk hierbij aan Berlusconi en aan Poetin, maar ook aan China of Nederland waar alle publieke eigendommen afbrokkelen en in de uitverkoop zijn gegaan en zijn overgenomen door internationale conglomeraten.
Aan het eind van de maand is ons salaris opgeconsumeerd en blijven schulden over. Hier in Indonesie, waar kopen op crediet mode is, maar ook in Nederland of Amerika. Het financiele, risicovolle spel van de megarijken wordt gefinancierd door het volk. Denk aan de krediet en hypotheek crisis. De Nederlandse staat compenseert het geleden verlies van de Have's met de belastingcenten van de Have Not's.  Zolang het volk brood en spelen heeft, aangepast aan de staat van ontwikkeling, klaagt men er niet over dat de Bovenbazen tot wel 100.000 X of meer het salaris van de man op de werkvloer verdienen.



Imperialisme, kolonialisme, slavenhandel, oorlog, migartie, armoede, corruptie, toen en nu hebben een economische grondslag. Het grote verschil met toen is dat we het niet van elkaar wisten en het ons niet bewust waren. Door de ICT weet de Afrikaanse of Aziatische boer wat de marktprijzen van zijn product zijn in de grote stad en zelfs wereldwijd. Het feodale gezicht van de wereld wordt langzaam zichtbaar.
In de nieuwe, globaliserende wereld wordt je culturele achtergrond: welke etnische achtergrond heb ik, waar woon ik, het enige referentiekader voor het individu. Dat bepaalt hoe je tegen issues aankijkt en dingen ervaart. De issues zijn wereldwijd dezelde.
Cultuurbepaalde communicatie - he Youssef! - leert ons met elkaar te communiceren en open te staan voor de ander. Samen delen van het verleden en het heden in het besef dat we allemaal slachtoffers zijn van een groot internationaal schaakspel waarbij de massa makkelijk opofferbare pionnen zijn t.b.v. de "Koningen" in deze wereld. Samen delen: Sharing-A-History, als in het gezamenlijk delen van onze geschiedenis en het delen van kleine geschiedenissen van het volk om aldus tot elkaar te komen. Niet langer meer wordt er geschiedenis geschreven door de machthebbers in deze wereld, maar worden er wereldwijd steeds meer geschiedenissen van het gewone volk geopenbaard. En wat blijkt: overal gaan we gebukt onder hetzelfde juk.

Pffft, dat moest er even uit.

maandag 18 oktober 2010

Nog steeds onderweg en thuisgekomen 4-17 oktober



De eerste weken in Indonesie zijn vermoeiende weken geweest. Weer vele tientallen uren en honderden kilometers onderweg. Maar deze keer vooral ook thuisgekomen. Thuisgekomen in Indonesie, in Depok, in Jakarta, in Bandung en in Yogyakarta. Het heeft daarom enige tijd gekost voor ik de rust had om de voorbereidingen voor communicatie met Nederland en werk af te ronden. Maar nu ben ik er klaar voor. Oude vriendschappen zijn hernieuwd of bestendigd, nieuwe vriendschappen ontstaan of bevestigd.

Het reizen begon op maandag 4 oktober met een dag Jakarta, waar ik me gemeld heb bij de Nederlandse ambassade. Het was me niet gelukt telefonisch een afspraak te maken dus ben ik er op goed geluk heen gegaan. Tata en en zijn vriendin Soraya hebben me begeleid. Omdat ik in geen jaren gebruik heb gemaakt van het openbaar vervoer, met uitzondering van taxi's, moet ik weer leren hoe het allemaal zit en wat zo'n beetje de prijzen en mogelijkheden zijn. De reis naar Jakarta ging van klein stadsbusje naar de terminaal in Depok, vervolgens met een groter busje naar het beginpunt van de Trans Jakarta Bus (snelbus met eigen laan, zie foto) aan de zuidrand van Jakarta, waarmee we tot voor de poort van de ambassade konden reizen. Tot mijn verbazing werd ik aan de zwaar beveiligde poort ontvangen met de mededeling van de security dat de cultureel attache me had gemist. We konden direct doorlopen. Het was een prettig wederzien en we hebben uitgebreid gepraat over wat ik zoal van plan ben te gaan doen.
Aansluitend hebben we een bezoek gebracht aan twee kunstwerkplaatsen, annex galeries om mijn plannen voor te leggen aan email contacten die ik nog nooit had ontmoet. Ook hier was de ontvangst prettig en de wens om samen te werken groot.

De volgende dag ben ik met een "Travel" bus naar Bandung gereisd voor een bezoek aan de familie van Nano S. Twee en half uur heen. Een volle dag in Bandung. Drie uur terug. Het verblijf was erg emotioneel. Nano's vrouw Dheni hield zich sterk, maar kon haar tranen en verdriet niet bedwingen bij mij. Ik was dan ook zo dicht bij hen, zo vlak voor zijn dood. De laatste foto's gemaakt van een optreden van Nano S. zijn door mij gemaakt toen hij in Nederland was ter gelegenheid van het Internationaal Gamelan Festival. Dat gaf mij een speciale status tijdens de bezoeken van vrienden en familie ter nagedachtenis aan Nano. Ook de Volendam en Zaanse Schans foto's van ons drieen hingen in de zitkamer, dus iedereen kende me zo'n beetje. De ochtend na aankomst ben ik met Dheni en een Islamitische gebedsvoorganger naar het graf gegaan voor riten die tijdens de eerste week na overlijden plaatsvinden. 's Avonds had er een gebedsbijeenkomst (Tahlilan) plaats thuis, waarbij een grote groep van voornamelijk mannen en enkele vrouwen; vrienden en familie gebeden reciteren voor de overledene. Indonesische overlijdensriten bestaan uit rouwbijeenkomsten t/m de 7e dag en vervolgens op de 40e en de 100e dag na overlijden.
Ik ben op twee avonden aanwezig geweest en wordt altijd geraakt. Ik geef me over en laat me meevoeren met het gebed door de groep. Omdat er veel herhalingen zijn, ontstaat er een soort trance, waarin ik vrijwel moeiteloos meebid alsof ik nooit anders heb gedaan. Ik heb dit op andere plaatsen, tijdens andere verblijven, bij alle vijf grote wereldreligies ondervonden. Tijdens de  overgave aan de Schepper in gezamelijk gebed,  vindt er iets magisch plaats dat al het aardse overstijgt.


De volgende dag weer retour naar Depok om de dag erna weer te vertrekken naar Yogya voor het bijwonen van het huwelijk van een neefje van mijn Depok familie. Weer een superlange reis met een minibusje van dertien uur via de zuidelijke route, door bergen en dalen. Gemiddelde snelheid is 60 km per uur. Met zeven vertegenwoordigers van de familie, inclusief mijzelf zijn we er heen gegaan. Ook hier gaf mijn aanwezigheid een extra cachet aan het huwelijk dat in de plaatselijke moskee in Purworejo (weer twee uur rijden vanaf Yogya) werd voltrokken omdat de familie van de bruid daar vandaan komt.
Bezoek van verre brengt voorspoed, is hier de maatstaf. En als je helemaal uit Nederland komt.....
Een Indonesier is gewend aan lange reizen. Minstens eens per jaar, voor het vieren van het einde van de Ramadan, bezoekt de ene helft van Indonesie de andere. Iedereen "pulang kampung"; keert terug naar de geboorteplaats en viert samen met de "grote" familie het einde van de vastenperiode. Voor Christenen is dit natuurlijk tijdens de kerstdagen. Kerst 2006 vierden  Theo en ik de kerst nog bij zijn familie in Semarang. Je kunt je voorstellen dat dit logistiek een enorme gebeurtenis is in een land met ruim 225 miljoen inwoners. Bussen, treinen, vliegtuigen, boten; alles dat rijdt en mensen kan vervoeren is weken van tevoren al volgeboekt. Ook bij huwelijken komt de familie van ver. Bij overlijden gebeurt dit niet omdat men per definitie te laat is, omdat men binnen 24 uur na overlijden begraaft.


Twee andere dagen in Yogya, voordat dezelfde lange reis terug naar Depok werd ondernomen, werden besteed aan familiebezoek, shoppen en door Prita en mij met het bezoeken van vrienden en leggen van contacten. Prita brengt me met haar hele netwerk in contact zodat betrokkenen voor mij weer deuren kunnen openen en me verder kunnen helpen bij mijn werk, exposities, e.a. In Indonesie zijn relaties belangrijker dan geld of contract. Hetzelfde geldt voor mij. Ook ik introduceer weer nieuwe contacten bij hen. De kans dat er dan iets fout gaat, is een stuk kleiner tot nihil omdat er een basis van vertrouwen is en men zich wel tien keer bedenkt voordat men het geschonken vertrouwen beschaamt en derhalve gezichtverlies van degene die intoduceerde veroorzaakt. Ook is controle via deze banden zeer direct en effectief. Via mijn in dertig jaar gelouterde netwerk, krijg ik inmiddels vrijwel alles voor elkaar in Indonesie.
Zo hadden Prita en ik een interessante en vruchtbare ontmoeting met mensen uit ons gezamelijke en Prita's netwerk. Om de tafel zaten een belangrijke Indonesische choreograaf, een Indonesische (festival)organisator en beroemde Japanse lichtontwerper. Daarnaast Prita en ik. Een Indonesich, Japans, Nederlands onderonsje dus...... In eerste instantie werd het idee geopperd om een Indonesisch Japanse coproductie (muziek en dans) naar Nederland te proberen te halen. Maar uiteindelijk leidde dit door mijn inbreng tot het idee om tot een samenwerking te komen tussen deze drie landen en culturen te komen: Sharing -A-History. Deze installatie lijkt de basis te gaan vormen voor veel van mijn werkzaamheden in de toekomst. Alle drie landen delen een lange, gezamenlijke geschiedenis: Nederland als enige Westerse aanwezigheid in Japan  d.m.v. de handelspost Deshima en daardoor cultuurbeinvloeding van Nederland in Japan in taal, medische kennis en kennis van  de scheepvaart. Japanse Indonesische handelscontacten in het verleden en natuurlijk de zeer traumatische gebeurtenissen tijdens WO II die we alle drie hebben doorstaan. Lief en leed zijn gedeeld. Middels deze productie hopen we weer tot elkaar en tot verzoening te komen, zoals ik dat middels mijn installatie probeer te bewerkstelligen. En met succes. Ergens in de geschiedenis van de mensheid zijn we allemaal bezetters en slachtoffers van bezetting geweest. De tijd is daar gekomen om in een globaliserende wereld eens te kijken naar wat we van elkaar hebben geleerd en hebben opgenomen in onze eigen cultuur. Vrijwel geen enkele cultuur is puur, hoe graag (extreem) nationalisten ons dat ook willen doen geloven.

Een andere avond heb ik doorgebracht thuis bij Pak (respectvolle aanspreektitel gehuwde man) Andry en zijn gezin. Pak Andry was onze vaste becakman in Yogya tijdens de laatste twee verblijven. Tot na middernacht hebben we gedeeld. Verhalen over de opvallende overeenkomsten in levensopvatting en overlevingsdrang die wij beiden delen (Ik blijk slechts drie weken ouder dan hem) en uiteraard over Theo die hier terecht erg wordt gewaardeerd om zijn brede kennis, zijn (spirituele/filosofische/levens) wijsheid en grote liefde voor Indonesie en zijn oprechte aandacht voor de kleine man, die hij altijd, zoveel als mogelijk, bijstond middels raad en daad. Theo's aanwezigheid was voelbaar!
Van hem heb ik de becak gekocht waarin Theo zoveel ritjes heeft gemaakt om hem te gaan pimpen zoals ik met onze oude auto heb gedaan.  Ik probeer hem samen met andere werken van mij te exposeren, begin volgend jaar.
Twee avonden vol verbroedering en wederzijds respect om nooit meer te vergeten.


Pak Theo in de te pimpen becak van Pak Andry, januari 2009.









donderdag 14 oktober 2010

Onderweg en aangekomen

Depok 2 oktober.

Een eerste teken van leven van mij voor de meesten van jullie.
Na een voorspoedige reis, zonder enig probleem aangekomen in Jakarta. Zelfs vroeger dan gepland. Maar die winst werd al snel weer teniet gedaan door het eeuwige wachten op de bagage die maar niet uit de buik van de Boeing leek te willen komen.
Na een uur wachten dan toch uiteindelijk langs gekomen en meegenomen.

Ik werd opgewacht door Prita en Soraya, de vriendin van Tata, haar zoon.
Met de auto naar Depok, eerst naar  Sri's huis als meditatieve overgang naar Prita's huis, waar ik met Prita's man, 3 zonen en moeder woon. Gemiddeld zijn er 3-4 mensen thuis. Soms allemaal tegelijk, soms met aanhang, maar meestal is het er rustig.  Zoons werken net als vader en moeder in de entertainment industrie, als technicus of (stage)management en organisatie en hebben wisselende werktijden en zijn veel buiten de stad.

De afgelopen dagen waren ontspannen maar ook emotioneel zwaar. Woensdag is goede vriend en componist/musicus Nano S. plotseling aan een herseninfarct overleden.
Dinsdag vertrek ik voor een paar dagen naar Bandung om Nano's vrouw Dheniarsah en de familie te ontmoeten en er voor hen te zijn. In de planning stond dat ik een maand in Bandung zou verblijven voor expositie, evt. workshops en er was een idee om met Nano samen aan een boek met zijn teksten en mijn foto's te werken. En verder verdieping van mijn kennis van de Sundanese cultuur. Dat gaat allemaal veranderen, maar het plan is nog niet van de baan.
Ik vaar op de wind.

Ook mijn plan om eerst zo'n 10 dagen naar Bali te gaan naar het Ubud Writers and Readers Festival, gaat niet door omdat het me te kostbaar is en ik beter dingen kan voorbereiden in/voor Yogyakarta, waar ik de 8e heen ga voor ontmoetingen (vrienden, o.a. een huwelijk en zakelijk). De 27e ga ik er een lezing geven over mijn ideeen tav migratie, acculturatie en  sporen van bezetting, kolonialisme, slavenhandel e.d. achterlaten in de geschiedenis die zicht- en voelbaar zijn in het heden. Dit n.a.v. mijn instalatie Sharing-A-History.
Het heeft plaats in Universitas Gajah Mada (de oudste van Indonesia) tijdens de 55Bandung55 conferentie ter nagedachtenis aan de Azie Afrika conferentie in Bandung in 1955 van Afrikaanse en Aziatische founding fathers van de onafhankelijkheid. Ik ben er best trots op als een van de weinige Europeanen te mogen spreken op een Afrikaans Aziatisch academische ontmoeting. Het hele programma gaat zo'n 10 dagen duren, waarvan ik een groot deel hoop mee te maken. Naast Yogyakarta en Bandung een afsluitende verklaring in Jakarta.

Donderdagavond was er een herdenkingsbijeenkomst ter nagedachtenis van Sri die precies een jaar was overleden. Eerst een christelijke dienst, daarna drinken, zingen, herinneren, lachen en roken met een 15tal goede vrienden van Sri waarvan ik ongeveer de helft kende. Velen had ik in geen twaalf jaar gezien.

Gisteren heeft de aftrap van een foto samenwerking met de Indonesische fotograaf Willy Priatmanto plaats gevonden. Het is de bedoeling dat we beiden aan een expositie e.a. gaan werken.

Morgen ga ik verder met de voorbereidingen voor werk. Ik heb een external modem gekocht, dat in NL dongel wordt genoemd, zodat ik overal kan internetten en niet naar een internetcafe hoef. Voor alle skypegebruikers: Ik skype onder mijn eigen naam.