dinsdag 23 november 2010

Moeder Aarde geeft en neemt............

Reizend en levend in een land dat haar vruchtbaarheid te danken heeft aan de Ring Of Fire, het lint van vulkanen dat zich slingert door de archipel van Sumatra via Java, Nusa Tenggara (Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa, Flores, Timor.... alle op een rij....) en dan afbuigt richting het Noord Oosten via de Molukken en Papua naar de Filipijnen en Japan, betekent ook dat deze slapende reuzen zich verroeren, wakker kunnen worden, stevige hoestbuien krijgen en soms tot uitbarsting kunnen komen, zoals vanaf eind oktober met de Merapi gebeurde. De laatste uitbarsting van de Merapi vond plaats in 2006.

De uitbartsingen die om de paar dagen plaats vonden vanaf 26 oktober jongstleden hebben ruim 150 dodelijke slachtoffers en ruim honderdduizend evacuees en vluchtelingen opgeleverd. Er wordt nog steeds gezocht naar slachtoffers.


Bij de tweede uitbarsting kwam de sleutelbewaarder van de vulkaan om het leven, aangesteld door de sultan van Yogyakarta, verrast door de gloeiend hete as en gaswolken, tijdens het avondgebed. Hij werd met een paar anderen in gebogen houding de volgende dag aangetroffen in de moskee. Hij wilde eerst nog voldoen aan zijn religieuze verplichting alvorens zijn post te verlaten. De sultan van Yogyakarta brengt ieder jaar offers aan de zee, verblijfplaats van de demonen en de berg, verblijfplaats van de goden om harmonie in het heelal en zijn koninkrijk te bewerkstelligen.  De sleutelbewaarder Mbah Maridjan kan gezien worden als het medium tussen sultan en berg. Hij was degene die voorspellingen deed over de gedragingen van de Merapi. Hij wist als geen ander wanneer het tijd was om te evacueren en was altijd de laatste die vertrok. Interessant te concluderen dat de animistische handreiking door God werd opgeschort voor de verplichtingen van een moderne religie, die is losgeraakt van zijn natuurlijke wortels. Een ernstige misrekening die hem noodlottig werd.

De twee weken die volgden, waren weken vol angst voor velen, geruchten en berichten als zou de grote klap weldra komen. Het dagelijks leven in provincie en stad Yogyakarta was volkomen ontregeld. Hulpposten werden ingericht door het volk, geldinzamelingsacties werden gestart, hulpgoederen aangeleverd en evacuees en vluchtelingen opgevangen in privehuizen, scholen tot en met het voetvalstadium van Sleman aan toe. Buitenshuis droeg iedereen mondkapjes tegen de neerdalende en opwaaiende vulkanische as.


Omdat de meeste mensen die ik wilde spreken werkten als vrijwilligers, ben ik maar mee gaan helpen. Met Ficky inventariseren waaran behoefte is in kleine opvangcentra. Met perskaart en goed stofmasker bewapend ben ik de volgende dag samen met een andere vriend naar de berg gegaan om foto´s te maken, maar ver kwam ik niet. In de bergdorpjes aan de voet van de vulkaan die geevacueerd waren viel niet veel te fotograferen en toen we een RAS (rescue and search) eenheid aanspraken om te vragen of ik met een van de eenheden mee het gesloten gebied in kon op zoek naar slachtoffers, werd ons medegedeeld dat we ons snel moesten terugtrekken omdat er weer een uitbarsting aankwam, die inderdaad volgde. Maar wij waren op veilige afstand. Ik ben toen bij het Maguwoharjo voetbalstadium in Sleman afgezet om de situatie van de evacuees en vluchtelingen te fotograferen, waar ik de hele middag verbleef.
Het stadion is het grootste opvangcentrum in de omgeving van Yogya en er verblijven duizenden mensen.

De 34 jarige veeboer Heru Wijanto, geboren in Tegal en zijn vrouw Riana uit Kaliurang (33) aan de voet van de Merapi, zijn voor de tweede keer op de vlucht voor de berg. De eerste keer was in 2006, toen ze 6 maanden in opvang hebben geleefd. Deze keer is de uitbartsting ze bijna noodlottig geworden. Hij was niet thuis toen de uitbarsting plaats vond en Riana heeft onvoldoende gereageerd op het alarm omdat ze half slapend dacht dat het een langskomende ambulance was.

Toen de dorpsbewoners op de vlucht sloegen bleven zij en haar kinderen alleen achter. Heru mocht van de autoriteiten niet terug naar zijn dorp vanwege het gevaar. Uiteindelijk is het hem toch gelukt zijn vrouw en drie kinderen in veiligheid te brengen met meeneming van een paar matrasjes en wat spulletjes. Ze proberen er de moed in te houden en hopen terug te keren naar hun dorp en huis. Maar als er niets van over is, blijft alleen terugkeer naar zijn geboortegrond over, om daar met zijn gezin een nieuw leven op te bouwen.

Het leven in opvangkampen is saai en geestdodend. De mensen slapen veel en zijn apatisch. Sommigen kunnen helemaal niet slapen en staren alleen maar voor zich uit. Ze hebben niets om handen. Alles dat ze afleiding bezorgt is welkom. Ik heb met een groot aantal mensen gesproken en wat met kinderen gedold. Zij hebben relatief weinig nodig om zich bezig te houden en te vermaken. De volwassenen missen hun dagelijkse arbeid en bezigheden. Toch wordt, misschien wel juist, in deze omstandigheden zoveel mogelijk aan de dagelijkse routine vastgehouden. Eten en bidden op vaste tijden.

In de 30 jaar dat ik hier nu kom, heb ik altijd geluk gehad... knock on wood.... Blijkbaar is het mijn tijd nog niet om te gaan of heb ik uitzonderlijk hartwerkende beschermengelen. Meedere malen heb ik de effecten van (kleine) uitbarstingen van dichtbij meegemaakt, maar meer dan asregens en het stijgen van de temperatuur in de omgeving ondervond ik niet. Een keer was er een een aardbeving voor de kust van West Java, die Jakarta en het hotel waar Theo en ik verbleven hevig deden schudden, maar ook toen was er geen sprake van een ramp of van grote schade en slachtoffers. Alleen in de dorpjes aan de kust werden huizen verwoest en waren enkele slachtoffers. De schrik in Jakarta was wel groot. Het voelde alsof ik voer op een schip dat deinde op de golven. We moesten snel naar beneden van de 7e verdieping via de trap (dat wisten we wel). In de haast in ieder geval onze indentiteitspapieren meenemend. Buiten op straat afwachten wat er ging gebeuren omdat er altijd kans is op een grotere schok of naschokken.
Een andere keer, was ik met een groep reizigers per boot op reis door Oost Indonesie en paar dagen na ons vertrek van de reede van Maumere, werd een groot deel van de stad verwoest door een tsunami.
Een raar idee. De stad die je zo kort geleden nog bezocht voor een groot deel weggevaagd. Mensen die je sprak en waarmee je gewerkt hebt omgekomen of overleefd? Toen waren er nog geen mobiele telefoons en internet dus contact leggen met hen ging niet. Ik ben er sindsdien niet meer geweest, dus weet niet hoe de stad er nu uitziet en of de mensen waarmee ik kort samenwerkte nog leven.

Grote rampen als de tsunami in Aceh en eilanden voor de kust van Sumatra in 2004 en de aardbeving in Yogya in 2006 hebben we van verre be- en meegeleefd. Thuis in Nederland de berichten volgend en via telefoon en internet direct contact zoekend met onze vrienden. Vrienden hebben we nooit bij een ramp verloren en Insjallah (zo God het wil) zal het nooit gebeuren in de toekomst. Wel werden hun huizen verwoest of ernstig beschadigd en waren er slachtoffers in de familie- en kennissenkring van hen. Een Nederlandse kennis van ons kwam wel om bij de aardbeving die Yogya trof. Hij was kunsthandelaar en had een galerie in het getroffen gebied.


Het is niet voor niets dat er in Midden Java veel oude Hindoetempels uit de 8e eeuw en later opgericht zijn te ere van Shiva. Hij is de manifestatie van God die de ciclus van leven en dood met elkaar verbindt. Nieuw leven door vernietiging. Dat is ook de reden dat de bewoners uit de nabijheid van de vulkaan altijd weer terugkeren naar hun grond. Vulkanische grond is erg vruchtbaar.
Die levende, heilige drie-eenheid der dingen, ben ik me bewust geworden door het hindoeisme dat omnipotent is op Java en Bali. Met Shiva als manisfestatie van God die de circel rondmaakt. Twee extremen met elkaar verbindt, zonder zichtbare grens. Goed en kwaad zijn hetzelfde, bestaan niet in deze wereld, behalve in onze opvoeding, in onze geest en verschillen slechts in perceptie. Het is vreemd je bewust te worden dat je iets vanuit het diepst van je hart goed wil doen en dat het toch verkeerd/slecht wordt ontvangen door de ander.

In tegenstelling tot het beeld dat wordt gegeven van het Hindoeisme als veelgodendom of animisten die stenen en bomen als goden aanbidden, vereren beiden God als schepper van alles dat is. Alleen erkent het animisme God's aanwezigheid in alles dat is. Iets dat we in het Westen volledig vergeten zijn. Binnen het hindoeisme zou je Shiva kunnen zien als God, de heilige geest van het katholicisme. Brahma, de manifestatie van God de schepper, als God de Vader en Vishnu de behoeder van het leven, als God de Zoon, ofwel Christus. Elke wereldreligie bidt tot dezelfde God. Vandaar dat het zo vreemd is dat ze allemaal vechten om op te roepen tot het volgen van de ware (= hun) weg naar God en ze verschil zien tussen de joodse, christelijke, hindoe, animistische of islamitische God. In ieder geval komt het altijd van pas om verdeeldheid onder de mensen te zaaien of juist eenheid te creeren en er hun voordeel uit te halen. Typische menseneigenschappen die niets met God van doen hebben.


Gelukkig is Java over het algemeen erg tolerant en wordt de eerste zuil van de staatsfilosofie de Pancasila ook in de praktijk gebracht. Geloof in een God, ongeacht het pad dat je bewandelt. Dat ervoer ik weer sterk toen ik vorige week Idul Adha, het islamitische offerfeest vierde. Voor mij is het een belangrijk feest omdat het de totale overgave aan God symboliseert en het verhaal van Abraham vertelt die door God werd opgedragen zijn zoon Isaac te offeren als blijk van onvoorwaardelijke vertrouwen in zijn almacht. En juist op het moment van (op)offering was er het lam dat in plaats van Isaac geofferd mocht worden omdat Abraham zijn vertrouwen in God niet had beschaamd.
Die totale overgave aan en het onvoorwaardelijke vertrouwen in God's almacht (en niet aan de islam of welke ander religie of religieus instituut dan ook, want mensenwerk) heb ik geleerd van de islam in Indonesie. Ook ik heb me totaal overgegeven in Gods handen en vertrouw erop dat Hij er is om me op te vangen als ik val. En waarachtig Hij was er toen ik viel en hielp me op te staan door me een weg te tonen of het juiste op mijn pad te brengen.
Idul Adha heb ik gevierd met Zori, een Bulgaarse vriendin en een van de deelnemers aan de seminars in Yogya. Zij doet onderzoek voor haar PHD hier in Depok aan de UI. Samen zijn we voor het ochtendgebed naar de moskee gegaan van de Universiteit van Indonesie om met honderden anderen deze daad van overgave aan God te herinneren. Ook met Theo heb ik deze dag ooit gevierd in de grootste moskee van Azie: de Istiqlal moskee in Jakarta. Toen met vele tienduizenden gelovigen. Samenzijn in een aanzwellend tranceverwekkend gebed. Het gebed volgend alsof ik mijn leven niet anders had gedaan. Iets dat me altijd zal bijblijven.

Vergelijkbare ervaringen hadden Theo en ik tijdens boeddhistische vieringen in Thailand en Indonesie, in Israel bij joodse riten, maar ook bij animistische riten op het eiland Alor. Het gezamenlijk opgaan in extase door dans, gezang of gebed is bovenaards.


Na het gebed terug naar de realiteit van deze wereld met het werkelijk offeren van de offerdieren. Precies zoals beschreven in het oude testament. Koeien en geiten, ritueel geslacht onder het uitspreken van gebed en begeleid door takbiran, het herhalend half zingende en reciterende prijzen van God.
Het klinkt misschien wat achterlijk, maar ik ervaar altijd weer een enorme verbondenheid met het leven, de natuur en de levende God in alles dat is. Iets dat in het Westen totaal verdwenen is.
De hele kampung is betrokken bij deze gebeurtenis. Jong en oud. Gehandicapt in rolstoel of gezond. De mannen slachten de offergaven, die afkomstig zijn uit de gemeenschap en hakken het in grote stukken. De vrouwen verdelen het vlees in honderden porties die later in de wijk onder de (arme) bewoners verdeeld  worden. Dit jaar werden zo'n 350 porties verdeeld na het slachten van twee runderen en een stuk of 8 geiten. Minder dan vorig jaar. Er is veel gegeven voor de slachtoffers van de uitbarsting van de Merapi, de tsunami op het eiland Mentawai en de modderstroom in de Wasior vallei op Papua.

Diezelfde eenheid en solidariteit zag je in de opvangkampen voor de evacuees/vluchtelingen van de vulkaanuitbartsing. Gotong Royong, gezamenlijke arbeid ten behoeve van de samenleving, de communiteit is typisch Indonesisch en heb ik overal waar ik kwam ervaren en aanschouwd. Soms nam ik deel, meestal legde ik het vast, daarmee ook deelgenoot zijnde van het gebeuren. Gezellig keuvelend met allen die er waren. Ook Zori en ik kregen het obligate lunchboxje met een hartig en zoet hapje en een plastic glas aqua, verpakt industrieel drinkwater en deelden mee met de anderen.


woensdag 17 november 2010

Opnieuw thuisgekomen en nog steeds onderweg

Na een korte vakantie aan zee met Prita in Pelabuhanratu aan de zuidkust van West Java, afgelopen week, ben ik weer druk met het voorbereiden van volgende projecten en werkzaamheden. Mijn reisschema voor de komende twee maanden is nu vrijwel rond: Bandung, een paar dagen volgende week, Aceh aan het eind van de maand, terug naar Yogya voor een paar dagen en vandaar met een vriend naar zijn familie en stam in Sorong, Vogelkop, Papua voor de kerst en oud en nieuw.


Momenteel verblijf ik weer in Depok, mijn standplaats gedurende mijn verblijf in Indonesie. Hier kom ik steeds terug en tot rust, in de schoot van de familie van Prita. Een plaats om gedane werkzaamheden te evalueren, mijn foto's aan kritische ogen te onderwerpen en nieuwe werkzaamheden te plannen. Deze keer ook om mijn visum met twee maanden te verlengen

Ik ben hier in Indonesie vrijwel geheel gevrijwaard van elke vorm van huishoudelijk werk. Overal waar ik verblijf, word ik verwend. Om iets terug te doen, trakteer ik met etentjes: buitenshuis voor de jeugd, voor wie het makkelijker en goedkoper is om buiten te eten. Zo tussen de 50 cent en 1 euro heb je hier al een goede maaltijd. Voor familie probeer ik af en toe te koken. Hun keuken is goed genoeg ingericht voor mijn escapades. Zo heb ik afgelopen zondag een groots pannenkoekenfestijn georganiseerd voor de familie met aanhang. Eerst boodschappen doen: groenten, bloem, eieren, stroop, honing, appels, kaas en runderbeleg, etc. Voor het avondeten met Evie, vriendin van Opy, Prita's oudste zoon en Soraya, vriendin van Tata, Prita's tweede zoon de groenten gesneden en gesmoord. Beslag gemaakt en vervolgens op twee pitten pannenkoeken gebakken voor 13 personen, 2 pannenkoeken elk en voor een enkeling een derde. Ieder een groentenpannenkoek met kaas en/of rundvleesbeleg en een zoete appelpannenkoek toe. Hier kennen ze geen hartige pannenkoeken, dus dat was nieuw. Het was een groot succes. In tegenstelling tot hun verwachtingen hadden ze allemaal een goed gevulde maag. De meeste Indonesiers zeggen niet gegeten te hebben als ze geen rijst hebben gehad. Een ware ontdekking dus, dat het ook zonder kan. De aloude familierecepten, via mijn vader tot mij gekomen, werden met veel plezier genoteerd, zodat ze ook zonder Oom Arjan pannenkoeken kunnen bakken.


Eergisterenavond om 00.00 uur Tata's 30e verjaardag ingeluid en gisterenavond hebben we het in familiekring gevierd. Verjaardagen worden hier wel en niet gevierd. Niet zoals wij dat doen, met visite of een feest. Soms zijn er kado's, zoals voor Tata en vieren ze met de mensen die er zijn en dat was gisteren het gehele gezin wat uitzonderlijk is. Meestal is een verjaardag een dag als alle andere.

Naast deze familie die me als een ware zoon heeft aangenomen, me met raad en daad bijstaat en met liefde verzorgt, heb ik ook nog aangetrouwde familie in Semarang en omgeving.
Na 5 dagen seminars in Yogya, vertrok de caravan van professoren naar Bandung voor twee dagen en aansluitend naar Jakarta voor een afsluitende ceremonie. Ik ben in Yogya gebleven, omdat ik al zoveel gereisd had en nog volop werk had in Yogya. Ook begon er twee dagen na de seminars een grote 3 daagse fotografenontmoeting in Yogyakarta, waar ik graag aan wilde deelnemen om contacten te leggen en de fotomarkt in Indonesie te verkennen. Helaas werd het evenement uitgesteld vanwege de uitbarstingen van de Merapi vulkaan. Dit gaf mij de tijd en gelegenheid voor een paar dagen familiebezoek aan Semarang en tevens fotografie.


In Semarang verblijf ik bij Edu en zijn vrouw Yati, hier op de foto met hun oudste zoon Johny. Ze leven van de inkomsten van een kleine warung aan huis waar ze pecel (groente met pindasaus), tahu, tempe en andere kleine gorengan, gefrituurde hapjes, verkopen. Daarnaast werkt Edu als chauffeur, klusjesman en manusje van alles. Ze hebben het erg moeilijk. Een vlotte, doorlopende studie voor de kinderen na de middelbare school is alleen mogelijk als er voldoende geld is en gaat met horten en stoten. De oudste twee: Johny en Yuska, begin twintigers, werken los en vast als onderwijzer, musicus in een kerkbandje of bij de scouting en harmonie en proberen zo wat inkomsten te verwerven. De jongste Nathan is een nakomertje, als gevolg van haperende familyplanning, een ongelukje dus, maar daarom niet minder gewenst. Hij wordt volgende maand 4 jaar oud en gaat al naar de kleuterschool. Voor mijn fotoreportage over de jeugd in Indonesie bezocht ik zijn school in de buurt.


Ik probeer een breed, algemeen beeld van de jeugd in Indonesie te schetsen van geboorte t/m een jaar of 30. Daarnaast ga ik een aantal diepgravende portretten maken door het volgen van individuele kinderen/jongeren en hun families, in de stad en op het platteland, arm en rijk. Neefje Nathan is een van hen en volg ik diepgravender.  

Het familiebezoek was erg fijn maar emotioneel, omdat het de eerste keer was na het overlijden van neef, oom en opa Theo. Hij wordt erg gemist. Op zondag, een echte familiedag, zijn we naar Theo's nicht Mary gegaan die bij dochter Era en haar gezin aan de andere kant van de stad woont. Met zijn allen per motorfiets. Ik achterop bij neefje Yuska. De op krediet gekochte motorfietsen zijn hier in Indonesie wat de familieauto is in Nederland. Goed voor het vervoer van een heel gezin van 4 personen, zoals hier te zien is bij nichtje Nani, haar man en twee kinderen.


In Indonesie zijn miljoenen motorfietsen. Voor forensenvervoer buiten de stad, maar vooral ook in de stad, waar het groeiende aantal auto's en de gebrekkige infrastructuur vervelende files creeren. De duizenden motorfietsen zijn als een vlucht zoemende bijen die zich tussen de auto's door hun weg in het verkeer zoeken. In Nederland zouden er tientallen ongelukken plaatshebben, maar hier zijn de automobilisten erop ingesteld en het is ongelofelijk te zien hoe het in de meeste gevallen toch weer goed afloopt. 
  

De familiezondagen doen me denken aan mijn jeugd toen we bijeen kwamen bij opa en oma. Ooms en tantes, neefjes en nichtjes bij elkaar in een kleine ruimte: kletsend, spelend, samen etend. Een hoop drukte en gezelligheid. Een, in alle opzichten ware thuiskomst wederom. Ditmaal in de schoot van mijn Indonesische familie.
Hier in Indonesie behoort het doen van een dutje door de meestal 5 dagen per week werkende ouders  ook bij het zondagritueel, evenals het baden erna. Aankomst aan het eind van de ochtend en aan het eind van de middag weer gebaad en min of meer uitgerust terug naar huis.

Op de heen en terugweg naar Semarang waren de sporen van de vulkaanuitbarstingen van de Merapi zichtbaar toen we Yogya verlieten en op de terugweg vier dagen later in Muntilan en Magelang, de omgeving van de Borobudur, die erg getroffen is door de asregens.
Meer over de Merapi in een volgende bijdrage.



maandag 8 november 2010

Kunst, cultuur en vrije tijd

Vijf overvolle dagen met interessante seminars en gelukkig ook een paar ontspannen avondprogramma's. Een van deze avondprogramma's  werd gevuld met een bezoek aan een traditionele kampung (volkswijk) in Kota Gede, nu onderdeel van Yogyakarta, vroeger de hoofdstad van het rijk Mataram.
Het was een gezellige avond met traditioneel Javaans eten, muziek, dans en culturele uitwisseling. Ze hebben er me zelfs toe gekregen om een krontjongliedje te zingen met het orkest dat die avond speelde. Het is zeldzaam dat je zo'n goed orkest in een kampung ziet en hoort spelen. Een fantastisch orkest dat de sfeer van het oude Indie, maar ook het moderne Indonesie vatte in melancholieke, op Portugese fado's gebaseerde, volksmuziek. De muziek werd door de Portugenzen aan het eind van de 15e eeuw naar Indonesie gebracht. Hetzelfde geldt voor de typische krontjonggitaar, die oud Portugees is. Meestal wordt hij nu vervangen door een ukelele en een gewone gitaar. Nederland heeft een ietsje pietsje bij gedragen aan de krontjongmuziek. Het is de muziek van de gemengdbloedigen en is zeer populair onder de Indischen. Ik zong samen met een jonge schone en de organisator van de seminars Darwis, Bengawan Solo, een lied vol heimwee over de Solorivier.
De hele kampung was betrokken bij het gebeuren. Moeders die hadden gekookt, vaders die muziek maakten of speeches gaven, buurtbewoners als haag van toeschouwers en tientallen kinderen die zich tussen het gewoel door bewogen als vissen in het water: spelend en gein makend om al die vreemde buitenlanders. Negers (anders dan de negroide Papua) kom je zelden in Indonesie tegen dus was ik als witte eens niet het middelpunt van hun aandacht.



Ik bezoek hier sowieso veel culturele evenmenten: exposities, muziek, dans en theater tot nu toe. Het is hier betaalbaar voor mij en ik krijg veel (gratis) uitnodigingen of ga mee met vrienden naar hun exposities en uitvoeringen. Ik ben nog niet naar de film geweest, maar dat komt nog wel. 
In Yogya bezocht ik een moderne bewerking van het aloude Medeo (geen idee wie de schrijver is, ik heb geen klassieke opleiding achter de rug), met als titel Medeo Media door Teater Garasi. Ik heb genoten van de setting in deze tijd met als achtergrond de studio van een talkshow en de wereld van de entertainment industrie. Ik kon bijna alle tekst volgen en heb verschrikkelijk gelachen om de cliche beelden en bewerking van de thema's uit het oorspronkelijke verhaal. De zaal was afgeladen vol. Hoewel het publiek bij voorstellingen en exposities vaak hetzelfde is, een culturele elite, net als in het Westen. Enig verschil is misschien dat er veel studenten bij zijn. In Nederland is het publiek voor theater en dans toch vaak ouder, als ik me niet vergis, want het is lang geleden dat ik in Nederland theater of dans heb gezien.




Ook bezocht ik een voorstelling door kinderen van Anak Wayang Indonesia, het was een Ketoprak (volkstoneel) uitvoering van het verhaal van Saidja en Adinda van Multatuli uit de Max Havelaar. Anak Wayang is een stichting die zich bezig houdt met opvang van kinderen en non-formele educatie. Ze maken veel gebruik van creativiteit: muziek, toneel en vroeger ook film. Nu zetten zij zich vrijwillig in door middel van traumahealing voor de kinderen die verblijven in opvangcentra voor vluchtelingen vanwege de vulkaanuitbarsting van de Merapi en doen aan fundsraising, zoals veel hee veel groepen hier in Yogya en elders op Java. De solidariteit is groot. In 2002 hebben wij een groep kinderen van AWI naar Nederland gehaald in het kader van Festival Mundial. Ficky was een van hen. Hij was toen 14 jaar oud en was een wat verlegen jongen, die zichtbaar opbloeide en lef had op het moment dat hij optrad. Toen al met pantomime bezig. Ook deze keer was hij van de partij, samen met een andere jongen uit die eerste groep Wayang kinderen (letterlijke vertaling van Anak Wayang). Zij werken nu parttime bij Anak Wayang of zetten zich in als vrijwilligers. Het is grappig om juist dit gedeelde verhaal uit de Nederlandse en Indonesische literatuur en geschiedenis in deze uitvoering te zien. Wederom Sahring-A-History. Het lijkt de leidraad van mijn leven te worden. 



In Semarang waar ik vorige week was voor familiebezoek heb ik een concert van het Nederlandse Yuri Honing accoustisch Jazzkwartet bijgewoond. Ik had gratis toegangskaartjes bemachtigd en ben samen met neef Yuska en een vriend gaan luisteren. Voor deze jongeren was het een uitzonderlijke ervaring omdat ze maar zelden concerten bezoeken, vanwege hoge drempel of financieen.
Wat nog uitzonderlijker was, is dat ze samen met anderen een jazzband hebben gehad. Ik wist dat mijn neef Yuska muziek maakte maar dat hij jazz heeft gespeeld wist ik niet. Ze zaten het hele concert zichtbaar te genieten. Het soort jazz dat Yuri en zijn kwartet bracht was heel anders dan ze gewend zijn te luisteren of te spelen. Dit was meer Miles Davis achtige jazz. Eigen en oudere composities. Yuska was de drummer van de meer jazzrockband en hij verbaasde zich met name over de inzet van de drums. In tegenstelling tot rockmuziek waar de drummer het ritme bepaalt, was het hier de staande bas die dat deed en de drummer vulde als instrumentalist het harmonische patroon. Nauwelijks zijn bastrom met zijn voet bespelend maar voornamelijk de bekkens, cymbalen en troms beroerend, aaiend, strijkend alsof hij een geliefde liefkoosde. Jammer was het dat het concert nog geen uur duurde. Het publiek had nog wel meer willen horen. De musici hadden behoorlijk last van slechte monitorversterking zodat ze zichzelf en elkaar nauwelijks konden horen, maar de zaalversterking was gelukkig goed. Ogen dicht en de verschillende lijnen van de instrumentenvolgend: saxofoon, piano, bas en drums die zich tot een harmonisch geheel weefden. We hebben er erg van genoten. Na het concert nog even met de drummer gekletst en een fanfoto gemaakt van Yuska samen met hem en daarna een kleine afterparty met een biertje en nakletsen in een soort cafe.




Naast cultuur heb ik me ook over laten halen door Ficky om mee te doen met een spelletje Futsal, indoor voetbal met een groep studiegenoten van zijn universiteit. Hoewel ik 2,5 maal de leeftijd had van de medespelers, ging het me toch nog redelijk af. Ik had alleen vreselijke spierpijn de volgende dag. Genoeg beweging, dat wel, maar niet het soort bewegingen die je maakt tijdens een potje zaalvoetbal. Naast een potje futsal, bij uitzondering en het trappen van een balletje hier en daar doe ik iedere ochtend wat gymnastiekoefeningen om mijn lijf soepel te houden.
Voor mijn fotoproject over de jeugd in Indonesie volg ik een aantal hoofdpersonen, waaronder Ficky. Ik ga dus regelmatig met hem op stap, ook om foto's te maken. Dan sla ik 2 vliegen in een klap tijdens zo'n uitje.
Fysieke ongemakken heb ik nauwelijks. Alleen mijn kont doet enorm zeer. Ik ben een paar kilo's kwijt geraakt en ik voel continu waar ze af zijn gegaan! Ik zit gewoon op mijn botten. Ik zit weinig op zachte stoelen, maar direct op beton (zoals nu, al typend), bamboe of hout en reis veel. Achter op de brommer waar ik me veel mee verplaats, wordt mijn arme kont ook continu geranseld. 


Het is nu half een hier en kinderbedtijd, dus houd ik het hier maar bij.
Volgende keer een verslag over mijn familiebezoek in Semarang van afgelopen week.

zondag 7 november 2010

Diversity in globalised society

Daar ben ik weer.
Het heeft even geduurd, maar de afgelopen weken waren weer killing!

De eerste paar dagen na aankomst in Yogya heb ik gebruikt om wat bij te komen, mijn vorige bericht te schrijven en vrienden te bezoeken.
Indonesie is in de greep van natuurrampen op dit moment. Nu in Yogyakarta en de naaste omgeving de uitbartsingen van de Merapi vulkaan. Vorige maand een tsunami die de Mentawai eilanden trof en
in de tweede helft oktober had er in Wasior, West Papua een grote ramp plaats door een modderstroom die de berg afstorte en een hele vallei verwoestte.
In Yogya werd door Papua studenten (dat zijn er inmiddels een behoorlijk aantal) een benefietconcert georganiseerd waar ook mijn vrienden van Shaggydog aan meededen. Omdat zo'n concert mooi past in mijn grote fotoreportage over de jeugd in Indonesie en ik Shaggydog nog nooit in Indonesie heb zien optreden, was dit de juiste gelegenheid.
Ik ben met ze meegegaan  en heb het geheel gefotografeerd, zowel samenkomst vooraf, backstage als het concert. Het is een hele leuke avond geworden. Bier, uitzinnige fans en lekkere dansbare muziek.
Aansluitend met Heru, de zanger van de band en zijn vriendin doorgezakt in een lokale kroeg en bij hem op de bank gecrashed omdat ik de plek waar ik verbleef niet meer kon vinden in deze conditie en in het donker.... vooral dat laatste natuurlijk! :-)





 

De dag daarna heb ik een groot deel van de dag en de nacht doorgebracht bij Caroline en Sutik. Caroline heeft vroeger voor ons gewerkt en is getrouwd met een van de Shaggydogscrew. Zij hebben in Zuid Yogya een kleine homestay en een van de kamers was vrij dus heb ik daar maar geslapen. Ik leid een redelijk nomadisch bestaan op het moment.

Vanaf zaterdag de 23e begon het serieuze werk, hoewel mijn fotografie natuurlijk ook wel echt werk is.
Zaterdag begon een tweedaags programma gelinkt aan het Internationale seminar waaraan ik deelnam.
Die dagen waren rond het thema "dialoog tussen de godsdiensten" dat in Indonesie nog in de kinderschoenen staat. Hoewel Yogyakarta een voorbeeld is voor de rest van het land. Hier is het nog nooit tot rellen of onlusten tussen de religies gekomen. De Javanen zijn een zeer eclectisch, open en tolerant volk. Bij veel Indonesische volken vormen de adat, de ongeschreven wetten, normen en waarden en volksgeloof gerelateerd aan geesten en voorouderverering de basis van hun bestaan. Daar bovenop kwamen de laagjes "moderne" religies: hindoeisme, boeddhisme, christendom en islam. Door de gebeurtenissen van het afgelopen decenium is er in dat opzicht veel veranderd. Extreme en fundamentalistische ideeen zijn hier van buitenaf geplant en zijn tot wasdom gekomen. Dat maakt het er allemaal niet makkelijker op. Maar hetzelfde geldt voor het Westen. De fundi's vormen een kleine minderheid met een grote mond waardoor ze een stevige stempel drukken op samenlevingen.
Daar komt dan nog het terrorisme bij, waardoor alles verder op scherp wordt gezet.

We hebben een moderne hindoetempel, de Borobudur en een boeddhistisch klooster bezocht, een religieuze gemeenschap die gedeeld wordt door katholieken en moslims, een kerk, een Chinese tempel met Boeddhistische, Confusianistische en Taoistische schrijnen, een Islamitische asrama een Javaanse sekte en een Moskee. We begonnen de dagen met een ontmoeting en welkom op een universiteit en een bezoek aan de Karton, het paleis van de sultan van Yogya, die nog steeds wereldlijke macht heeft, bovendien gouverneur is en zeer gerespecteerd wordt door het volk. Overal werden we groots welkom geheten en ontvangen met speeches, eten en drinken, zoals het de Indonesische gastvrijheid betaamt.
Al snel was ik een soort gids en tolk, want ik was de enige die zowel Frans, Engels als Indonesisch spreekt. En door mijn kennis van Indonesie kon ik ook de gastheren het vuur aan de schenen leggen en de anderen uitleg verschaffen over verschillende gewoontes en wetgeving. Bijvoorbeeld betreffende interreligieus trouwen, dat hier onmogelijk is omdat er geen burgelijk huwelijk bestaat. Een van de twee a.s. gehuwden moet dus om naar de andere religie. Dit kan alleen ontweken worden door in het buitenland te trouwen.


Het programma was even druk en vol als het hierboven leest. 's avonds kwam ik bekaf thuis. De tweede avond had het officiele welkomstdiner plaats voor alle deelnemers d.w.z. sprekers van de seminaars.
Op de foto hierboven staat maar een deel van het zeer gemelleerde gezelschap dat bestond uit professoren uit diverse vakgebieden, afkomstig uit, wonend en werkend in Azie, Afrika, Europa en de V.S. Globalisme ten top. Een Senegalees die les geeft in de V.S., een Ghanees die doceert in Hong Kong, een Vietnamees echtpaar dat hun tijd deelt tussen Franktrijk en Vietnam, Indiers, een Bulgaarse die onderzoek doet in Jakarta, een studentenleider uit Darfur, Marokkanen, een Algerijnse, enz.  De rest van de deelnemers druppelde bij het diner en de volgende dag binnen. Totaal waren we met 32 personen.  Een erg interessant gezelschap. Ik had al snel contact met de Bulgaarse, het Vietnamese echtpaar, een Indier, de Senegalees en een Amerikaanse die theaterwetenschappen doceert en met mij samen een workshop deelde.
Ik was in alle opzichten een buitenbeentje in de groep, een rol die me wel ligt. Ik had aangekondigd dat ik een rebel ben en tijdens de drie dagen seminars bleek ook wel dat ik een zeer afwijkend beeld heb van de wereld dan de meeste van hen. Maar tot mijn verbazing werden mijn inbreng, mening en inzichten zeer op prijs gesteld en ik had zelfs een paar verstokte fans met wie ik buiten de seminars om veel heb gepraat en gedeeld. Vier van hen heb ik op de enige vrije avond uitgenodigd voor een bezoek bij mij thuis, d.w.z. de sanggar = leef- en werkplek van Teater Mime Yogya, de pantomimegroep van Ficky en zijn vrienden Asita, Andy en Inyong, waar ik een week heb verbleven. Het was een overgetelijke avond waarop echt gedeeld werd. Eten, drinken, liederen , verhalen en grappen uit diverse landen. Drie jongens van de mimegroep waren aanwezig en ik had de dochter van mijn becakvriend uitgenodigd die psycholgie studeert in Yogya.  


De seminars waren van 9 uur 's ochtends tot 5 uur. Ik stond om half 6 op om op tijd bij het hotel te zijn waar de bus de deelnemers kwam ophalen. 's avonds om 6 uur weer in het hotel en meestal geen tijd om naar huis te gaan om me te baden en te verschonen, want het avondprogramma stond alweer voor de deur. De meeste seminars waren interessant en ik heb veel geleerd. Maar naar mijn mening teveel gebaseerd op oude denkbeelden en de sprekers lijken te weinig bewust van wat er in de wereld op het ogenblik echt aan de hand is. Een voobeeld: er was een hele ochtend gewijd aan economie. Prachtige verhalen over arme landen die rijker werden en verschuivingen door economische crises, politieke instabiliteit, etc. Daarop stelde ik de volgende simpele vraag aan alle economen: Economie draait om geld, daar praten jullie over, "Wie is volgens u het rijkste: een becakrijder die 10.000 rupiah in zijn hand heeft of een Europeaan die 250.00 Euro schuld heeft?"
De vraag bleef onbeantwoord. Waarop ik ze erop wees dat mijn vraag niet beantwoord was, in tegenstelling tot de andere vragen. Konden ze het niet of wilden ze het niet?
Ik heb dezelfde vraag aan minstens 50 Indonesiers gesteld de afgelopen tijd en hun antwoord was unaniem: de becakrijder. Maar in de huidige "oude" wereld is de Europeaan, of ongeacht welke andere "rijke" met enorme schulden het rijkst. Volgens mij drijft de huidige economie op lucht en is het volk schuldslaaf van de banken en verworden tot een productierobot. Nauwelijks meer tijd om echt te leven en met familie en vrienden te delen. Zie verder mijn vorige bijdrage.

Ook tijdens andere seminars wilde ik nog weleens de wereld op zijn kop zetten en de professoren aan het denken zetten. Bijvoorbeeld: "Wat is het verschil tussen het omkopen van politici of de lobbyisten die voor even veel geld de politici kneden en suflobbyen van onze centen ?" Veel NGO's zijn inmiddels grote  instituties geworden en vormen een industrie opzich waarvan vele tienduizenden families of meer leven en waarin vele miljarden omgaan. Dat is dan wel weer goed voor onze werkgelegenheid, maar toch: was dat de oorspronkelijke bedoeling?

Ik deelde de tijd tijdens de Arts workshop met Kanta, de Amerikaanse theaterwetenschapper en performing kunstenares. Wij liggen aardig op een lijn en zien een belangrijke rol weggelegd voor culturele diplomatie en inzet van kunsten bij educatie, bewustwording en interculturele communicatie in de huidige globaliserende wereld.
Mijn  eigen lezing werd een groot succes. Ik heb veel aanhang onder de studenten, die mijn vragen en afwijkende standpunten  wel konden waarderen. Ik sprak in hun taal over hun wereld. Ik ben hoopvol gestemd waar het de toekomst van de aarde en de mensheid betreft. De jeugd deelt overal ter wereld dezelfde ideeen, waarden en normen. Als ze nu ook gaan accepteren dat alleen door eerlijk te delen wij als mensheid kunnen overleven (ze zijn zich aardig bewust van de staat waarin de wereld zich op dit moment bevindt), dan zou het nog wel eens goed kunnen komen. En delen doen ze en ze communiceren zich (internationaal en intercultureel) suf online en via SMS, maar ook via muziek en jongerncultuur, etc. etc. Ik zet in op de jeugd, niet op de huidige overheden en instituties, hoe belangrijk ze ook zijn geweest in het proces om ons op dit punt van de geschiedenis te brengen.