donderdag 2 december 2010

Netwerken, net werken.....

Mijn verblijf in Indonesie bestaat, naast een aantal concrete projecten, vooral uit het leggen van nieuwe contacten en het hernieuwen van oude contacten. Overal is mijn agenda goed gevuld met afspraken. Ik ben druk met het lobbyen voor exposities in diverse steden. Hier veelal gepaard gaand aan discussies en in de hoop op het kunnen geven van lezingen en workshops in relatie tot mijn werk. Voor mij is het voor de toekomst vooral belangrijk een voet aan de grond te krijgen als beeldend kunstenaar, spreker en organisator. Van beeldende kunst kun je ook hier in Indonesie nauwelijks bestaan. Tenzij je natuurlijk behoort tot die lucky few. Het is daarom belangrijk workshops, lezingen, gastdocentschappen en discussies te koppelen aan je werk. Ik bied als het ware een totaalpakket aan, dat voor diverse instellingen interessant(er) is.


Galeries en vertoningsplekken verhuren hun ruimte. Zelden exposeer je op uitnodiging, ook dan behoor je weer tot die happy few. Solo exposeren is kostbaar. Samen met andere kunstenaars een groepstentoonstelling maken is goedkoper. Kunst kost alleen maar geld en voor vrijwel elk evenement of expositie zijn sponsors nodig. Hoe klein ook. Net als in Nederland geven de meeste kunstenaars les, ze geven workshops of nemen betaald deel aan discussies en andere kunstactiviteiten. Netwerken is daarom van levensbelang. Steeds maar weer je gezicht laten zien bij openingen, even een handje schudden voor een voorstelling begint, een kort praatje maken, gezien worden in het gezelschap van belangrijke cultuurmakelaars en organisatoren, geintroduceerd worden door vrienden bij grote spelers in het veld is vertrouwd en opent deuren waar ze anders gesloten blijven. Samen een hapje eten, wat drinken en zorgen dat er een follow up is in de vorm van een ontmoeting om zo je werk en je ideeen onder de aandacht te brengen van de belangrijkste organisatoren, galerie-eigenaren en curatoren. Die ontmoetingen en dat netwerken zijn zo belangrijk en tijdrovend dat het echte werk ergens tussen al die afspraken door wordt verricht. Gelukkig dat ik al fotograferend op elk moment van de dag, waar ik me ook bevind, altijd wel wat te fotograferen heb. Werken dus.... tussen al dat net werken door. Mijn camera is altijd bij me (in de buurt). Onderweg naar een afspraak maak ik vrijwel altijd  foto's om de reis te veraangenamen. Ik moet contact maken met de mensen om me heen, maak praatjes omdat men nieuwsgierig is naar het waarom van de foto's en voor je het weet ben je weer ter plekke en als bonus neem je mooie foto's mee terug naar huis.



De afgelopen periode in Depok/Jakarta stond ook weer in het teken van netwerken en ontmoetingen.
Ik werd door Prita geintroduceerd bij een van de beroemste Indonesische zangers: Iwan fals. Op een zondag zijn we met Rudra, Prita's man - die gevraagd was als geluidstechnicus voor optredens van Iwans band - naar zijn landgoed (huis, tuinen, podium, studio's, repetitieruimten, winkel) in de omgeving van Depok gereden voor een bezoek tijdens een repetitie van zijn band.
Al bijna dertig jaar ben ik een groot fan van zijn muziek en teksten en volg ik zijn carriere, maar nog nooit had ik hem ontmoet. Iwan heeft veel samengewerkt met vrienden van mij in de meest succesvolle rockformaties uit de Indonesische popgeschiedenis: Swami, Dalbo, Kantata met o.a. goede vriend en vernieuwende drummer/percussionist Innisisri (die het typische Indonesische geluid gaf aan de muziek), tekstschijver en gitarist Sawung Jabo (bekend om zijn ongezoute kritische teksten), Toto Tewel  (meastro sologitarist), basist Nanoe (als steady basis) en de Indonesische dichter Rendra, die teksten bijdroeg en als verbindende factor diende, omdat de kern gelieerd is aan zijn bengkel Teater (theaterwerkplaats). Samen met grootheid Iwan Fals en (zakentycoon) Setiawan Djodi als mecenas/gitarist, hebben ze in de jaren 80 en 90 prachtige muziek gemaakt die op een internationaal podium niet had misstaan. Voor de muziekliefhebbers, zoek eens op Youtube onder Kantata, Swami en/of Iwan Fals, Sawung Jabo.
Helaas hebben een aantal van hen het rock&roll bestaan niet overleefd en zijn te vroeg heen gegaan.




Heerlijk om de muziek eens live te horen, want ook dat is me in dertig jaar nog nooit gelukt. Altijd waren Theo en ik ergens anders in Indonesie aan het werk of we waren in Nederland.
Het was een gemoedelijke middag, vol van het ophalen van herinneringen tussen Iwan en Prita die productie en management deed bij diverse projecten en geklets over muziek en geluid. Heb als een echte fan gevraagd zijn laatste CD te signeren   :-) Een leuke souvernir van een geslaagde middag, die vast nog wel een staartje krijgt.

Verder bezocht ik het Urbanfest 2010 in Jakarta met mijn Bulgaarse vriendin Zori, die ik op het seminar heb leren kennen. Zij heeft in de drie maanden dat ze aan de Universiteit van Indonesia onderzoek deed zo weinig van Indonesie en het gewone dagelijks leven meegekregen dat ik haar af en toe mee uit heb genomen.
Zori is een echt poezenmens, moet niets van honden hebben. Is er zelfs bang voor, maar had die dag het lef om het kleinst mogelijke hondje vast te houden en te aaien. Veel groter dan een katje was het nou ook weer niet.



Urbanfest is een jaarlijks tweedaags festival voor de jeugd. De moderne stadsjeugd wel te verstaan. Met alle mogelijk denkbare gagets en speeltuig: rollerblades, BMX fietsen, skateboards en allerlei nieuw spul rechtstreeks uit de VS geimporteerd. Er werden demonstraties gegeven en je kon zelf ook het een en ander proberen. Nieuwsgierig als ik ben en me eeuwig een jongen van 17 wanend, heb ik me gewaagd aan drie stuks nieuw speelgoed. Een driewielig fietsje waarop ik zonder probleem de blitz kon maken als fietsende NLer.


Fietsen is ons met de moedermelk meegegeven. Moeilijker werd het op een soort metalen springpoten waarop je al huppend je evenwicht moest zien te houden en (als je erg bedreven bent) hele sprongen kunt maken. het lukte me om staande te blijven en een kleine afstand te huppen, maar tot echt springwerk mocht het niet komen. Ik vond het materiaal nogal zwaar en het was een behoorlijke aanslag op mijn conditie om er iets van te maken.



Helaas heb ik geen foto's want ik heb af en toe error met mijn camera. De foto's die ik van dat speelgoed heb gemaakt zijn verdwenen. Misschien kan ik ze later nog terughalen van de geheugenkaart.
Ik ging naar het Urbanfest vanwege mijn fotoreportage over de jeugd in Indonesie.
Zori heeft wel foto's van mij gemaakt maar kon ze niet downloaden omdat ze de juiste kabels was vergeten mee te nemen naar Indonesie :-(
Die houden jullie dus tegoed.

Het allerleukste vond ik een soort groot metalen speelrek, dat was opgebouwd en een aantal losse houten speelelementen waar op en af gesprongen werd. Het deed me direct aan de Apekooi denken. Altijd voor een schoolvakantie op de lagere school werd de gymzaal omgebouwd tot een spring en klimparadijs, waarop ik me inderdaad als een aap heen en weer slingerde van touwen naar klimrek en ik hupte van bok via paard naar klimrek en weer terug, enz. Het was niet de bedoeling dat je de grond raakte. Ik was er dol op. Dus ook hier tussen de jeugd vrolijk meegedaan met klimmen en swings over een bamboelat die ze hadden bevestigd. Het ging me nog aardig af en ontlokte de jeugd zelfs applaus. Niet slecht voor zo'n oude straathond!


Verder was er veel indie (independent = zonder platencontract) muziek, van jonge bands. Sommige waren echt de moeite van het luisteren waard. Maar soms werd er zo vals gezongen dat ik me maar bezig ben gaan houden met het resultaat van de bodypaint demonstratie. Dat beviel een stuk beter. Hoewel niet echt de totale body gepaint, was het gewaagd voor de preutse Indonesiers en vooral de jongens genoten en er werd door hen dan ook volop gefotografeerd.

Hier in Aceh begint mijn verblijf ook weer met netwerken. Ik kom hier voor het eerst omdat het decennia lang verboden gebied was voor buitenlandse bezoekers vanwege de binnenlandse oorlog tussen het nationale leger en de Acehse onafhankelijkheidsbeweging GAM. Er is nu een wankele vrede en de provincie heeft een autonome status gekregen, met als toegift de islamitische Syariah wetten, waar ze eigenlijk ook weer niet zo blij mee zijn.
Het netwerken en nieuwe contacten leggen, vindt gedurende de hele dag voornamlijk plaats in cafe's. Dat zijn, alcohol en wiet vrije, koffiehuizen die het midden houden tussen een Nederlands terras en een Nederlandse koffieshop in kantineuitvoering. De muziek die redelijk hard gedraaid wordt is Westerse en Indonesische pop. Er zit voornamlijk mannelijke jeugd. Een groot verschil met de gewone, met name op oudere mannen gerichte traditionele, koffiehuizen, die hier in Banda Aceh, de stad dus, in de minderheid beginnen raken. Vrouwen alleen in groepjes zie je er zelden en pas sinds de tsunami, door de invloed van buitenlandse hulpverleners. Het zijn moderne, trendy plaatsen waar door twintigers gedate wordt. Allemaal erg keurig zonder lichamelijke intimiteit, ondanks de donkerte, (openbaar zoenen kan levensgevaarlijk zijn!) Er is gratis wifi en de meeste groepjes zitten achter de computer te internetten, facebooken, games online te spelen. Poker is ook hier erg populair, maar met punten en niet om geld, zo werd mij verzekerd!



Koffiedrinken, discussieren en ouwehoeren, lijkt de belangrijkste hobby van de Aceher. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aan de koffie, die er in allerlei varianten gemaakt wordt op de manier zoals ik die ken uit India en Singapore.  In Indonesie zag ik deze manier van koffie zetten alleen eerder in Menado.
Ik ben hier in Aceh te gast bij Komunitas Tikar Pandan, een groep jongeren die zich bezig houdt met sociaal cultureel werk: schrijversschool, theater, exposities en workshops en vele andere activiteiten. Geleid door jonge Acehse schrijvers/kunstenaars. Ik ga er eind dit jaar exposeren en workshops geven in relatie met Stedelijke/Urban Communicatie.



Tot een volgende bijdrage. Selamat ngopi !