maandag 24 januari 2011

Papua, here I come!

In tien dagen tijd van Banda Aceh, naar Depok, naar Bandung, terug naar Depok, naar Semarang en door naar Yogya om van daaruit te vliegen naar Sorong, gelegen in de Vogelkop van Papua.
Dat waren een heleboel kilometers. De dagen tussen Aceh en Sorong waren wederom vol van afspraken, erg nuttig, soms saai en vervelend , soms heerlijk ontspannend met kunstenaars en familiair met familie en goede vrienden.


In Semarang heb ik naast de familie ook in Galeri Semarang een overzichtstentoonstelling bezocht van Krisna Murti, een bevriende (video-) kunstenaar. Ik hoop van hem nog eens wat lessen (video/ beeld- bewerking) te mogen krijgen en van gedachten te wisselen over hoe mijn audio visuele archief te gebruiken tbv mijn kunst. Hij speelt in zijn werk veel met vervreemding en de tegenstelling van moderne en traditionele wereld. Erg mooi werk en vaak vol humor.
De galerie is in een prachtig oud koloniaal pand gevestigd dat volledig gerenoveerd is en gelegen is in de oude stad van Semarang, richting kust en vlak bij het oudste station van de stad. Samen met neef Edu heb ik er een tijdje rondgereden in de straatjes voor en na we de expositie bezochten om andere oude koloniale panden te fotograferen.


Een deel van de Indonesiers en de Indonesische overheid begint zich te realiseren dat deze oude koloniale gebouwen ook tot de Indonesische culturele erfenis behoren en niet alleen tot de Nederlandse koloniale geschiedenis. In Jakarta is zelfs een Tempo Doeloe club die allerelei historische uitjes organiseert.
Wederom Sharing-A-History.
Nieuwe regelingen, vergelijkbaar met monumentenzorg in Nederland, moeten deze gebouwen tegen sloop en verwaarlozing behoeden. Het lukt nog niet helemaal, maar het is beter dan niets en de historische bewustwording van de huidige generaties neemt toe. Een wijk als deze in Semarang heeft de potentie een prachtig gerestaureerd stadsdeel te worden dat vele toeristen en nering kan trekken. Ik stel voor er een uitgaanscentrum van te maken: een voetgangersgebied met restaurants, terrasjes, winkeltjes en weer een werkend cultureel centrum in het oude MGM theater, waarschijnlijk vroeger in gebruik geweest als bioscoop, feestzaal en schouwburg. Kunnen jullie je de bal dansants voor ogen halen in zo'n schitterende omgeving?


Helaas is de Semarangse grond onvruchtbaar voor de kunsten, blijkt vaak weer. Krisna en een aantal andere kunstenaarsvrienden die er vandaan komen -maar er om die reden niet meer wonen - proberen er al jaren dingen van de grond te krijgen maar met weinig succes. Het blijft een haven- en handelsstad.

Na Semarang ben ik doorgereisd naar Yogyakarta waar ik met Sagrim heb afgesproken. Vandaar reizen we samen naar Papua. Hij heeft me uitgenodigd om met hem "pulang kampong" -terug naar geboortegrond/familiehuis- te gaan en de Kerstdagen en Oud en Nieuw samen met hem en zijn familie te vieren in zijn dorp van herkomst in het binnenland van Sorong, in het westelijk deel van Papua dat vroeger bekend stond als Vogelkop. Een aantrekkelijk aanbod dat ik direct aannam, ondanks het feit dat ik eigenlijk min of meer de afspraak had om de feestdagen deze keer in Depok bij Prita en haar gezin door te brengen.


Ik heb Sagrim (op de foto boven links: 28 jarige student architectuur) leren kennen tijdens het seminar ter herdenking van de Bandungconferentie 1955 afgelopen eind oktober in Yogya. Hij sprak daar n.a.v. het verschijnen  van zijn boek dat hij de intrigerende titel  "de Geschiedenis van God bij de stammen van Papua" had meegegeven, vrij naar Karen Amstrong's "Geschiedenis van God".  We hebben in die periode diverse gesprekken gehad over de invloed van religie op de adat, de animistische oerkennis die ten grondslag aan alle (religieuze) kennis ligt. Over het verloren gaan van de menselijke verbintenis met de natuur in de moderne wereld, in de stad. Over mijn ideeen ten aanzien van evolutie n.a.v. mijn Sharing-A-History voordracht op het seminar. Over de inbalans tussen technische ontwikkeling en spirituele groei.
Hoewel we beiden een totaal verschillende achtergrond hebben en opvoeding hebben gehad, liggen onze gedachten dicht naast elkaar, wat een gezamelijk bezoek aan zijn geboortegrond nog aantrekkelijker lijkt te maken. 

Sinds mijn jeugd heb ik al iets met Papua's die ik leerde kennen uit de verhalen van leraren, voormalige missionarissen en natuurlijk uit het tijdschrift KIJK en het prachtige Volkendkundige Museum dat Tilburg eens rijk was en gelegen was achter de schouwburg, naast het huis van de Zusters van Oude Dijk.
Daarnaast staat Papua al lang bovenaan op mijn verlanglijst van te bezoeken provincies in Indonesie. Dit omdat een van de meest aantrekkelijke kanten van Indonesie ligt in het feit dat het binnen de landsgrenzen vrijwel alle stadia van menselijke evolutie herbergt. Van Papuastammen die nog in boomhutten leven, 50-100 meter boven de grond net als de Orang Utans in Sumatra en Kalimantan tot op dezelfde hoogte, in wolkenkrabbers internettende beursmakelaars in het zakenhart van Jakarta. Er liggen niet alleen duizenden kilometers, maar ook vele tienduizenden jaren menselijke evolutie tussen de een en de ander.

In eerste instantie mochten Theo en ik niet naar, wat toen nog, Irian Jaya heette, omdat de Indonesische overheid onder President Soeharto niet wenste dat de buitenwereld wist wat daar aan politiek onrecht, economische uitbuiting en menselijke ellende plaats vond, net als met Aceh. Later was het Theo's gezondheid die ons ervan weerhield naar het, inmiddels in Papua omgedoopte land van de Dani, de Asmat, de Koroway en tientallen andere natuurvolken af te reizen.


Een van de grootste veroorzakers van ellende in Papua is het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport dat van Soeharto vrijwel de vrije hand kreeg om wat dan ook in Papua uit de grond te halen.  De enorme winsten uit de mijnbouw vloeien weg naar de VS en naar Jakarta en waarschijnlijk een behoorlijk percentage direct naar de schatkist van de familie Soeharto, e.a. (en aanhang!).  Op de dag voor ons vertrek naar Sorong wordt er door Sagrim's medestudenten van de Asrama Papua in Yogyakarta een demonstratie georganiseerd tegen de aanwezigheid van Freeport in Papua en de rest van Indonesie.
Wij hebben het te druk met het regelen van de vliegtuigtickets en de laatste voorbereidingen voor ons vertrek. Om 04.00 uur is de taxi besteld voor vervoer naar de airport voor de vlucht van 06.00 uur naar Sorong via Makassar en Ambon.





zondag 23 januari 2011

Bijna van Sabang tot bijna Merauke

Het is een lange tijd geleden dat ik mijn laatste blogbijdrage schreef. Ik heb sindsdien enkele duizenden kilometers afgelegd in Indonesie, bijna van het uiterste westerlijke punt Sabang, gelegen op het eiland Weh voor de kust van Aceh tot bijna naar het meest oostelijke punt van Indonesie Merauke, gelegen in het Noorden van Papua tegen de grens van Papua Niugini. Het werd Banda Aceh in het westen en Sorong in het oosten. Ik ben er bijna, maar nog niet helemaal. Hoewel het mijn streven is om letterlijk nog eens in deze twee uiterste plaatsen van Indonesie terecht te komen, is het van volkomen ondergeschikt belang om daar zo snel mogelijk te zijn.


 Meer dan een reiziger ben ik een blijver.
Hoewel ik enorm geniet van het reizen van A naar B, is het doel van de reis toch om naar B te komen en niet de reis zelf. Het doel van de reis is het verblijf op een plek waar de wind me brengt. En de wind bracht me begin december naar Aceh.
Ik was er ter voorbereiding van een workshop over stedelijke communicatie die ik daar ga geven in de tweede helft van dit jaar. De workshop gaat gepaard met een expositie van mijn werk.
Sinds een paar jaar is communicatie in de stad een van de hoofdthema's in mijn fotografie. Ik leg allerlei vormen van formele en non-formele communicatie vast. Onderweg, al reizend en overal waar ik enige tijd verblijf, zoals op eerdere bijdragen is te zien.


Deze verkeersborden, zijn een goed voorbeeld van formele communicatie. Uniek voor Aceh waar ze enkele jaren na de tsunami op tweede kerstdag 2004 (waarbij ruim honderdduizend Acehers om het leven kwamen) werden opgericht.
Opvallend is het dan weer wel dat de nieuwe verkeersborden die de evacuatieroute aangeven in geval van een tsunami niet overal hetzelfde zijn. Het bord hier rechts uit Banda Aceh is geschonken door World Vison als onderdeel van hun Aceh development program. Het bord hierboven is het resultaat van een samenwerking tussen de Indonesische en Amerikaanse afdelingen van de Internationale federatie van Rode Kruizen (christelijk) en Halve Manen (islamitisch). Dit bord kwam ik tegen in het kustdorpje Utamong waarvan niets meer overbleef en driekwart van de bevolking omkwam.
Of de borden werkelijk effectief zijn, weet ik niet. Uit de verhalen die ik hoorde van overlevenden van de tsunami is me vooral ook bij gebleven hoe snel alles ging. Een kwestie van seconden. Ik hoop in ieder geval dat de generatie kinderen die geboren en opgegroeid is na de tsunami, nooit maar dan ook nooit praktisch afhankelijk zal zijn van dergelijke borden om zich snel in veiligheid te brengen in geval er weer zo'n ramp plaats vindt. 
De tsunami van 2004 is nog steeds en hoe kan het ook anders omnipotent aanwezig in de stad, aan de kust en vooral in de verhalen van de mensen. Ik had mezelf een opdracht gegeven om portretten te maken van nieuwe relaties die zijn ontstaan uit tsunami weduwen en weduwnaren. Een bericht van hoop en de veerkracht van de mens onderstrepend. Een lastig thema en ter plekke moeilijk realiseerbaar. Het is me gelukt vier echtparen te vinden tot op heden en twee daarvan heb ik in allerhaast gefotografeerd. Bij mijn volgende bezoek hoop ik de serie af te maken.

Er is een leven voor en een leven na de tsunami. Voor sommigen is dat het verschil tussen alles en niets. Ik schreef er twee dagen na de tsunami het volgende gedicht over dat onvoltooid bleef tot mijn bezoek aan Aceh. Het laatste couplet kon ik niet maken zonder direct met overlevenden te hebben gesproken.

ACEH
26 december 2004

Een boot hoort niet
midden in de stad
Op een strand, misschien         
Het liefst op zee
Een enorme golf
nam hem met zich mee
Nadat de aarde trilde

Een moskee hoort niet
Op zichzelf te staan
Waar is het dorp
Waar zijn de mensen
Waaruit bestond hun lot
Waaruit hun wensen
Toen het leven verstilde

Een mens hoort niet
Op zichzelf te staan
Waar zijn mijn geliefden
Wie ben ik, om nog te leven
Waar is mijn geschiedenis
Waar zijn mijn wortels gebleven
Toen  de tsunami mijn levensboom vilde


Wat ook voortdurend in gesprekken en verhalen naar voren komt is de oorlog die dertig jaar duurde tussen de GAM (Acehse Vrijheids Beweging) en de TNI (het Indonesische leger). Door de tsunami kwam er een eind aan de decennia voortslepende vuile oorlog.
Er is nu sprake van een wankele vrede. Overal waar je gaat of staat is de aanwezigheid van het Indonesische leger zicht- en voelbaar. Vele kazernes in en buiten de stad. Tijdens tripjes buiten de stad werd me verteld dat vroeger op de uitvalswegen om de kilometer checkpoints waren.
De Acehers en het leger liggen elkaar nog steeds niet. Er is veel wantrouwen. Toen ik tijdens een van mijn eerste avonden in Banda Aceh op zoek ging naar de bron van plezier en karaokegezang, kwam ik terecht tussen drinkende militairen en dronken, lallende niet Acehse dames. De drank was illegaal, derhalve gevaarlijk want zelf gemixt met ethyl alcohol, de dames zongen fals, de installatie stond te hard, de sfeer was opgefokt en de vragen van mijn gastheren werden te indringend zodat ik maar weer snel ging. Mijn Acehse vrienden benadrukten dat ik me toch maar beter verre van het leger kon houden, al was het maar om ook hen niet gevaar te brengen.

Een voorbeeld van non-formele communicatie in de stad was een actie om aandacht te vragen voor de vermisten van het conflict, zoals de Acehers de oorlog noemen. Aan het hek voor een van de overheidsgebouwen hadden activisten foto's opgehangen van geliefden die vermist zijn. Ook waren er foto's van acties van het leger en illegale bergraafplaatsen van het leger te zien. De tsunami duurde maar even, zo werd me vertelt, toen was het over en kon de schade opgemaakt worden. Het conflict duurde maar voort en je wist nooit wanneer het afgelopen zou zijn. Dat continue leven in angst, onzekerheid en gevaar voor eigen leven maakt mensen murw en ziek. Ook veel jongeren hebben aan het conflict een trauma opgelopen. In sommige delen van Aceh werd intensief gevochten en vonden razzia's en executies plaats.
Het culturele leven van de Aceher is jarenlang vrijwel onmogelijk geweest door het uitgaansverbod dat vanaf 7 uur 's avonds gold. Nu is het zich weer voorzichtig aan het herstellen.

Tijdens mijn verblijf bij Komunitas Tikar Pandan werd er een, door hen gefaciliteerde, traumahealing workshop voor jongeren (14-20 jaar oud) gegeven door de Japan Foundation. In ruim een week tijd leren jongeren door middel van theater en expressie in woord en gebaar, niet alleen hun eigen trauma verwerken, maar ook terug thuis deze vorm van heling toe te passen in hun eigen school- en leefomgeving. Het was fantastisch te zien hoe deze jongens en meisjes opbloeiden na enige dagen en van verlegen in zichzelf gekeerde, onzekere jongeren te veranderen in meer zelfverzekerde, lachende en open jeugd.

  


Het bracht me direct terug in de tijd, want de studie die ik wilde volgen na mijn middelbare school was de academie voor expressie door woord en gebaar in Utrecht.  Het is er door meerdere malen uitloting niet meer van gekomen om deze opleiding te volgen. Inmiddels maakte ik samen met Theo radio-documentaires in Indonesie en traden we op. 
De toepassing van kunsten t.b.v. educatie, emancipatie en heling blijft altijd terugkeren op mijn pad. 
Op de derde avond werden er door de deelnemers, die in groepjes uit diverse delen van Aceh kwamen, optredens verzorgd. Hierboven de bijdrage van een groep van een middelbare school (zie de schooluniformen) uit de Gayo hooglanden. De filmende en fotograferende meiden zijn van een andere groep en zijn in hun zwarte, traditionele optreedkleding. Hun dagelijkse kleding is casual en hun jilbabs dragen ze in alle mode kleuren.

Een van de hoogtepunt van mijn verblijf in Aceh, was een tweedaags bezoek aan het kustdorpje Utamong. De jongere zus van Mansyah, een van de jongens van Komunitas Tikar Pandan ging trouwen en ik werd door hem uitgenodigd om erbij aanwezig te zijn. Ruim andere halve dag van gotong royong: samenwerking en voorbereiding door de vele dorpsbewoners en familieleden en een halve dag feest. Twee volle dagen lachen, muziek, heerlijk eten en een zeer familiaire sfeer. Dit soort gebeurtenissen zijn altijd een feest voor het oog, de maag en de ziel. Ik was snel ingeburgerd, onderdeel van de familie en had voortdurend een groep kinderen in de buurt die zich met mij vermaakten. En ik met hen.

Poffertjes bakken, voor ruim honderd gasten.    
Hennaschildering, bruid, nergens anders in Indonesie gezien.



De nacht voor het huwelijk dominospelen, keiharde muziek en zwarte koffie om wakker te blijven

                    Huwelijksvoltrekking in de moskee, foto Mansyah                     

Bruid en bruidegom in traditionele kledij tijdens de receptie


De eerste kennismaking met Aceh is me erg bevallen. De natuur is er van een uitzonderlijke schoonheid. Ongerepte bossen, maagdelijke stranden. De mensen zijn gastvrij en vriendelijk. In tegenstelling tot andere Indonesische volken zijn ze erg open en recht voor hun raap, bijna Nederlands. Het eten is er heerlijk. Het is een gebied dat erg in opkomst is. Het heeft veel potentie voor strand en eco toerisme. Maar de infrastructuur daarvoor is vrijwel totaal afwezig. Geen losmens, laat staan hotels aan de kust, geen homestays in het binnenland, wat rondreizen in Aceh erg lastig maakt. Dertig jaar lang was het min of meer oorlogsgebied en verboden terrein voor buitenlanders.


Na de tsunami, de wankele vrede en het effect van de wederopbouw met behulp van de rest van de wereld, is Aceh uit een decenia lang isolement aan het kruipen. Nog steeds wantrouwend en erg kritisch ten opzichte van met name het Indonesische leger en de republiek. Ook de dubbele relatie, Haat en Liefde met Nederland kwam regelmatig ter sprake. Als ik vertelde dat ik uit Nederland afkomstig ben, was de reactie vaak een "OhOoohhhh", dat duidelijk meer vertelde over de verhoudingen dan het gewone "Oh" elders in Indonesie. Enerzijds is er de liefde voor Nederland, het land met zoveel kennis over hun Aceh, dat als eerste diplomatieke banden aanging met Aceh en derhalve het Sultanaat erkende. Hetzelfde gold ook omgekeerd, Aceh was het eerste land dat middels het zenden van Ambassadeur Abdoel Hamid, de Nederlandse Staat van Maurits erkende. Anderzijds is daar de haat voor de bevriende natie die Aceh haar onafhankelijkheid en trots ontnam na een lange en bloedige koloniale oorlog. Aceh was het laatste onafhankelijke sultanaat dat aan Nederlands Indie werd onderworpen begin 20e eeuw. Soms werd me verzocht door vrienden om maar als Belg door te gaan om lastige debatten te vermijden, wat ik netjes deed. Soms was het juist interessant en uitdagend om als Nederlander het debat aan te gaan, bijvoorbeeld op plekken waar je geconfronteerd wordt met de geschiedenis.



Tijdens de Indonesische revolutie heeft Aceh altijd de republiek gesteund, maar eerder als buitenlandse natie dan als onderdeel van die republiek. Ze hebben altijd hun onafhankelijkheid bevochten. Of het ooit helemaal goed gaat komen tussen Aceh en de rest van Indonesie is de vraag. De houding van het leger helpt daar niet bij. De afspraken omtrent autonomie en verdeling van opbrengsten uit natuurbronnen worden scherp in de gaten gehouden. Aceh is rijk aan gas, olie, kalk en vele andere grondstoffen waarvan de winsten jarenlang naar het buitenland en met name naar Jakarta stroomden. 
Hopelijk zal de vrede stabiel blijken en zal Aceh investeerders en toeristen aantrekken om zich verder te ontwikkelen.

                                          Groeten uit Aceh, decmber 2010.