donderdag 28 november 2013

THUIS IN RUMAH KAHANAN

Ik ben alweer ruim twee maanden thuis in Depok.
De staat van transitie waar ik na het overlijden van Theo in 2009 terecht kwam, begint naar zijn einde te lopen. Ik heb uitgevonden wat ik wil in de toekomst, met wie ik dat wil realiseren en waar ik dat wil.

Team Rumah Kahanan: Djangkrik, Prita, Zacky en ik

Ik heb een thuis gevonden in Indonesie, zowel prive als zakelijk. Rumah Kahanan is het bedrijf dat Prita en ik samen met twee van onze vrienden hebben opgericht. Het is een bedrijf dat actief is in de kunst en cultuur sector. Zowel logistiek en technisch als organisatorisch en inhoudelijk. De exposities van mijn Groot Internationaal Politieke Moorden Kwartetspel in de Indonesische versie voor de galerie van het nationale persbureau Antara GFJA in Jakarta, eind 2011 en van Sharing-A-History in  Semarang in 2012 en in Jakarta en Depok in 2013 werden door Rumah Kahanan geproduceerd onder leiding van Prita.
Op dat moment was Rumah Kahanan (Rumah = huis, Kahanan=Javaans voor situatie) nog de 'komunitas' van creatievelingen die zich rond onze overleden vriend drummer, percussionist Innisisri had gevormd en samen met zijn traditionele Javaanse huis als erfenis achterbleef na zijn overlijden.
Eerder dit jaar hebben we Rumah Kahanan officieel opgericht als bedrijf.  Pt. Rumah Kahanan Citra Kreasi maakt het voor ons mogelijk om vrijwel onbeperkt legaal te ondernemen.
Het hebben van een juridische status stelt ons in staat om met overheden en NGO's samen te werken, zowel nationaal als internationaal.

Rumah Kahanan

Het bedrijf kent diverse divisies waarin kennis en ervaring van de verschillende directieleden samenkomen.
Ten eerste is daar onze 'Venue'. Ons basecamp in Kalimulya, zo'n 12 km. van ons huis in Depok. De plaats waar we activiteiten kunnen organiseren: van workshops en bijeenkomsten tot kleine festivals en optredens.
Het is ook te huur voor derden. Een soort partycentrum voor feesten, retraite, vergadering of andere bijeenkomst. Tevens is het een prachtige omgeving voor fotosessies en vanwege het antieke huis en de ligging in de prachtige tuin als filmlocatie te gebruiken.



Onder het huis ligt een studio, waar we kunnen werken. Ik heb er de afgelopen maand de becak gepimpt.
Als het weer het toelaat fiets ik er graag heen. Goed voor ruim een half uur beweging en zweten.

                                         Eerder dit jaar werd het dak van het huis gerenoveerd.


Nu zijn we bezig met de aanbouw van een keuken met opslagruimte, toiletten, een mini galerie en lounge/bibliotheek achter het houten huis en een podium buiten. Er wordt goed volgens schema doorgebouwd. Het podium wordt deze week opgeleverd. De aanbouw bevindt zich momenteel in de fase dat het type dakpan wordt uitgezocht. Eind januari volgend jaar moet alles klaar zijn. De 15e februari staat gepland als openingsdag. Daarna beginnen er activiteiten plaats te vinden.
De onderstaande foto's zijn van een paar weken geleden.

De aanbouw achter
Het podium

De ruimte naast ons huis in Depok is inmiddels omgebouwd tot kantoor en al een maand in gebruik. Hier vergaderen we, worden plannen gesmeed en budgetten en voorstellen gemaakt voor aanstaande producties.


Naast het multi-inzetbare partycentrum zijn er de devisies die te maken hebben met de muziek en entertainment industrie: Stage management, Production en Construction. Hier komt de decennialange ervaring van Prita om de hoek kijken. Als manager van Innisisri en werkzaam bij de productie van promotie evenementen in malls, stadionconcerten van Indonesische topbands en de openingsceremonie van een groot nationaal sportevenement heeft ze veel ervaring en kennis opgedaan. Alles tussen concept en uitvoering: uitwerken van een draaiboek, constructie van podium, bouwen decors, geluid, licht en de productionele logistiek daarom heen.  Zowel voor als achter de schermen. 
Geen concert of evenement vindt plaats zonder het leger van productiemedewerkers dat de mogelijkheid schept voor sterren om te stralen op het podium. 

En last but not least zijn daar de divisies Audio Visual en Publishing and Trading. Van foto's voor jaarverslagen en posters tot video en fotoreportages en webdesign. Van het ontwerpen en produceren van merchandise, zoals bijvoorbeeld het kwartet en T-shirts van mijn exposities tot het publiceren van CD's, catalogi, fotoboeken in opdracht alsook vrij werk.

foto voor poster voorstelling

Op het ogenblik zijn we druk met het samenstellen van de activiteitenkalender voor Rumah Kahanan 2014 en met ontwikkelen van kunst- en cultuurproducties. Daarnaast druk met de promotie van onze activiteiten en netwerken. Op Facebook hebben we een fanpage Rumah Kahanan, die je kunt 'liken' om op de hoogte te blijven van onze activiteiten.

Kortom thuis zijn betekent het hernemen van de gewone dagelijkse activiteiten zoals ik die gewend ben: denk- en schrijfwerk op kantoor, erop uit voor foto- of andere opdrachten, het maken van nieuw werk en het voorbereiden van exposities en workshops.
Het gewone leven begint zich langzaam te hernemen.
Thuis zijn betekent koken, eten, opruimen, schoonmaken, slapen, een film op TV kijken, lezen, een luie zondag en het ontvangen van familie en vrienden.

Ik ben weer thuis en wat minder letterlijk onderweg nu!




woensdag 27 november 2013

BLING BLING, two more visits back to my roots........

Mijn vorige blogbijdrage bestond uit het slot van een lang verhaal over het ontstaan van mijn installatie Sharing-A-History. Een verhaal dat ruim dertig jaar geleden begon tijdens het eerste bezoek dat ik aan Indonesie bracht in 1980. Het proces begon ik te beschrijven tijdens mijn vorige verblijf in Indonesie, nadat ik Sharing-A-History voor de derde en vierde keer kon exposeren in het Erasmushuis en de Universiteit van Indonesie.
Het verhaal werd niet afgeschreven omdat ik onverwacht werd terug geroepen naar Nederland omdat mijn vader's gezondheid onverwacht in kritieke toestand verkeerde. Het was voor het eerst tijdens al die reizen en verblijven, de afgelopen 33 jaar, dat ik terug geroepen werd. Ik voel me een gezegend mens want nooit eerder was dit het geval.

Ik verbleef in Yogyakarta op het moment dat ik het bericht per sms van mijn zus kreeg dat de situatie zo ernstig was dat ik met spoed naar huis moest komen. Een kleine drie dagen later was ik thuis. Twee en half uur na mijn aankomst bij mijn vader stierf hij in alle rust en vrede, omringd door zijn familie. Hij had op me gewacht. Er volgden drukke maanden in Nederland waar ik mijn moeder bijstond vele van de officiele zaken af te handelen en er te zijn voor haar. En weer kon ik me gelukkig prijzen want er was niet direct werk voor mij zodat ik veel tijd kon vrij maken voor haar.

Samen met vader en pop ca. 1963

Ik was in Yogya voor ontmoetingen in verband met een aantal projecten waaraan Rumah Kahanan op dit moment werkt en om een bezoek te brengen aan Pak Andri, de becakrijder die Theo tijdens zijn laatste twee bezoeken aan Indonesie van wielen had voorzien gedurende onze verblijven in Yogya in 2006 en 2009. De becak is een prettig vervoermiddel en in Yogyakarta kun je je eigenlijk geen ander vervoermiddel voorstellen voor korte en middellange afstanden. De snelheid is beperkt en juist dat langzame tempo stelt je in staat om rustig rond je heen te kijken en van alles dat langs trekt te genieten. Ik wilde Pak Andri en zijn familie bezoeken om het vervoer naar Depok te regelen van de becak die Theo een aantal maanden had rondgereden.


Ik had de becak in 2010 gekocht met de bedoeling hem te gaan pimpen tot een van de vijf Bling Bling werken die te maken hebben met Theo's mobiliteit tijdens zijn ziekte. De becak hoorde bij de andere hulpmiddelen die Theo (en mij) mobiel maakten. Eerst was daar zijn stok, voor thuis en korte afstanden. Daarnaast zijn scootmobiel met een actieradius van zo'n 15 km en een snelheid van ca. 12 km/uur die hem in staat stelde zelfstandig naar de stad te gaan of een eindje om te gaan. Vaak gingen we er samen op uit. Hij in de scootmbiel, ik op de fiets. Daarna kwam de auto: onze provisorisch aan mindervaliden aangepaste Fiat Fiorino die ons in staat stelde om weer verder te reizen. Naar zijn therapeuten bijvoorbeeld; eerst in Meijel, later in Rotterdam. Of zomaar een dagje weg of een korte vakantie als zijn energieniveau dat toeliet.

Bling Bling begon tijdens Theo's ziekte. Sinds oktober 1999 tot zijn dood in juni 2009 had ik de lege medicijnstrips verzameld die achterbleven nadat ik Theo's medicijndoos voor de aanstaande week had gevuld.
Het eerste stapeltje in oktober 1999 dat me had aangetrokken, blinkend als het aluminium daar lag te stralen, deed ik in een klein doosje. Na een paar maanden was het vol en deed ik de strips over in een doos ter grootte van een verhuisdoos. Ook die raakte vol. En na de eerste volgde een tweede en een derde en een vierde. Bij zijn dood waren vijf dozen vrijwel geheel gevuld.



In eerste instantie wist ik niet waarom ik ze spaarde. Ik wist wel dat ze ooit van pas zouden komen.
In ca. 2006 moet het idee zijn ontstaan om van de strips het woord HELP te vormen in hoofdletters van ca. 2 meter hoog. In mei 2007 vind ik de eerste aantekening terug in mijn aantekeningenboekje. Een paar dagen later gevolgd door een tekeningetje van de auto.




Theo vond het idee om zijn hulpmiddelen te pimpen tot Bling Bling fantastisch. Hij zag het al helemaal voor zich. Het woord HELP kon ingezet worden bij acties tegen het gevoerde overheidsbeleid ten aanzien van volksgezondheid en welzijn. Het PGB dat mij sinds 2000 in staat had gesteld Theo's verzorger te zijn, werd in deze periode terug gesnoeid en het uitkleden van het nu vrijwel verdwenen PGB begon. Het is ten onder aan het gaan aan zijn eigen succes. Wat uitzondering moest zijn werd gemeengoed en groeide uit tot een complete industrie. 
Op 16 oktober, een kleine maand voor de APK keuring schreef ik een brief aan de RWD met het verzoek om de auto buiten de registratie te plaatsen.



AANGETEKEND

                                                                             RDW
                                                                             Unit URD
                                                                             Postbus 30000
                                                                             9640 RA VEENDAM

Tilburg, 16 oktober 2007.

L.S.

Graag wil ik u bij deze een verzoek doen om mijn auto:
een rode Fiat bestelwagen met het kenteken VG-FD-03
buiten de registratie te plaatsen.

Op uiterlijk 11 november van dit jaar moet ik mijn Fiat bestelwagen weer laten keuren voor de APK. Gezien de staat van het voertuig wil ik hem echter niet meer laten keuren en uit het verkeer nemen.

Als beeldend kunstenaar wil ik u vragen om genoemde auto buiten de registratie te plaatsen omdat ik hem wil gebruiken voor een kunstwerk en niet voor sloop zal aanbieden en derhalve niet kan afmelden.
De auto zal in zijn originele staat blijven. Er zullen geen aanpassingen plaatsvinden, noch zullen er onderdelen van gesloopt of vervangen worden.
De belangrijkste verandering is dat het gehele voertuig zal worden “gepimpt”; beplakt met bling bling van lege medicijnstrips.
Het is de bedoeling dat het kunstwerk dat is ontstaan uit de auto zal worden aangekocht c.q. tentoon worden gesteld in galeries en/of musea.
In dat geval zullen olie en diesel, e.d. uit het voertuig worden verwijderd.
Het is absoluut NIET de bedoeling om nog met de auto de openbare weg op te gaan.

Op uw verzoek stuur ik u de originele papieren van de auto: Kentekenbewijs Deel I, Deel II en een Overschrijvingsbewijs.

Ik hoop uw hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks toch nog vragen zijn dan kunt u mij altijd bereiken via bovenstaande telefoonnummers.

Met vriendelijke groet,


Arjan Onderdenwijngaard                                                                Bijlagen:  3



Ik kreeg de toestemming van de RWD! Helaas heb ik de brief niet bij de hand. 
Het voorwerk was gedaan.

Werken I, auto; II, stok en III, scootmobiel in originele staat.


Toch zou het nog tot de zomer van 2010 duren voordat het echte werk kon beginnen. In de jaren dat Theo ziek was, kon ik niet genoeg tijd vrij maken om ergens te gaan pimpen. De stok en scootmobiel waren nog in gebruik en een auto pimp je eenmaal niet zo makkelijk in je huiskamer.
Pas een jaar na Theo's overlijden waren de goden mij weer gunstig gesteld en was er die tijd wel. 
Het proces van pimpen was zeer meditatief en bood ruimte om de voorgaande 30 jaar met hem en het eerste jaar na hem, te overdenken. Van zo'n 19.000 pillen heb ik de aluminiumfolie verwijderd of terug in het plastic geduwd. Het was als het terugspoelen van een film. Het omdraaien van de zandloper, het omkeren van een proces dat was afgerond, of misschien hiermee werd afgerond?
Werk I noemde ik 'Bling Bling, three years of swallowing......' Na 27 dagen werken, was hij op 
4 augustus 2010 af. De titel verwijst naar de ruim drie jaar pillen slikken die nodig waren om de auto te pimpen. Er waren daarna nog  ruim twee dozen met strips over.

Bling Bling, in wording!

2100 medicijnstrips werden er geplakt

Mijn ouders waren aanwezig tijdens de Incubate expositie in Tilburg, 2011

Expositie op Car Art festival in Delft, 2011.

Op 8 mei 2011 pimp ik Theo's stok in twee uur tijd met 14 Nexium Esomeprazole strips. Werk twee kreeg als titel mee 'Bling Bling, twelve years step by step.....'.  Het verwijst naar de twaalf jaar dat hij afhankelijk was van zijn stok.
In de zomer ben ik begonnen aan de scootmobiel, maar kreeg hem wegens andere bezigheden niet af.
Dat gebeurde pas de volgende zomer. Hij werd samen met de stok in 2012 als 'Bling Bling, eleven years wheels to walk....' tentoongesteld tijdens het Open Source Expo van Incubate in Tilburg.

Wederom bezochten mijn ouders de expositie.


En dat brengt me weer terug in het heden.
De becak die ik, na het afronden van Sharing-A-History eind mei van dit jaar, van plan was te gaan pimpen na terugkeer uit Yogyakarta,  heb ik de afgelopen maand hier gepimpt. Helaas kan mijn vader hem niet lijfelijk meer komen bezichtigen. Maar hij was regelmatig bij me tijdens het pimpen van de becak.







Werk IV, de becak heeft als titel meegekregen 'Bling Bling, two more visits to my roots.....'  't waren zijn benen gedurende Theo's twee laatste verblijven in Yogyakarta eind 2006 en 2009. Pak Andri en zijn becak Sido Dadi, stelde hem/ons in staat het hotel uit te komen en vrienden te bezoeken. Tevens groeide er een warme vriendschap tussen ons en Pak Andri en zijn gezin.



Voor de eerste reis, na 9 jaar afwezigheid, eind 2006/begin 2007 stelden wij ons de vraag of het de laatste reis en tevens Theo's afscheid van familie, vrienden en wortelland zou zijn of... dat het mogelijk de eerste reis van een nieuwe serie zou kunnen worden? De reis werd een afscheidsreis van een deel van onze vrienden en het land. Met name het reizen naar en binnen Indonesie was hem zwaar gevallen. Maar het was nog geen afscheid van Indonesie. Er werd besloten om in 2009 drie maanden alleen in Yogya te verblijven. Een stad die we goed kennen en waar vele vrienden en bekenden wonen. Dat gebeurde en hij was erbij toen Sharing-A-History gemaakt werd en de expositie geopend werd. Maar het werd ook duidelijk dat er geen volgende keer meer voor Theo zou komen. Dit keer was het een definitief afscheid van familie en het 'Land van Herkomst'. 




Werk IV is klaar. HELP moet nog even wachten. Komende zomer hoop ik de vonk die ergens in 2006 het vuurtje van Bling Bling deed branden in Nederland nog een keer te gaan opstoken om daarmee de serie 'Bling Bling life is beautiful.....' af te ronden. 


De gedachten achter de installatie:

Enerzijds is het een aanklacht tegen de huidige bling bling mens, die zich, door millennialange menselijke evolutie, heeft gevormd tot een slechts in uiterlijk, status en oppervlakkigheid geïnteresseerde persoon, die bang is meer te laten zien dan de buitenkant van zijn met goud omhangen mens zijn. De wereld lijkt uiterlijk maakbaar geworden. Innerlijk wordt de mens echter in zijn dagelijkse omgang verwaarloosd.

Dat niet iedereen gelukkig is met zijn dagelijkse leven, de continue presteerdruk en aan de verwachtingen van de samenleving kan voldoen, mag blijken uit het explosief stijgen van het aantal patiënten dat (psycho) farmaceutica slikt om zich lichamelijk en/of geestelijk staande te houden in deze maatschappij.

Voor de gehandicapte en zieke mens in deze samenleving is bling bling de werkelijkheid van de stapel lege medicijnstrips die hij wekelijks achterlaat.
De stok, een rolstoel of scootmobiel is voor veel minder validen in onze samenleving dat wat benen zijn of een auto is voor de validen: hun kaartje naar meer onafhankelijkheid en persoonlijke vrijheid en de enige manier om erbij te kunnen (blijven) horen.

Anderzijds is de serie ‘Bling Bling, life is beautiful….’  een commentaar op een maatschappij, die volledig gepimpt wordt, in de zin dat alles en iedereen in economische waarden wordt uitgedrukt en derhalve kan en moet worden geëxploiteerd. Alles wordt opgeleukt, verfraaid, verpakt in hapklare brokken, veel lucht en weinig inhoud. Als het er maar aantrekkelijk uitziet.
Een geliefd object om te pimpen is het Gouden Kalf; onze auto (zie ‘Bling Bling, three years of swallowing….’ 2010. Een volledig met lege medicijnstrips gepimpte Fiat Fiorino.  In 2011 tentoongesteld op Car Art Festival, Delft  en Incubate,Open Source Expo, Tilburg).

Wie niet kan meekomen of ontevreden is met prestaties en  uiterlijk en niets of niemand anders heeft om te pimpen, pimpt  zichzelf middels plastische chirurgie of met drugs om de immer aanwezige honger naar meer, jonger, mooier, nieuwer, beter en sneller te stillen.

Een andere betekenis van pimpen, in dit geval, is het feit dat de zieke medemens steeds meer ‘gepimpt’ wordt met medicijnen. In plaats van naar de mogelijke oorzaken van ziekten te kijken en levenspatronen te veranderen, is symptoombestrijding; het voorschrijven en gebruik van medicijnen, de eenvoudigste oplossing van het probleem geworden. Hierdoor worden zowel patiënt als samenleving ontslagen van de plicht zich serieus te verdiepen in de patiënt en de achterliggende oorzaken van zijn ziekte en lijden.
Bling Bling, twelve years step by step…… en Bling Bling, eleven years wheels to walk …. zijn twee werken uit een serie van vijf met medicijnstrips gepimpte objecten rond de thema’s: het maakbare leven, ziekte, mobiliteit en de (schaduwzijde van de) farmaceutische industrie.

1-      Bling Bling, three years of swallowing…… een gepimpte, aan gehandicaptenvervoer aangepaste bestelauto (zomer 2010)
2-      Bling Bling, twelve years step by step..…. een gepimpte wandelstok (voorjaar 2011)
3-      Bling Bling, eleven years wheels to walk….. een gepimpte scootmobiel (zomer 2011, zomer 2012)
4-      Bling Bling, two more visits back to my roots…… een gepimpte becak
(Indonesië najaar 2013)
5-      Bling Bling, shouting out loud….. HELP in grote gepimpte letters (zomer 2014)





dinsdag 26 november 2013

Sharing-A-History IV - slot -



Drie dagen na de opening van Sharing-A-History in Ruang Seni Arslonga in Yogyakarta in april 2009 vertrokken we naar Nederland. De expositie werd door Ficky, Tata en andere vrienden afgebroken en opgeslagen om later wellicht opnieuw ge-exposeerd te worden.

Theo overleed onverwachts, drie maanden na terugkomst uit Indonesie. Ik bleef achter in een huis vol (onvertelde) verhalen en werd terug geworpen op mezelf. Wie was ik, waar kwam ik vandaan en belangrijker nog: Waar wilde ik naartoe in de toekomst?

In het verlengde van de installatie begon ik ook na te denken over mijn eigen culturele achtergrond. Geboren in Tilburg, Noord Brabant besefte ik me hoe de oorlogen met Frankrijk en Spanje in het verre verleden ook de Brabantse cultuur en bijvoorbeeld ook het Tilburgse dialect hadden beinvloed. Sporen van acculturatie die had plaats gevonden, vele eeuwen voordat ik geboren werd. En was Nederland niet gegrondvest op kennis, culturele waarden en normen uit het oude Griekenland en Rome? Wetenschap, rechtspraak, taal, cultuur, eten, staatsinrichting, wetgeving en ga zo maar door. Allemaal producten van acculturatie door bruut oorlogsgeweld, imperialisme, bezettingen. Maar ook door cohabitatie tussen mensen uit verschillende culturen en met verschillende achtergronden. Samen eten, verliefd worden, samenleven, kinderen krijgen.....

Begin 2010 werd ik door Darwis Khudori , o.a. werkzaam aan universiteiten in Indonesie en in Frankrijk, uitgenodigd deel te nemen aan een groot internationaal seminar 'Diversity in Globalised Society' dat in oktober plaats zou gaan vinden in Yogyakarta.
Aanleiding was de 55 jarige herdenking van de Azie Afrika conferentie in 1955 in Bandung die leidde tot het oprichten van de organisatie van niet gebonden landen. Landen die zich tijdens de koude oorlog niet wilden binden aan de Verenigde Staten, de Soviet Unie of China.
Ik werd gevraagd er een lezing te geven over mijn kijk op acculturatie en de wereldgeschiedenis naar aanleiding van de inzichten die ik door Sharing-A-History had verkregen.


Hieronder volgt de tekst:

SHARING -  A – HISTORY  by Arjan Onderdenwijngaard for 55B55                                

Always we humans are on the move.

We are curios what is on the other side of the hill – sometimes voluntarily -- but mostly
we move for economical and political reasons: we non-voluntarily migrate from one place to another.

This process of  non-voluntary migration and unification is most often a violent and traumatic experience for many involved. Think of natural disasters that force people to leave their habitat and move to safer places -- close by in the old days, further away in today’s world.
Think of political troubles as civil-, regional- and world wars that make people flee their homes and become refugees -- mostly sheltered in refugee-camps in a neighbouring country, but also far away from home.
Think of economic reasons that made imperialism, slave-trade and colonialism possible and where poverty has been and still is forcing thousands and thousands to leave their homes to try to build a better life for their children, somewhere else.

If we look back for thousands and thousands of years, our human history is one of expansion, migration and nevertheless trying to become one. From family to clan, from clan to tribe, from tribe to people, from people to state, from state to nation state, from nation state to union state, from union state to global state. The world is a place for all of us whether we want to live as a tribe in the Amazon forest or as an Indonesian in New York.

We are all with different backgrounds and from different walks of lives. All fundamentally the same with the same rights and duties. This is the basis of recognizing the diversity in this world. Since I believe that nation states will be vanishing sooner than we think and dissolve in a global society, our cultural background(s) become more important. Modern people will have more than one identity and loyalty. If I speak for myself, I  see myself first as a Brabander, than as a Indonesian Dutchmen  or as a Dutch Indonesian, it depends on where I am. But I am also a European and a citizen of this world.

In this process of unification all kinds of ethnic, cultural, political and economical backgrounds are coming together. What would Latin America, the USA, the Caribbean Islands, Europe and so many other places on this world look like today, if not for it’s history of  migration, slavery, colonialism, etc. 
It would seem almost no nation, no people in this world have not been colonized or has been colonizer itself at some point in history. We have all been influenced by other cultures and have been influencing other cultures. And although the process was often painful, the results have been beneficiary to us all.

Becoming aware of my own background as a Brabander, born in the province of Brabant, in the South of The Netherlands, I am thankful to the Spanish and French influences in my culture, which are leftovers of  their occupancy of this part of The Netherlands, centuries ago. It made me who I am today. I can hear it back in the dialect of my language, in the music. It’s in my Burgundian lifestyle (enjoying the good) and my laid back way of living that differs from the Northern parts of The Netherlands which were not occupied. Then again, almost all of Europe is heavily influenced by the Greek, Roman and Arab cultures. Should I hate the Greek, the Romans, the Arabs, the Spanish, French and German for what has been in the past? No, I thank them for their contributions for the unity and culture of Europe.

During the past 30 years when I visited Indonesia and other former Dutch colonies as a journalist, photographer and artist I have been confronted more than once by enmity, just because I am Dutch. I was personally blamed for the shameful Dutch colonialism by children and youngsters that didn’t experience colonialism themselves. Their hate was a product of  ignorance and poor education. A product of heroic, nationalistic and military history taught by elders and parents who were traumatised by what had happened in the nearby past. Losing the overall picture of  history we share as mankind. As I have been educated by the generations of my parents and grand parents to dislike the Germans who occupied the Netherlands during World War II.

With this in my mind I made an art installation last year that was exhibited in Arslonga, Yogyakarta, Indonesia with the title: Sharing-A-History, about the Dutch influences on modern Indonesia and the history we share. In five large works I showed the public things that the Dutch took to the Indies and that were incarnated in the local culture(s). To visualize this I made use of the 8000 words of Dutch origin that ended up in the Indonesian vocabulary. Thus Sharing A (Hi)story, as in sharing over four centuries of history, but also as in sharing stories of pain and joy we went through together.
Most of the Indonesians, especially the young generation had no idea of the Dutch roots/influences of/in so many things in their culture and daily life, ranging from language, architecture, children games, clothes, food, music, banking, law, government, education, agriculture, infrastructure, etc. Already after one, two generations it was as Indonesian to them as gamelan music or nasi goreng.

All of us can look back at our own background and see what our culture took over from the encounters with other peoples, nations, conquerors, etc.  If it doesn’t feel right or feels foreign, we abolish it! If it fits in, bebefits us, feels like our own, it’s alright, we embrace it and embed it in our own culture.

In this globalizing world, the concepts “right and wrong”  can no longer belong to individual cultures or nations. Old terms as colonialism, imperialism, right, left, First World, Third World, North, South are outdated. Right or wrong is now a question of perception. A lesson to be learned.
Extreme richness, poverty, slavery, injustice, violence, manipulation, nepotism, criminality, corruption, abuse and misuse of power and so on, are global. The rich get richer everywhere in the world, the poor poorer. Both political as well  as economical power stays with only 10 or less % of the people. Everything of any importance or power is inter- or multinational: not only (geo-) politics, industry or economics, but also scientific- or criminal networks and law-enforcement.
Historically speaking not much has changed since the beginning of time. The most importance difference is that it is not anymore a regional or national problem. Due to the media, old and new we are becoming conscious that the problems we are facing and have to deal with are interconnected, international and global.

So, we are all still living a type of feudal life. It only doesn’t look like it anymore, especially in modern cultures. We have all become loan slaves, working our ass off to pay our depts. We have become consumerists:  shopping junkies, TV junkies, fastfood junkies, cosmetic junkies. The credo has become: more, more and more. Fast, faster and faster. And while in my youth my father was able to provide for the family by himself, nowadays we need two wages to pay for our monthly spending and even that is becoming not enough anymore to make ends meet.

Nowadays youth around the globe almost share the same life anywhere in this world, whether it be in the cities or (a little less) in the countryside: they wear jeans and T shirts,  write and paint on walls, listen to the same music, look at the same TV shows, eat and drink the same products, play the same online games, are interconnected with each other by mobile phones and internet and are communicating each other to death while sms-ing, face-booking, youtube-ing. They join global networks, study abroad and know almost no borders. They are starting to share their knowledge, grief, pain and sorrow.
They are becoming conscious of the state of the world we live in. This gives me hope for the future. Only by sharing we will be able to survive as mankind.      

If we are all aware of the long historical perspective we live in, there is a possibility that this world truly can become as one: “Imagine there’s no countries” (-) “Imagine all the people Sharing all the world…” . So the message spread by John Lennon in his song “Imagine” will become reality. As we see and understand now, at this point of the process of globalization, it should not be a process of domination but cooperation. Respecting, not tolerating each others uniqueness and differences, thus sharing a world of diversity. Cultural diplomacy and exchange will be an important tool at present.

History and culture are dynamic processes. Nothing stays as it was. We created the world as it is today, whether we like it or not. If we don’t agree with the outcome, we should be able to change it as well.

Is unification in the long future as humans, in one world without borders and therefore in the end losing our own identity and being replaced by a human monoculture a loss or an advantage for our human species?

After ages of diversity and after that, unity in diversity, are we ready now for a total unity? In the end we will all have the same skin colour because of the interracial marriages/relations that are already going on for such a long time. Is humanity ready for sharing the same human history, sharing the same human rights and duties, sharing the same currency and the same language. Thus becoming truly one and sharing “This earth of Mankind” *.

My recommendation for the new Bandung charter and to mankind at large is:
that we, as individuals or communities should lose our fear for loss of identity, heritage, culture and wealth and start sharing.

For the International Seminar “Diversity in Globalised Society”, The role of Asia Africa for a sustainable world. The commemoration of the 55 Anniversary of 1955 Bandung Asia Africa Conference. Gajah Mada University Graduate School, Yogyakarta Indonesia 27 October 2010.

* Title of a novel by the famous Indonesian writer Pramoedya Ananta Toer.



Mijn enigszins afwijkende kijk op de geschiedenis en de lessen die we daaruit kunnen trekken, sloeg aan bij diverse deelnemers en ook de studenten waren enthousiast. Het smaakte naar meer. En ik begon te denken aan de mogelijkheid om via Sharing-A-History mijn kijk op ons gedeelde verleden in bredere kring te delen.
Ibu Inge Widjajanti had al voor het maken van de installatie aangegeven dat ze die graag in Semarang zou willen exposeren met daaraan workshops gekoppeld voor haar studenten Nederlands. Vandaar ook de oorspronkelijke keuze voor samenwerking met een galerie in Semarang .


Toen ik in oktober 2010 in Yogyakarta was aangekomen voor het seminar en verbleef bij Ficky en zijn vrienden van het Bengkel Mime Theatre trof ik mijn onder slechte condities opgeslagen 'Sharing-A-History' helaas in een staat van vergevorderde ontbinding, die me niet in staat stelde de installatie opnieuw te exposeren. Alles is eindig.

Ik accepteerde het en inventariseerde de schade. Deze was groot!
Alleen werk II was ongeschonden uit de opslag gekomen. De andere werken zouden opnieuw gemaakt moeten worden.

Na terugkomst in Nederland gebeurde er iets uitzonderlijks dat mijn idee om meer te doen met Sharing-A-History bevestigde. Ik had samen met Prita, die over was in Nederland kennis gemaakt met de ad-interim ambassadeur van Indonesie in Nederland en tijdens zijn bezoek bij ons thuis kwam Sharing-A-History ter sprake. Tot mijn grote verrassing was hij erg onder de indruk van het werk en nodigde mij uit een excerpt van de installatie te exposeren tijdens de officiele diplomatieke receptie ter gelegenheid van de Indonesische onafhankelijkheid in zijn residentie in Wassenaar. En zo geschiedde. In aanwezigheid van o.a. Minister van Buitenlandse zaken Bot, werd ik in de speech van Pak Umar Hadi geintroduceerd.
Expositie van werken die verhalen over de "licht" zijde van 350 jaar gedeelde geschiedenis op een bijeenkomst die de onafhankelijkheid van Indonesie memoreerde. Een groter compliment had ik niet kunnen krijgen.

Wisma Duta, Wassenaar.

Een paar weken later keerde ik weer terug in Indonesie. Ik moest een manier vinden om Sharing-A-History een nieuw leven te geven.
Het herscheppen van met name de catalogus zou me enorm veel tijd gaan kosten. Ruim 8000 woorden op archiefkaarten schrijven! De fotowerken zouden relatief snel en makkelijk opnieuw te maken zijn. Maar het zou een behoorlijk bedrag gaan kosten. Hulp kwam uit een onverwachte hoek.
Eind 2011 maakte ik kennis met Ton van Zeeland, de nieuw aangestelde cultureel attache van de Nederlandse ambassade. Onze paden bleken elkaar al eens eerder te hebben gekruist in Tilburg, zo'n dertig jaar geleden, toen ik een aantal gedichten had gepubliceerd in het literaire magazine waarvan hij redacteur was.
Ik legde hem mijn probleem voor en vertelde hem over het verzoek van Ibu Inge, die les geeft aan een taalinstituut dat verbonden is aan de ambassade.
Mijn verzoek om steun werd door de ambassade gehonoreerd en zo kon ik begin 2012 Sharing-A-History re-creeren.

In de maanden januari tot en met maart herschiep ik met hulp van Prita's Rumah Kahanan de installatie en maakte hem zodanig dat hij makkelijk te transporteren en op te bouwen was.






In april 2012 exposeerde ik in Semarang en gaf er workshops aan de studenten Nederlands van Ibu Inge, drie jaar nadat het idee voor de expositie was ontstaan en de wens voor workshops was besproken. Ibu Inge had een samenwerking geregeld met de afdeling design van de Universiteit Soegiapranata.
De expositie was een succes en de reactie van de studenten goed. De workshops verliepen echter wat stroef, niet gewend als ik was aan het gebrek aan assertiviteit van de gemiddelde Indonesische student. Op mijn vragen werd mondjesmaat geantwoord en vragen stellen gebeurde nauwelijks, waardoor er van gedachten wisseling of discussie eigenlijk geen sprake was. Tevens werd me pijnlijk duidelijk dat spreken over je (gemengde) afkomst voor velen moeilijk of zelfs nog een taboe is.


Met Ibu Inge en een aantal van haar studenten


Na een paar zeer bruikbare tips van Ibu Inge, heb ik het concept van de workshops aangepast en tijdens de volgende edities van Sharing-A-History, begin dit jaar in het Erasmushuis, het Nederlandse cultureel centrum in Jakarta en op de Universiteit van Indonesie in Depok waren ook de workshops levendig en interessant. Tijdens de drie workshops en 11 guided tours was er werkelijk sprake van uitwisseling van gedachten en het delen van verhalen. Er werd samen gelachen en getreurd, er werden kritische vragen gesteld en soms ontstonden levendige discussies.

Samen met het team van Rumah Kahanan: Zacky, Leo,  Botrie tijdens de opbouw in het Erasmushuis. 
Trouwe Djangkrik maakte deze en de volgende foto's.

Guided tour met cursisten Nederlands in het Erasmushuis

Workshop Universiteit van Indonesie.. welke woorden horen bij elkaar en wat verbindt ze?


Omringd door studenten op de Universiteit van Indonesie.


Sharing-A-History lezing in het Erasmushuis.


Ook gaf ik twee lezingen tijdens de Nederlandse en Vlaamse Taaldagen op de Universiteit van Indonesie en het Erasmushuis. Tijdens de taaldagen wordt op verschillende wijzen de Nederlandse taal in het zonnetje gezet. Lezingen van de ambassadeur, een hoge heer van de Taalunie en docenten. Daarnaast een voorstelling van 'A Midsummernights Dream' in het Nederlands door studenten van de Universiteit van Indonesie, een zangwedstrijd van Nederlandse liedjes door cursisten van het Erasmus Taalcentrum en tot slot een optreden van de Vlaamse zangeres Eva de Roovere & Marc de Maeseneer.

De recreatie en exposities van Sharing-A-History zouden niet mogelijk zijn geweest zonder de steun van de Nederlandse Ambassade. Bedankt Ton van Zeeland, Shaula Supit en Dorine Wytema.

Speciale dank voor Djankrik die me gedurende de periode van expositie, guided tours en workshops trouw bijstond, de foto's en video-opnamen maakte en de tafel met merchandise bemande.

Djangkrik, het werk is gedaan. 

 En last but not least dank aan Prita die de volledige productie voor haar rekening nam, zowel van de recreatie van de installatie alsook het vervoer, de inrichting en afbraak van de exposities in Semarang, Jakarta en Depok.
Daarnaast werd nooit de innerlijke mens vergeten. Terima kasih banyak Mbak Prita.

Prita in het officiele Sharing-A-History T-shirt

donderdag 16 mei 2013

Sharing-A-History III - de installatie -

Tijdens ons verblijf in Semarang, eind 2006 waren we in contact gekomen met Ibu Inge Widjajanti Dharmowijono. Zij werkt als docente Nederlands aan diverse instellingen en heeft verschillende boeken uit het Nederlands vertaald, waaronder van Alfred Birney en Hella Haasse. We spraken onder andere over het vertalen en uitbrengen van Theo's boek ' Een broekzak vol rijst' in Indonesie en ook het voorgenomen boek 'Hollands Indonesie' kwam ter sprake. Als Neerlandica en cultuurliefhebster was ze uitgesproken geinteresseerd in onze bevindingen en verhalen juist over die beinvloeding.

Na onze terugkeer in Nederland hielden wij contact en zo ontstond er het idee om in Semarang een expositie te maken over de Nederlandse invloed in het hedendaagse Indonesie. Wat vanaf het begin af aan al duidelijk was, was dat de expositie als thema de acculturatie tussen Nederland en de diverse culturen van Nusantara zou hebben en dat taal een belangrijk onderdeel daarvan zou uitmaken.
Ideeen werden een concept en later een voorstel om samen te gaan werken met een galerie in Semarang in een soort 'Artist in recidency' programma. Dat wilde zeggen dat het werk ter plekke in Indonesie gemaakt zou gaan worden. De plannen werden geconcretiseerd en er werd besloten om de eerste maanden van 2009 wederom naar Indonesie af te reizen. Nu niet zozeer om een rondreis te maken en vrienden te bezoeken in de diverse steden en eilanden, maar om op een vaste standplaats te verblijven.


Begin 2009 vertrokken we naar Indonesie met de intentie om in Semarang onze residentie te nemen. Maar al snel na aankomst bleek dat de fasciliteiten, die ons ter beschikking zouden worden gesteld ter plekke, onvoldoende waren voor de situatie waarin Theo's gezondheid verkeerde. Daarop besloten we naar ons bekende en geliefde Yogyakarta terug te keren, waar veel van onze vrienden leven en waar we de weg goed kenden en waar Theo makkelijker uit de voeten kon. Yogya is na de eerste periode in Jakarta, altijd onze standplaats geweest. Het leven is er goedkoop, er is veel te doen op het gebied van kunsten en cultuur en het is een stad die makkelijk 'beloopbaar' is. In Yogya betekent dit: per becak, op de fiets of inderdaad te voet. Fietsen en lopen was voor Theo inmiddels uitgesloten. De becak daarentegen was Theo's lievelings vervoermiddel in Indonesie. De snelheid van verplaatsing geeft voldoende tijd om het leven dat langsglijdt, rustig te observeren. En elk gewenst moment kan er gestopt worden.

In de loop van de maanden januari tot en met maart werkte ik aan de creatie van een installatie die de titel Sharing-A-History zou krijgen. In de betekenis van het delen van geschiedenis en het delen van verhalen. Van het oorspronkelijke idee om een video installatie te maken, waarvoor ik de medewerking van tientallen Indonesiers nodig zou hebben, stapte ik snel af. Theo's conditie liet het niet toe dat ik regelmatig alleen op pad zou kunnen gaan. Daardoor ontstond er weer ruimte in mijn hoofd , ik accepteerde de ruimte die Theo's gezondheid mij bood en liet me meevoeren op wat mijn hart me ingaf en wat de situatie waarin ik me bevond me toestond te realiseren.  Ieder nadeel heeft zijn voordeel. Opnieuw werd ik gedwongen de wereld in mijn naaste omgeving te onderzoeken en te spiegelen.



De catalogus met al de van oorsprong Nederlandse woorden of woorden die via het Nederlands in het Indonesisch terecht waren gekomen liet ik door een vriendin op steekkaarten schrijven, waarmee ze een lening aan ons afbetaalde. Die catalogus was een van de werken die ik in Nederland al in gedachten had gemaakt. Het was het wetenschappelijk referentiekader tijdens de hele reis die we hadden afgelegd en moest het hart van de installatie vormen. 'Dead words, kata kata mati: science, ilmu' zou de titel van werk I worden.  Woorden, zonder betekenis, want zonder context. Maar zonder hen kunnen we niet communiceren en leven. Ze hebben ons leven en onze geschiedenis bepaald.
Ik gebruikte hiervoor een woordenlijst die Prof. Jan de Vries samen met Dr. Grijns van de Universiteit van Leiden had samen gesteld in een groot internationaal, linguistiek project dat uiteindelijk in 2008 in het boek ' Loanwords in Indonesian and Malay' onder redactie van Russell Jones werd uitgegeven door het KITLV en Yayasan Obor. Ik wist begin 2009 niet dat het resultaat van dit onderzoek inmiddels gepubliceerd was. Wij hadden Prof. de Vries geinterviewd voor de radiodocumentaire 'laat ons Nederlands spreken' die Theo en ik maakten voor de VARA in 1982.



Op de momenten dat Theo slecht was en niet alleen gelaten kon worden, begon ik op de pagina's uit de kranten, bijna uit verveling als Theo sliep en bij de ochtendthee, alle woorden die ik tegen kwam, die van oorsprong Nederlands zijn met een stabilo te markeren. Daardoor kwamen de woorden tot leven en kregen ze betekenis door de context waarin ze stonden. Werk II noemde ik 'Living words, kata kata hidup'



Taal is overal om ons heen. Tijdens de  ritjes die we per becak in Yogya maakten begon ik fanatiek naar van oorsprong Nederlandse woorden langs de kant van de weg te zoeken. Op de momenten dat Theo vergezeld werd door vrienden wiens hulp ik had ingeroepen, ging ik op pad om de woorden te fotograferen op plaatsen dicht bij het hotel. Het waren er veel, heel veel. Op bijna ieder spandoek, uithangbord, ieder gebouw en iedere verkiezingsattribuut (het was de vooravond van de verkiezingen) kwam ik ze tegen. Tientallen... honderden fotografeerde ik er. Minder formeel gebruik als in kranten. Alledaagse woorden, die door iedereen begrepen en gebruikt worden. Dichter bij huis kon niet. In de installatie maakte ik er een collage van, waabij ik op kleur en betekenis associeerde. Werk III kreeg de titel 'Everyday words, kata sehari hari'.

Werk IV kreeg als titel 'World of words, dunia kata kata'. Het is een alfabet van foto's die ieder een wereld van invloed in de Indonesische cultuur en samenleving bloot leggen. Van architectuur, bikkelen en cheque tot thee, uniform en zakelijk. Ook dit werk had ik in Nederland al voorbereid.
Zo bleven er twee werken uit het oorspronkelijke idee voor de installatie bestaan en werden er door de omstandigheden drie nieuwe werken gecreeerd, die uiteindelijk onmisbaar werden in het verhaal dat ik wilde vertellen.


 A = Arsitektur


                                                                  G= Gladiol = flora




                                  S = Sepur = infrastructuur: wegen, waterwerken, spoorwegen

En ten slotte ruim 400 jaar geschiedenis van het moderne Indonesie, dat door de  Nederlandse aanwezigheid sterk is beinvloed. 400 jaar lief en leed in een associatief woordenwerk. Werk V kreeg de titel 'Meaningful words, kata kata berarti'. In het hart van het werk loopt een soort ruggegraad waar in 26 woorden die hele geschiedenis wordt vertelt. Daarom heen ca. 270 woorden die ik links en rechts associeer met het tijdperk in de geschiedenis dat het ene woord uit de ruggegraat vertegenwoordigt. Het loopt van Feodalisme, eksplorasi, kompeni via kolonialisme, revolusi etc., reformasi, demokrasi, etc. tot uiteindelijk globalisme, komunikasi en optimisme.




De installatie is uiteindelijk niet in de galerie in Semarang terecht gekomen. De eigenaar trok zich twee weken voor de opening om onduidelijke redenen terug. Uiteindelijk was het weer een zegen. Alles heeft twee zijden: een lichte en een duistere. 'Elk nadeel heb zijn voordeel' en omgekeerd.
Na van de schrik te zijn bekomen, lukte het me om op zo'n korte termijn nog een galerie/expositieruimte te vinden die nog ruimte in het programma had.


Met de hulp van onze protege Ficky (rechts) kwamen we bij Ruang Seni Arslonga terecht. Mas Enjun (links) was enthousiast over het idee en er werd besloten om op 10 april te openen. In twee weken tijd werden de foto's afgedrukt, de uitnodigingen gemaakt, persberichten verstuurd, een moderator voor de discussie en een geschikt persoon om de expositie te openen gezocht.



Op 6, 7 en 8 april werd de expositie ingericht. Theo kwam iedere dag even kijken hoe het vorderde. Drie van de vijf werken werden ter plekke gecreeerd.
Krantenpagina's en de honderden woorden voor werk V werden al componerend en associerend aan de muren van de galerie gehecht en tientallen fototjes stuk voor stuk op panelen geplakt voor de collages van werk III. 
Ik gebruikte de indeling van de drie verschillende ruimten van het traditionele Javaanse huis, dat binnen de muren van de Benteng (kasteel om het paleis van de sultan) ligt, als de plattegrond van een tempel op Midden Java.
Kranten werden reliefs aan de buitenmuren. De fotocollages een soort toegangspoorten tot de middenruimte waar het fotoalfabet hing, met daarachter de catalogus en het woordenwerk in het heiligdom. Het verhaal was te lezen als bij de tempels.


Met de hulp van een vijftal jongeren werd de installatie voltooid op de late avond van de 8e april. In de middag van die dag was er een persontvangst en later bleek wat die had opgeleverd. Een paar artikelen in (regionale en nationale) kranten en twee prachtige recenties in kunsttijdschriften. Een droomdebuut als 'beeldend verteller', een hele galerie voor mij alleen en goede pers. Ik had me geen mooier begin van een carriere kunnen voorstellen.

Op 10 april werd de tentoonstelling geopend door historicus Dr. Sri Marganda en de discussie na opening werd geleid door cultuurkenner Kusen Alipah Hadi. Ficky trad op met een stuk pantomime en vriend Tata speelde jembe.




wordt vervolgd