vrijdag 10 januari 2014

EEN DAGJE BOGOR

Als je voornamelijk werkzaamheden thuis en in de stad hebt en je behalve voor vergaderingen en ontmoetingen naar Jakarta moet (waarvoor je urenlange files moet trotseren of als een sardientje in een trein wordt ingeblikt), is het af en toe noodzakelijk voor de algemene welstand en gemoedsrust om er eens een dagje tussen uit te gaan. Het meest dicht bijzijnde en makkelijk te bereiken doel is dan Bogor. Binnen een uurtje zijn we in 's Lands Plantentuin, de beroemde botanische tuin van Bogor. Mits je niet in het weekend en al helemaal niet op feestdagen gaat, is het een oase van groen en rust. Werkelijk een plaats om Buitenzorg bij te komen van de stadsdrukte en de overkill aan uitlaatgassen van miljoenen auto's, busjes en vooral motoren en scootertjes. In de botanische tuin kun je vrijuit ademen.

Buitenzorg werd in 1745 gesticht door gouverneur-generaal Gustaaf Willem van Imhoff sr. Hij legde er een buitenverblijf aan dat in 1834 door een aardbeving werd verwoest. In 1856 kwam een nieuw paleis gereed dat dienst deed als ambtswoning van de gouverneur-generaal, de hoogste vertegenwoordiger van het koninkrijk, die als een koning regeerde over het Rijk van Insulinde.
Sinds 1945 heet Buitenzorg Bogor en is het paleis in gebruik als presidentieel paleis. In het paleis is onder andere de beroemde schilderijencollectie van de eerste Indonesische president Soekarno gehuisvest. Het paleis wordt door de president voornamelijk voor officiele ontvangsten gebruikt en is op aanvraag te bezoeken, mits er niets officieels plaatsvindt. Aanvragen voor bezoek dienen derhalve ongeveer een week van te voren worden ingediend en voorzien zijn van de namen van de bezoekers en hun paspoortnummers.


In ruim tweehondervijftig jaar is Bogor uitgegroeid tot een middelgrote stad en heeft inmiddels zo'n kleine miljoen inwoners. Hoewel gelegen in de provincie West Java (Sundanese cultuur), is het inmiddels bijna een buitenwijk van Groot Jakarta (Betawi cultuur) geworden. Het treinsysteem JABODETABEK (Jakarta-Bogor-Depok-Tangerang-Bekasi) is de slagader waarover dagelijks honderdduizenden zo niet een miljoen forenzen zich verplaatsen van woning naar werk en weer terug. De goedkope verbinding die niet filegevoelig is en je sneller dan welk ander vervoersmiddel van en naar het centrum van Jakarta brengt, begint aardig uit zijn voegen te barsten. Het eerste deel van de dag zijn de treinen naar Jakarta volgepakt met reizigers. Een zitplaats is uitgesloten en je hoeft als staande reiziger in het schokkende voertuig niet bang te zijn om om te vallen omdat je hutje mutje op elkaar gepakt staat in de Commuter treinen. Hetzelfde geldt voor het andere deel van de dag maar dan de andere kant op. Je wordt vervoerd, daarvoor betaal je! Het is dus raadzaam om juist tussen die spitsuren de juiste kant op te reizen. In de ochtend richting satellietsteden en in de middag richting Jakarta.



Na aankomst in Bogor stappen we uit aan de rustige kant van het oude stationnetje. Er is nu een voetgangersboulevard waar eethuisjes aan gelegen zijn. Omdat het lunchtijd is, besluiten we te gaan voor een lokale specialiteit: Soto Mie Bogor, een heerlijke bamiesoep, naar wens rijkelijk gevuld met o.a. (orgaan)vlees, mie en groenten. Avontuurlijke liefhebbers van eten als we zijn, bestellen wij de complete variant.




Na de lunch gaan we met de becak naar de Kebun Raya, de botanische tuin.
Het kortstondige Engelse tussenbestuur van 1811 tot 1816 onder bewindsvoering van luitenant-generaal Sir Thomas Stamford Raffles (na zijn ambtsperiode in Nederlands-Indie stichter van Singapore) heeft ook een spoor achtergelaten in de tuin. Het graf van mevrouw Raffles is er nog steeds te vinden.


Na de bevrijding van de Franse overheersing van Nederland en het beeindigen van het Engelse tussenbestuur in Indie, wilde Nederland het contact met de kolonieen weer herstellen. Caspar Georg Carl Reinwardt een Nederlandse botanist van Pruisische afkomst werd gevraagd om lid te worden van de koninklijke commissie voor de kolonieen als directeur van landbouwkundige aangelegenheden, wetenschap en kunsten.
In april 1816 arriveerde hij met de commissie in Batavia, het huidige Jakarta.
Reinwardt ontwikkelde het plan om in Buitenzorg een botanische tuin te stichten met het doel om verschillende plantensoorten te kweken en onderzoek te doen. In mei 1817 werd 's lands Plantentuin door Gouverneur-Generaal Van der Cappelen aangelegd en officieel gesticht. Reinwardt werd de eerste directeur. In vijf jaar tijd wist hij er 900 verschillende planten bijeen te brengen. Niet enkel uit de archipel maar ook uit andere delen van de wereld wordt er sindsdien verzameld. Het was tevens een proefstation voor nieuwe gewassen die in Indie werden geintroduceerd. Onderzoek vindt er nog steeds plaats en de plantentuin staat internationaal hoog aangeschreven.



Je kunt in de tuin ook fietsen huren, dat is aan te raden als je zoveel mogelijk wil zien van de 87 hectare grote Kebun Raya (majestueuze tuin). Maar Prita en ik kwamen er alleen om een frisse neus te halen en hebben er een paar uur lekker rondgeslenterd en op bankjes gezeten om te genieten van de natuur om ons heen. Het was dan ook niet de eerste keer dat wij er waren (zie blogpost "Ik zie, ik zie" 03-03-2011). Als liefhebber en kweker van planten en bomen is het een van Prita's favoriete plekken om te bezoeken. En ik kan er niet genoeg van krijgen om er Gods schepping in al haar facetten te fotograferen :-)







In de loop van de middag, als we op een bankje bij de grote vijver met waterlelies met uitzicht op het paleis zitten, barst er een tropische regenbui los die ons doet schuilen onder het gebladerte van een  boom, dicht bij de stam. Het deed me terug denken aan een bezoek in 1987 toen ik er was in het kader van de herdenking van de honderdste sterfdag van Eduard Douwes Dekker om er deel van een radioreportage over Multatuli en de Havelaar te maken. Ik bevond me toen in de buurt van het oude Nederlandse kerkhofje dat er prachtig tussen het bamboe is gelegen en in de buurt van het paleis ligt. Ik was net aan het vertellen over Havelaars verzoek om audientie bij de gouverneur-generaal (dat werd geweigerd) om er zijn Lebakzaak te bepleiten, toen er ook zo'n enorme regenbui losbarstte. Alleen was ik minder ervaren toen dan nu en was niet wijs genoeg om op zoek te gaan naar de enkele vierkante centimeters droge grond die zich meestal dicht tegen de stam van een boom bevinden. Rennend begaf ik me naar de kantine bij de ingang, geluidsapparatuur en camera's in mijn jas gewikkeld met me meeslepend. Ik kwam geheel doorweekt en nat tot op de huid aan in de kantine. In de reportage is het begin van de onweersbui nog hoorbaar!


Nadat de regenbui zijn kracht had verloren en nog wat nadruppelde zijn Prita en ik naar de kantine gegaan voor thee en zijn vervolgens de stad in gegaan op zoek naar een restaurant.
We vonden er een met een van de mooiste uitzichten op de Salak vulkaan en hebben er genoten van de zonsondergang en een voortreffelijke maaltijd. 


Naast teh poci (thee uit een potje) bestelden we nasi timbel, rijst gekookt in bananenblad, udang goreng mentega, in boter gebakken garnalen, ikan mas goreng, gefrituurde goudkarper en pak cay jamur, pak tjoy met paddestoelen en rode pepers. Onder het genot van al dit lekkers genietend van het feeerieke uitzicht.


Kortom een heerlijke dagje ontspanning. Nu kunnen we er weer even tegenaan.